ECONOMIE & MANAGEMENT
INLEIDING: BEROEP EN DEONOTLOGIE
INTERIEURARCHITECT VOLGENS DE AINB
De Raad van Beheer van de AiNB heeft op 14/9/1994 volgende definitie voor ‘de interieurarchitect’
vastgelegd en dit tevens in haar deontologische norm beschreven:
Een interieurarchitect is een persoon die door zijn opleiding in staat is dit beroep uit te oefenen. Hij is
een specialist in technische, esthetische en budgettaire zin en ziet toe op de goede uitvoering van zijn
ontwerpen. Hij is tevens de vertrouwensman van zijn opdrachtgever, en zal hem naar best vermogen
bijstaan
AiNB = beroepsvereniging = iemand die de belangen van de interieurarchitecten verdedigt hier heb je de
vrijheid om lid van te zijn
ONTSTAAN EN BETEKENIS VAN DEONTOLOGIE
Om het imperatief van Immanuel KANT te duiden, werd de term deontologie gebruikt.
Deontologie = een ethische stroming die uitgaat van absolute gedragsregels, vaak gesteld als norm.
Deontologie = een ethische theorie die stelt dat de moraliteit van een handeling gebaseerd moet zijn op
regels of plichten, i.p.v. de gevolgen ervan. M.a.w. je bent verplicht de deontologie te volgen als je AR bent
IA zijn vrij, want moeten de deontologie niet volgen
(Het woord "deontologie" is afgeleid van het Griekse "deon," wat "plicht" of "verplichting" betekent)
Volgens deontologische ethiek zijn bepaalde handelingen moreel verplicht of verboden, ongeacht hun
uitkomst.
Vb.: liegen is altijd verkeerd in deontologie ZELFS als het in een bepaalde situatie betere gevolgen zou
kunnen hebben, zoals het beschermen van iemand.
De nadruk ligt dus op de intrinsieke morele waarde van de handeling zelf, i.p.v. op de resultaten die
die handeling voortbrengt
DEONTOLOGIE IN DE ARCHITECTUUR
DEFINITIE
Deontologie voor architecten = verwijst naar de ethische regels en professionele gedragsnormen die
architecten moeten volgen in hun werk.
Deze regels en normen zijn gericht op het waarborgen van eerlijkheid, verantwoordelijkheid, en integriteit
in de beroepspraktijk van architectuur
Vaak vastgelegd in gedragscodes of deontologische richtlijnen die worden opgesteld door
beroepsorganisaties (geen verplicht lidmaatschap) (!!) of, zoals in België, door de Orde van
Architecten (verplicht lidmaatschap).
VERANTWOORDELIJKHEDEN BINNEN DE ORDE
- Verantwoordelijkheid naar de samenleving:
Architecten hebben een plicht om bij te dragen aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving en het
welzijn van de samenleving.
Vb. Rekening houden met duurzaamheid, veiligheid en het esthetisch behoud van de omgeving
, MIAG12_Management_Jozef (weging 5/14)
- Verantwoordelijkheid naar de opdrachtgever:
Architecten moeten eerlijk en transparant zijn tegenover hun opdrachtgevers, hun belangen
respecteren, en duidelijke afspraken maken over de reikwijdte van het werk, de kosten en de tijdslijnen
Ze moeten altijd handelen in het belang van de klant, zonder onnodige vertragingen of kosten.
- Verantwoordelijkheid naar het milieu:
Veel gedragscodes voor architecten bevatten tegenwoordig regels over duurzaam bouwen en het
verminderen van de ecologische voetafdruk van projecten.
Vb.: het gebruik van milieuvriendelijke materialen en energie-efficiënte ontwerpen.
