2 soorten ladingen:
- Positief
- Negatief
Positief + Positief afstoten
Negatief + Negatief afstoten
Positief + Negatief aantrekken
Grootheid: Lading (Q)
Eenheid: Coulomb (C)
Atoom bevat positief geladen kern
Kern: neutronen (=) + protonen (+)
Om de kern bewegen elektronen (-)
Elementair ladingsquantum (e) (= lading van 1 elektron/proton)
- Proton e = 1,60 x 10-19
- Elektron e = -1,60 x 10-19
Elektrisch laden en ontladen kan je verklaren met de elektronen (ze zijn het zwakst zijn
doordat ze het verste buiten zitten)
Positief geladen: tekort aan elektronen (positief>negatief) positief ion (+...e)
Negatief geladen: overschot aan elektronen (positief<negatief) negatief ion (-...e)
Neutraal: elektronen = protonen
Elektrische stroom: beweging van elektrisch geladen deeltjes (bewegende lading)
Stroom: + -
Lading (elektronen): - +
Stroomsterkte: hoeveelheid lading per sec door een geleider stroomt
Grootheid: Stroomsterkte (I)
Eenheid: Ampère (A)
- I = Q/t
- Geleiders: veel vrije elektronen en kan makkelijk elektrische stroom doorlaten
(Lading kan makkelijk door stof heen stromen) (koolstof/metalen)
- Isolatoren: veel minder vrije elektronen en laat elektrische stroom heel slecht door.
(Lading kan moeilijk door stof heen stromen) (rubber/kunststoffen/glas)
, 2.2 Spanningsbronnen:
Spanningsbron: houdt stroom in stand en levert elektrische energie (zorgt voor
stroomvoorziening)
- Gelijkspanningsbron (accu/batterij)
2 vaste polen (1 pool is altijd positief/negatief)
Stroomrichting altijd hetzelfde (+ -)
- Wisselspanningsbron
Polen zijn afwisselend positief/negatief
Stroomrichting veranderd regelmatig
Eisen voor stroomkring:
- Spanningsbron moet verbonden en aanwezig zijn
- Stroomkring moet gesloten zijn
Spanning: hoeveel elektrische energie de spanningsbron geeft aan 1 coulomb lading
(Simpel verteld: soort kracht die elektrische stroom door de draad heen duwt)
Grootheid: Spanning (U)
Eenheid: Volt (V)
- U = △E/Q
△E = Energie (J)
Capaciteit: hoeveel uur een (spannings)bron voor een bepaalde stroomsterkte kan zorgen
(in Ah (ampère-uur))
Schakelschema: overzichtelijke voorstelling van een stroomkring
Componenten: onderdelen schakelschema
Serieschakeling:
- Achter elkaar
- Verbinding bestaat uit 1 stroomweg
- Voordeel: weinig kabels nodig
- Nadeel: 1 kapot? Rest valt ook uit
- U1 + U2 = Utot (spanning optellen/verdeeld)
- I1 = I2 = Itot (stroom overal gelijk)
Parallelschakeling
- Naast elkaar
- Verbinding bestaat uit 2 of meer naast elkaar gelegen stroomwegen
- Voordeel: 1 kapot? Rest blijft aan
- Nadeel: meer kabels nodig
- U1 = U2= Utot (spanning overal gelijk)
- I1+ I2 = Itot (stroom optellen/verdeeld)