Dit zijn mijn eigen aantekeningen van HST 1 tm 7 van het boek de 2026 editie i.c.m. wat in de colleges
besproken is. De oefentoets aan het einde is een mix van gemiddeld en lastiger vragen, alle
antwoorden staan apart aan het einde, leert sneller. Veel Succes!!!
Samenvatting inleiding in de pedagogiek:
Deel 1
Hoofdstuk 1
De opvoedkundige benadering:
3 kenmerken ouderlijk opvoedgedrag die de veilige hechting zo groot mogelijk maken:
- Gedrag moet sensitief zijn
- Gedrag moet responsief zijn
- Continuïteit en regelmaat in het gedrag
Wat is pedagogiek: houd zich bezig met opvoeding en ontwikkeling van jeugdigen onder de 18 jaar.
Andere woorden zijn: opvoedkunde: vaardigheden opvoeder, opvoedingsleer: vergaren kennis van de
opvoeder, opvoedingswetenschap: ontwikkelen theorieën over- en methoden met betrekking tot
opvoeden.
4 basis dimensies:
1. Grenzen stellen: bijv.: afspreken je mag voor dertig euro uitzoeken in de winkel geen
duidelijke grens. Dit valt onder dertig euro en mag je kiezen duidelijke grens. Grens niet
overschrijden want een kind krijgt zo het idee dat hij serieus genomen wordt.
2. Instructie geven: uitleggen hoe iets moet. Een jong kind leren opruimen of tandenpoetsen.
3. Controle uitoefenen: kind krijgt worst bij de slager. Eerst helpen met dankjewel zeggen, dan
kind zelf laten zeggen en uiteindelijk alleen nog maar een blik hoeven geven en kind weet al
wat hij moet doen.
4. Ondersteuning bieden: als het kind zijn huiswerk maakt een theetje brengen laten zien ik
steun jou. 3 opvoeddoelen (kuipers)
1. Zelfstandigheid: (individu) kind is in staat om zelf keuzes te maken, daarbij hoort het recht op
een eigen leven en uitvinden wat van belang is.
2. Zelfredzaamheid: (samenleving) het kind is in staat keuzes te maken en deze te
verantwoorden, mondigheid en verantwoordelijkheid worden hier gestimuleerd.
3. Zelfvertrouwen: (toekomst) het kind kan een bijdrage leveren aan de toekomst en is in staat
om technische en praktische problemen op te lossen.
Circulaire proces: de ouder is verantwoordelijk voor de opvoeding de ouder biedt het kind
ondersteuning, controle, instructie en stelt grenzen onvoorwaardelijke liefde van ouders kind leert
opvoedingsdoelen
Materiele opvoeding lichamelijke behoefte: voeding, rust, aanraking, bescherming etc. (materialen)
Emotionele opvoeding liefde, eigenwaarde, zelfverwezenlijking en cognitieve behoefte.
Geestelijke vorming: levensovertuiging ouder. Maar innerlijk leven kan ook gevormd worden door:
door actief deel te nemen aan het sociale leven wordt het kind in staat gesteld zich geestelijk te
vormen.