- Eerlijkheid en integriteit:
Architecten moeten in hun beroepspraktijk eerlijk zijn en geen misleidende informatie geven
(= geen belangenconflicten hebben die hun beslissingen beïnvloeden of hun onafhankelijkheid in
gevaar brengen)
- Professionele competentie:
Architecten moeten hun vakkennis en vaardigheden voortdurend bijhouden om kwalitatief werk te
leveren en moeten alleen projecten aannemen waarvoor ze voldoende gekwalificeerd zijn.
- Respect voor collega’s:
Architecten moeten samenwerken en respectvol omgaan met andere professionals in hun vakgebied.
Vb.: eerlijke concurrentie, het respecteren van intellectueel eigendom (= ontwerpen of concepten
van anderen)
Deontologie voor architecten zorgt ervoor dat ze verantwoordelijk omgaan met hun vak en de impact
die hun werk heeft op mensen, de gemeenschap en het milieu. Door zich aan deze regels te houden,
behouden ze het vertrouwen van het publiek en dragen ze bij aan de verbetering van de leefomgeving.
ARCHITECT ≠ INTERIEURARCHITECT
HET BEROEP VAN ARCHITECT !!!
De architecten zijn onderhevig aan de wet van 1939
- Zij hebben monopoly
Op alle werken waar een constructie wordt aangepakt/van constructieve aard zijn
Om te tekenen van plannen waar een omgevingsvergunning voor nodig is
Controleren van werken met stabiliteit technische impact
- Titelbescherming (niet iedereen kan zich een architect noemen)
- Onverenigbaarheid: architect kan en mag niks anders doen dan een architect zijn (dus tijdens zijn/haar
carrière als architect)
2
, MIAG12_Management_Jozef (weging 5/14)
DE WET VAN 1939
= een Belgische wet die de titel en het beroep van architect reguleert.
Bepaalt het professionele leven van architecten (ook wel de "Wet van 20 februari 1939" genoemd)
Deze wet is van groot belang voor de architectuur in België legt de toegang tot het beroep van architect
en de plichten van architecten vast.
Belangrijkste elementen van deze wet:
1. Monopolie op het ‘tekenen van plannen’
2. Monopolie op de controle van de uitvoering van de werken
3. De onverenigbaarheid met aannemers
4. Titelbescherming, wie mag zich architect noemen?
5. Functiebescherming, wie mag het beroep uitoefenen?
DE WET VAN 1963 (onafhankelijkheid is er bij gekomen)
- = de herziening van belangrijke wijzigingen en verduidelijkingen in de regelgeving over het beroep van
architect, zoals werd vastgesteld in de wet van 1939
- Stelt dat architecten onafhankelijk MOETEN zijn van elke invloed die hun professionele oordeel kan
aantasten
De architect mag geen persoonlijk of financieel belang hebben in de bouwwerken waarvoor hij
of zij verantwoordelijk is (De architect staat altijd naast de werf en geeft advies)
De architect moet vrij zijn van commerciële banden met aannemers, leveranciers, of andere
partijen die invloed kunnen uitoefenen op de uitvoering van de werken (= dit zou hun professionele
oordeel en de kwaliteit van de werken kunnen beïnvloeden)
De onafhankelijkheid van architecten is essentieel om de kwaliteit, veiligheid en eerlijkheid in de
bouwsector te waarborgen. (volgt uit de onverenigbaarheid)
Architecten hebben de verantwoordelijkheid om hun technische expertise objectief in te zetten en
de belangen van hun opdrachtgevers op de eerste plaats te zetten.
