H3
*3.2
Een chemische reactie is het veranderen van stofeigenschappen. De beginstoffen veranderen in
reactieproducten.
Een endotherme reactie is een reactie die alleen verloopt als er energie wordt toegevoegd, een
exotherme reactie is een reactie waarbij energie vrijkomt.
*3.3
De reactietemperatuur is de temperatuur die nodig is om een reactie te laten verlopen. Voor elke
stof is die anders. Als de temperatuur lager is dan die bepaalde reactietemperatuur, vindt er geen
reactie plaats.
De vijf factoren die invloed hebben op de reactiesnelheid zijn:
- De soort stof; de soort stof die je voor je reactie gebruikt bepaalt voor een deel de
reactiesnelheid.
- De verdelingsgraad van de beginstof(fen); een grotere verdelingsgraad zorgt voor een
grotere reactiesnelheid.
- De concentratie(s) van de beginstof(fen); hoe groter de concentratie is, hoe groter de
reactiesnelheid is.
- De temperatuur van het reactiemengsel; als de temperatuur hoger wordt, wordt de
reactiesnelheid ook hoger.
- De aanwezigheid van een katalysator; een katalysator is een hulpstof die de reactie sneller
laat verlopen.
De wet van Lavoisier luidt:
Bij een chemische reactie is de totale massa van de beginstoffen gelijk aan de totale massa van de
reactieproducten.
Dit houdt in dat je net zo veel beginstoffen nodig hebt als waar je mee eindigt. Dit kan je ook goed
laten zien in een reactievergelijking.
*3.4
In de molecuulformule:
De index betekent het kleine getalletje dat rechtsonder elk symbool staat. Deze geeft aan hoeveel
atomen je hebt. Als je maar 1 atoom hebt, mag je de 1 weglaten.
De coëfficiënt is het getal dat voor een symbool staat. Deze geeft aan hoeveel je van die moleculen
hebt. Als je er maar 1 molecuul van hebt, mag je de 1 weglaten.
Tabel 3.21 (niet molecuultekening!).
*3.5
Reactievergelijkingen kloppend kunnen maken.