Tijdvak 9 – De tijd van de wereldoorlogen.
Centralen: Duitsland en bondgenoten in de Eerste Wereldoorlog.
Front: gebied waar gevochten wordt.
Geallieerden: bondgenoten, in 2 wereldoorlogen landen die tegen Duitsland vochten.
Loopgraaf: uitgegraven gang.
Massavernietigingswapen: wapen dat groot aantal mensen tegelijkertijd kan doden.
Militairisme: verheerlijking van het leger.
Mobiliseren: gevechtsklaar maken van leger voor de oorlog.
Multi-etnische staat: (veelvolkerenstaat) staat waarin meerdere volken leven.
Volkenbond: volkerenorganisatie sinds 1919.
Wapenstilstand: afgesproken onderbreking van strijd.
Wapenwedloop: race om de beste en meeste wapens te krijgen.
Wereldoorlog: oorlog waarin veel volken in een groot deel van de wereld meedoen.
Beurskrach: plotselinge sterke daling van aandeelkoersen.
Consumptiemaatschappij: samenleving waarin veel producten worden gekocht.
Grote Depressie: langdurige economische crisis van de jaren 1930.
Interbellum: periode tussen de twee wereldoorlogen (1918-1939).
Koopkracht: geld om dingen te kopen.
New deal: economische politiek van president Roosevelt vanaf 1933.
Tijd van wereldoorlogen: negende tijdvak (1900-1950).
Antisemitisme: Jodenhaat.
Bolsjewieken: communisten.
Collectivisatie: opgaan van privéboerderijen in gemeenschappelijke
landbouwbedrijven.
Communisme: raciaal socialisme.
Concentratiekamp: gevangenenkamp voor tegenstanders.
Dictatuur: (staat met een) alleenheerschappij.
, Eenpartijstaat: staat met één partij die alle macht heeft.
Fascisme: antidemocratische, totalitaire, gewelddadige en extreem nationalistische
politieke beweging.
Gelijkschakeling: aanpassing aan totalitair regime.
Holomodor: hongersnood in Oekraïne in 1932/1933.
Indoctrinatie: systematisch opdringen van ideeën.
Nationaalsocialisme: antidemocratische, totalitaire, gewelddadige extreem
nationalistische en racistische politieke beweging.
Nazi: afkorting voor nationaalsocialist.
Persoonsverheerlijking: uitbundig prijzen van een persoon.
Regime: ondemocratische regering.
Totalitair: als de overheid volledig heerst over de samenleving.
Communicatiemiddel; manier om informatie over te brengen.
Massaorganisatie: organisatie gericht op veel mensen.
Appeasement: (geruststelling) vrede bewaren door conflicten te vermijden.
Asmogendheden: Duitsland, Italië, Japan en hun bondgenoten.
Atoombom: zeer krachtige bom.
Veiligheidsraad: belangrijkste onderdeel van de VN.
Verenigde Naties (VN): volkerenorganisatie sinds 1945.
Deporteren: wegvoeren.
Doorgangskamp: concentratiekamp vanwaar mensen worden gedeporteerd.
Getto: aparte woonwijk.
Holocaust (Shoah): moord op joden tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Pogrom: gewelddadige uitbarsting van Jodenhaat.
Razzia: drijfjacht op mensen.
Stereotype: beeld van leden van een groep op grond van generalisatie van een wel of
niet reëel waarneming.
Vernietigingskamp: concentratiekamp gemaakt voor moord.
Vooroordeel: mening die niet op feiten is gebaseerd.