- Oprichten van een Orde van Architecten:
Taak = de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect bepalen + deze te doen
naleven
Orde = een tuchtorgaan = controleorgaan = maar verdedigt niet de belangen van de architect
= Houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van de leden van de Orde in de
uitoefening van hun beroep
Kreeg meer middelen en bevoegdheden om toezicht te houden op de ethische en professionele
uitoefening van het beroep
Dit hield onder meer in:
○ De Orde kon strikter optreden bij schendingen van de deontologische code
○ Ze kreeg een prominente rol in de bescherming van de kwaliteit van de bouwsector
Omvat al de personen die op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs zijn
ingeschreven (de dag dat je wilt beginnen met de job AR, moet je ingeschreven zijn in de Orde ≠ aan
de titel AR hebben)
Niemand mag in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet
op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven
Breidde het tuchtrecht uit + versterkte de maatregelen die genomen konden worden tegen
architecten die inbreuk maakten op de deontologische regels of hun beroepsplichten
verzaakten dit hielp om de kwaliteit en het vertrouwen in de architectenpraktijk verder te
waarborgen
3
, MIAG12_Management_Jozef (weging 5/14)
EEN ORDE
- Belangrijk om de professionele standaard hoog te houden
- Voorkomen dat de vrij beroepen worden uitgeoefend op een manier die schadelijk is voor de
samenleving of de cliënt
EEN ORDE VOOR EEN VRIJ BEROEPER
- = een tuchtorgaan dat specifiek is opgericht om de belangen te behartigen van mensen die een vrij
beroep uitoefenen
- Deze Ordes zijn wettelijk gereguleerde instanties die verantwoordelijk zijn voor het bewaken van
de beroepsethiek, het toezicht op de uitoefening van het beroep, en het beschermen van het
publiek tegen wanpraktijken
- Ze dienen om de kwaliteit en integriteit van de beroepsgroep te waarborgen
EEN VRIJ BEROEP
- = wordt gekenmerkt door intellectuele prestaties en een grote mate van zelfstandigheid, waarbij de
beroepsbeoefenaar direct verantwoording verschuldigd is aan de wet en de ethische regels van zijn of
haar beroep. (vrije beroepen moeten altijd de waarheid vertellen en onafhankelijk zijn)
In ruil voor deze autonomie, moeten vrije beroepers zich houden aan strikte regels en
verantwoordelijkheden vaak opgelegd door hun respectieve Orde.
- Vb. vrije beroepen: artsen, landmeters, apothekers, advocaten, psychologen, kinesist, … zij hebben
ook een Orde
- Een vrij beroeper is geen keuze je kan niet zomaar beslissen om een vrij beroeper te worden (zonder
het juiste diploma) EXAMENVRAAG?
- Veel verschillende definities met belangrijke onderlinge verschillen gevolg = dezelfde
beroepsbeoefenaar kan volgens de ene wetgeving wel als vrije beroeper worden gedefinieerd en
volgens andere wetgeving niet.
Een aantal definities bevatten een achterhaalde verwijzing naar het voormalige onderscheid tussen
burgerlijke en handelsdaden in het WER* (cf. “die geen daad van koophandel uitmaakt”)
dit onderscheid tussen burgerlijke en handelsdaden werd recent afgeschaft en vervangen door een
nieuw ondernemingsbegrip er is nood aan reparatiewetgeving
HET BEROEP VAN INTERIEURARCHITECT
IS EEN INTERIEURARCHITECT EEN VRIJ BEROEP?
Definitie vrij beroep:
- De dienstverlening bestaat hoofdzakelijk uit een intellectuele prestatie
Dit vergt een belangrijke voorafgaande opleiding en permanente vorming; de beoefenaar draagt
persoonlijk verantwoordelijkheid (Architecten hebben permanente vorming na hun opleiding)
- De beoefenaar draagt persoonlijk verantwoordelijkheid
- De dienstverlening gebeurt op een onafhankelijke wijze: de beoefenaar handelt daarbij zowel in het
belang van zijn/haar opdrachtgever, cliënt of patiënt, als in het algemeen belang
- De beroepsuitoefening is onderworpen aan een deontologie, die in het beroepsstatuut vastgelegd is,
hetzij bij wet, hetzij bij autonome beslissing van de betrokken beroepsorganisatie.
Dit beroepsstatuut beoogt het garanderen en bevorderen van de professionaliteit, de kwaliteit en de
vertrouwensrelatie met de opdrachtgever, cliënt of patiënt.
4