Biofilm en gingivitis
Beneden zie je een redelijk gezonde situatie. Aan
de linkerkant zie je wel wat ophoping van plak en
enige mate van ontsteking (roodheid). In het
midden is het netjes schoon en is de gingiva
gezond. Dit zie je aan de lichtroze kleur en het
stippelpatroon. Dit patroon is een reflectie van
de bindweefselpapillen van het epitheel.
Bovenaan zie je een ophoping van plak en
opgezwollen en rood tandvlees. Het gestippelde
patroon is deels weg.
Oude biofilm
Als je een aantal dagen je tanden niet poetst, groeit de biofilm. Na een week is er een volwassen biofilm
ontstaan, deze groeit niet meer verder. Er vindt namelijk continue mechanische afschraping plaats van de
bacteriën door beweging van de tong en voedseldeeltjes. Deze biofilm is gekleurd met een kleuring
waarmee je polysachariden (suikers) aantoont. Je ziet dat er bij sommige bacteriën intracellulair
polysachariden voorkomt (IPS), dit dient als reservevoedsel. Je ziet ook tussen de cellen wat lichter
gekleurde polysachariden zitten (EPS), hieruit is de matrix van de biofilm opgebouwd. Deze houdt de
bacteriën enigszins vast en zorgt er dus voor dat ze niet zomaar weggespoeld worden of weggaan door
antimicrobiële middelen (bescherming).
Biofilm vorming
• Hard, stabiel oppervlak (tand)
• Vloeistof (speeksel)
• Nutriënten (eiwitten, suikers)
o Bij supragingivale plak zijn suikers met name de belangrijkste voedingsbron, bij
subgingivale biofilm zijn dit eiwitten.
Ontwikkeling van de biofilm
• Pellicle: enkele uren
, • Enkele bacteriën (pioniers): 0-24 uur
• Microkolonies (4 – 24 uur)
• Groei en successie (1 – 7 dagen)
• Volwassen biofilm (7- x dagen)
Meteen na het poetsen zijn er al de eerste eiwitten die zich hechten aan het tandoppervlak. Binnen een
dag verschijnen dan de eerste bacteriën op het tandoppervlak, deze worden pioniers genoemd. Successie
wil zeggen dat er ook een verandering in soorten bacteriën is in de biofilm.
Gezond vs ziek
Facultatief anaerobe bacteriën kunnen zowel anaeroob als aeroob groeien. Bij de gezonde situatie is ruim
2/3e van de bacteriën facultatief. Dit zijn met name grampositieve bacteriën en dit kunnen kokken en
staven zijn. Ongeveer 25% is anaeroob, hier zitten grampositieve staven en kokken in en gramnegatieve
staven.
Bij veel ophoping van plak aan de rand van de gingiva, gaat er een ontsteking plaatsvinden. De
bacteriesamenstelling gaat dan wat veranderen, we praten nu over gingivitis. Het aantal facultatief
anaerobe bacteriën neemt af, daar komen wat gramnegatieve staven bij en het aandeel van anaerobe (en
dan vooral bij gram negatieve staven) neemt toe.
Gingivitis
• Klinisch:
o Rubor (rood)
o Tumor (zwelling)
o Dolor (pijn)
o Functio leasa (functieverlies)
▪ Dit komt voor als er een flinke pocket is ontstaan en de aanhechting verminderd
is.
o Calor (warmte)
, Gingivitis
Blauwe lijn is de plakindex, rode lijn de gingivitis index.
Na een paar dagen niet poetsen gaat de plakindex
omhoog, en een paar dagen later de ontstekingsindex
ook. Dit blijft toenemen na ongeveer een week, dan is
er een evenwicht bereikt waarbij de biofilm de
maximale dikte heeft bereikt. Meteen na het reinigen
neemt de plakindex af. De gingivitisindex neemt direct
na het reinigen een klein beetje toe, als gevolg van het
mechanische irritatie van de gingiva (door bijv. hard
poetsen). Daarna neemt de index ook weer snel af,
omdat de tanden dan schoon zijn.
In het begin zijn er voornamelijk kokken, later neemt het aandeel staven toe en daarna vind je ook
spirogeten in de biofilm. Spirogeten, de spiraalvormige, beweeglijke bacteriën, zijn nauw verbonden bij het
ontstaan van gingivitis en parodontitis.
Bacteriële componenten
Prokaryoot en eukaryoot
Bacteriën zijn prokaryoot, dierlijke cellen eukaryoot. Prokaryoten hebben een celwand, eukaryote cellen
niet. Een aantal belangrijke celorganellen van eukaryote cellen ontbreken bij bacteriën. De celkern bevat
DNA (eukaryoot), in een bacterie vind je één chromosoom, een circulaire streng DNA. Daarnaast bevat
een bacterie ook kleinere circulaire stukjes DNA, plasmiden. Endoplasmatisch reticulum, mitochondriën
en Golgiapparaat komen alleen bij een eukaryote cellen voor.
Glucaan
Glucaan is een van de suikerpolymeren die voorkomt in de
extracellulaire matrix van de biofilm. Bacteriën kunnen
glucaan maken uit ‘tafelsuiker’ (sacharose), dit is een
disacharide. Het bestaat uit glucose en fructose. Veel
bacteriën, voornamelijk die uit een biofilm, kunnen met
behulp van het enzym glucosyl transferase glucose afsplitsen
en er een polymeer van maken. Je hebt dan glucaan. Van
fructose kan ook een polymeer gemaakt worden: fructaan.
Deze polymeren zijn belangrijke componenten van de
extracellulaire matrix van de biofilm, ze zorgen voor
bescherming en dragen bij aan de hechting van de bacteriën
aan het glazuur.
, Suiker polymeren
• Voeding: Riet/biet suiker is een disacharide van glucose
en fructose
• Biofilm matrix: Glucaan (dextraan) is een polymeer van
glucose
• Biofilm matrix: Fructaan (levaan) is een polymeer van
fructose
Gram positief
Je kunt alle bacteriën indelen in twee groepen: grampositief en
gramnegatief. Dit heeft te maken met de samenstelling van de
celwand. Grampositieve bacteriën hebben buiten het
celmembraan een hele dikke celwand liggen. Mureine zijn de
losse polymeren waar de celwand uit is opgebouwd, maar die
zijn onderling verbonden met kleine peptidetjes, waardoor je het
materiaal van de celwand peptidoglycan noemt. Aan de buitenkant van de celwand zijn suikerketens die
uitsteken, deze kunnen een antigene werking hebben op de gingiva. Bij grampositieve bacteriën is dit met
name teichoïnezuur.
Schematisch
• Peptidoglycan
• Celmembraan
Je kijkt hier naar een schematische afbeelding van de celwand van bacteriën.
Geel is het celmembraan, wat bestaat uit fosfolipiden met eiwitten erin. Aan de
buitenkant zit een dikke laag peptidoglycan. Dit zijn dus losse mureine polymeren,
die aan elkaar gecrosslinkt zijn met peptides, waardoor het peptidoglycan is.
Peptidoglycan
• N-acetylmuraminezuur (M)
• N-acetylglucosamine (G)
• Peptide crosslinks (rood)
De polymeer mureine bestaat uit de repeterende eenheden N-
acetylmuraminezuur (M) en N-acetylglucosamine (G). Deze lange ketens
zijn in de celwand gecrosslinkt door kleine peptides.
Penicilline
Penicilline kan de aanmaak van de celwand remmen. Dit is het
allereerste ontdekte antibioticum. Het remt de vorming van
crosslinks tussen mureine ketens.