Mitose Deeltentamen
12.1 De meeste celdeling resulteert in genetisch identieke dochtercellen
De continuïteit van het leven is gebaseerd op de reproductie van cellen, ofwel
celdeling.
Sleutelrollen van celdeling
Celdeling speelt verschillende belangrijke rollen in het leven. Bij
meercellige eukaryoten zorgt celdeling ervoor dat elk van de
organismen zich kan ontwikkelen vanuit één enkele cel: de
bevruchte eicel. Celdeling blijft functioneren bij vernieuwing en
herstel in volgroeide meercellige eukaryoten, cellen die
afsterven door ongelukken of dergelijke worden vervangen.
Bij de reproductie van cellen bij zowel prokaryoten als
eukaryoten is een cruciale functie van de meeste celdelingen de
distributie van identiek genetisch materiaal (DNA) naar twee
dochter cellen. Een delende cel repliceert zijn DNA, verdeelt de
twee kopieën naar tegenovergestelde uiteinde van de cel en splits zich
vervolgens in dochtercellen.
Cellulaire organisatie van het genetische materiaal
Genoom -> het DNA van een cel, zijn genetische informatie. Voordat een cel zich
kan delen om genetisch identieke dochtercellen te vormen moet het DNA al
worden gekopieerd of gerepliceerd. Vervolgens moeten de twee kopieën worden
gescheiden (elke dochtercel heeft zo compleet genoom).
DNA moleculen zijn verpakt in structuren die ‘chromosomen’ heten. Elk
eucaryotische chromosoom bestaat uit één zeer lang lineair DNA-molecuul dat
met veel eiwitten is geassocieerd. De eiwitten behouden de structuur van het
chromosoom en helpen de activiteit van de genen onder controle te houden.
Chromatine -> het hele complex van DNA en eiwitten dat het bouwmateriaal van
chromosomen vormt.
Eukaryoten soorten hebben elk een karakteristiek aantal chromosomen in de
kern van elke cel. Menselijk somatische cellen (lichaamscellen) hebben twee set
van 23 (46 totaal), één paar van elk ouder. Gameten
(voortplantingscellen) hebben één set van 23.
Verdeling van chromosomen tijdens eukaryoten
celdeling
Elk chromosoom heeft de vorm van een lange, dunne
chromatinevezel. Na DNA-replicatie condenseren de
chromosomen als onderdeel van de celdeling. Elke
chromatinevezel wordt dicht opgerold en gevouwen,
waardoor de chromosomen korter en dik worden
(zichtbaar met lichtmicroscoop).
Elk gedupliceerd chromosoom bestaat uit twee
zusterchromatiden, die samengevoegde kopieën zijn
van het originele chromosoom. Cohesinen -> de
, Mitose Deeltentamen
eiwitcomplexen die ervoor zorgen dat twee chromatide over hun hele lengte zijn
vastgehecht. Centromeer -> een gebied dat bestaat uit repetitieve sequenties in
het chromosomale DNA waar de chromatide het dichts aan zijn
zusterchromatiden is gehecht. Dit wordt in stand gebracht door eiwitten die het
centromeren DNA herkennen en eraan binden, andere gebonden eiwitten
condenseren het DNA. Het gedeelte van een chromatide aan weerszijden van het
centromeer wordt een arm van het chromatide genoemd.
Later scheiden twee zusterchromatiden van elk gedupliceerd chromosoom zich
en verplaatsen zich naar twee nieuwe kernen, één aan elk uiteinde van de cel.
Na deze scheiding zijn het individuele chromosomen. Deze stap verdubbelt het
aantal chromosomen tijdens de celdeling. De nieuwe kernen hebben elke een
verzameling chromosomen die identiek is aan die van de oudercel. Mitose: de
verdeling van het genetisch materiaal in de kern, wordt meestal onmiddellijk
gevolgd door cytokinese: de verdeling van het cytoplasma.
Samengevat: Gameten produceren door een variant van de celdeling (meiose)
dochtercellen die slechts één set chromosomen hebben. Meiose komt alleen voor
in de eierstokken of testikels. Door gameten te genereren, vermindert meiose
het aantal chromosomen van 46 (twee sets) naar 23 (één set).
12.1 De meeste celdeling resulteert in genetisch identieke dochtercellen
De continuïteit van het leven is gebaseerd op de reproductie van cellen, ofwel
celdeling.
Sleutelrollen van celdeling
Celdeling speelt verschillende belangrijke rollen in het leven. Bij
meercellige eukaryoten zorgt celdeling ervoor dat elk van de
organismen zich kan ontwikkelen vanuit één enkele cel: de
bevruchte eicel. Celdeling blijft functioneren bij vernieuwing en
herstel in volgroeide meercellige eukaryoten, cellen die
afsterven door ongelukken of dergelijke worden vervangen.
Bij de reproductie van cellen bij zowel prokaryoten als
eukaryoten is een cruciale functie van de meeste celdelingen de
distributie van identiek genetisch materiaal (DNA) naar twee
dochter cellen. Een delende cel repliceert zijn DNA, verdeelt de
twee kopieën naar tegenovergestelde uiteinde van de cel en splits zich
vervolgens in dochtercellen.
Cellulaire organisatie van het genetische materiaal
Genoom -> het DNA van een cel, zijn genetische informatie. Voordat een cel zich
kan delen om genetisch identieke dochtercellen te vormen moet het DNA al
worden gekopieerd of gerepliceerd. Vervolgens moeten de twee kopieën worden
gescheiden (elke dochtercel heeft zo compleet genoom).
DNA moleculen zijn verpakt in structuren die ‘chromosomen’ heten. Elk
eucaryotische chromosoom bestaat uit één zeer lang lineair DNA-molecuul dat
met veel eiwitten is geassocieerd. De eiwitten behouden de structuur van het
chromosoom en helpen de activiteit van de genen onder controle te houden.
Chromatine -> het hele complex van DNA en eiwitten dat het bouwmateriaal van
chromosomen vormt.
Eukaryoten soorten hebben elk een karakteristiek aantal chromosomen in de
kern van elke cel. Menselijk somatische cellen (lichaamscellen) hebben twee set
van 23 (46 totaal), één paar van elk ouder. Gameten
(voortplantingscellen) hebben één set van 23.
Verdeling van chromosomen tijdens eukaryoten
celdeling
Elk chromosoom heeft de vorm van een lange, dunne
chromatinevezel. Na DNA-replicatie condenseren de
chromosomen als onderdeel van de celdeling. Elke
chromatinevezel wordt dicht opgerold en gevouwen,
waardoor de chromosomen korter en dik worden
(zichtbaar met lichtmicroscoop).
Elk gedupliceerd chromosoom bestaat uit twee
zusterchromatiden, die samengevoegde kopieën zijn
van het originele chromosoom. Cohesinen -> de
, Mitose Deeltentamen
eiwitcomplexen die ervoor zorgen dat twee chromatide over hun hele lengte zijn
vastgehecht. Centromeer -> een gebied dat bestaat uit repetitieve sequenties in
het chromosomale DNA waar de chromatide het dichts aan zijn
zusterchromatiden is gehecht. Dit wordt in stand gebracht door eiwitten die het
centromeren DNA herkennen en eraan binden, andere gebonden eiwitten
condenseren het DNA. Het gedeelte van een chromatide aan weerszijden van het
centromeer wordt een arm van het chromatide genoemd.
Later scheiden twee zusterchromatiden van elk gedupliceerd chromosoom zich
en verplaatsen zich naar twee nieuwe kernen, één aan elk uiteinde van de cel.
Na deze scheiding zijn het individuele chromosomen. Deze stap verdubbelt het
aantal chromosomen tijdens de celdeling. De nieuwe kernen hebben elke een
verzameling chromosomen die identiek is aan die van de oudercel. Mitose: de
verdeling van het genetisch materiaal in de kern, wordt meestal onmiddellijk
gevolgd door cytokinese: de verdeling van het cytoplasma.
Samengevat: Gameten produceren door een variant van de celdeling (meiose)
dochtercellen die slechts één set chromosomen hebben. Meiose komt alleen voor
in de eierstokken of testikels. Door gameten te genereren, vermindert meiose
het aantal chromosomen van 46 (twee sets) naar 23 (één set).