HOOFDSTUK 5: PLANNEN
In je onderzoeksplan beschrijf en plan je de onderzoeksactiviteiten voor het verzamelen, analyseren
en concluderen, het ontwerpen (indien van toepassing) en het rapporteren en presenteren.
Dit hoofdstuk biedt inzicht in de verschillende methoden van dataverzameling die je in je
onderzoeksplan kunt opnemen.
5.1 METHODEN VAN DATAVERZAMELING BIJ PRAKTIJKONDERZOEK
5.1.1 TEKSTBRONNEN BESTUDEREN
Afhankelijk van je deelvraag kun je zowel data ontlenen aan vakliteratuur als aan andere publieke
en interne bronnen (zie bijlage A). Soms biedt ook je literatuurstudie bruikbare inzichten. Wanneer
je enkel verschillende wetenschappelijke bronnen bestudeert en vergelijkt, spreek je vaak over een
literatuurreview. Bestuderen heeft bij praktijkonderzoek vaak een kwalitatief karakter: je legt het
accent op de inhoud van de tekstbronnen (betekenis). Je kunt je echter ook op frequenties richten,
bijvoorbeeld wanneer je wilt weten hoe vaak bepaalde termen in verschillende beleidsnotities
worden gebruikt.
In bijlage A staat welke publieke bronnen en interne bronnen je kunt bestuderen in het kader van je
onderzoek en hoe je deze kunt vinden.
Overwegingen bij het bestuderen van tekstbronnen
o Bij het bestuderen van tekstbronnen ben je minder afhankelijk van de dagelijkse dynamiek. Je
kunt zelf bepalen op welk moment en op welke plaats je de tekstbronnen bestudeert.
o Als je privacygevoelige informatie wilt gebruiken, zul je hierover eerst duidelijke afspraken
moeten maken met je school.
o Als je bronnen bestudeert, ben je altijd afhankelijk van de persoon die de betreffende tekst
heeft geschreven. De notulen van een vergadering kunnen bijvoorbeeld gekleurd zijn door
degene die notuleerde.
5.1.2 OBSERVEREN
In het kader van een onderzoek doe je dit doelgericht en systematisch met het oog op de
beantwoording van je onderzoeksvraag. Hierbij kun je zowel kiezen voor een kwalitatieve als voor
een kwantitatieve aanpak; je legt je bevindingen vast in de vorm van een beschrijvende tekst of
getallen en turfstreepjes.
Overwegingen bij het observeren
o Door te observeren kun je meer inzicht krijgen in hoe bepaalde processen in de praktijk
verlopen: je brengt deze in kaart.
o Observeren is een directe vorm van data verzamelen. Je bekijkt live wat er in de praktijk
gebeurt, zonder dat deze beelden door anderen beïnvloed zijn. Je ervaart de onderwijspraktijk
als het ware vanuit de eerste persoon.
o Je kunt niet iets bekijken wat zich in het verleden heeft voorgedaan (tenzij je gebruikmaakt van
beeldopnamen). Ook praktijksituaties die niet frequent voorkomen, zijn lastig te observeren.
o Je maakt bij het observeren meestal zelf deel uit van de onderwijspraktijk en daardoor
beïnvloed je ongemerkt de praktijksituatie. Zelfs als je ervoor kiest bepaalde praktijksituaties
met een filmcamera op te nemen, treedt er meestal beïnvloeding op.
o Als je kiest voor directe observatie leg je de observaties direct vast. Als je kiest voor registratie
met behulp van audio- of filmapparatuur, werk je naderhand vaak uit wat je hebt opgenomen.
Dit wordt ook wel transcriberen genoemd.
o Wanneer je samen met anderen een praktijksituatie gaat observeren, moeten er gezamenlijk
afspraken worden gemaakt over de manier waarop je dit gaat doen, zodat je op een
overeenkomstige manier observeert.
, 5.1.3 BEVRAGEN
Bevragen houdt in dat je mensen vraagt hoe ze hun eigen gedrag, dat van anderen of een
praktijksituatie waarnemen en ervaren. Je hebt dus altijd te maken met percepties (interpretaties)
van anderen. Bij het bevragen kan zowel voor een kwalitatieve als voor een kwantitatieve aanpak
worden gekozen. Zo kun je een interview voeren waarbij je veelal open vragen stelt of
gebruikmaken van gestandaardiseerde vragenlijsten met gesloten vragen. Kwalitatieve methoden
van bevragen worden eerder mondeling dan schriftelijk uitgevoerd.
Een specifieke vorm van bevragen is toetsen of testen afnemen. Je gaat dan na welke kennis,
vaardigheden en attitudes respondenten bezitten. Het grote voordeel is dat je in veel gevallen
gebruik kunt maken van aanwezige toetsen en toetsresultaten.
Het grote voordeel is dat je in veel gevallen gebruik kunt maken van aanwezige toetsen en
toetsresultaten.
Overwegingen bij het bevragen
o Door te bevragen krijg je zicht op informatie die je niet direct kunt waarnemen. Je kunt
bijvoorbeeld vragen naar motieven en opvattingen die moeilijk waarneembaar zijn. Daarnaast
kun je in relatief korte tijd veel data van meerdere respondenten verkrijgen.
o Door betrokkenen te bevragen kun je heel gericht data verzamelen. Je stuurt de
dataverzameling met de vragen die je vooraf opstelt. In het geval van een interview kun je zelfs
nog tijdens het gesprek je vragen aanpassen en inspelen op wat er gezegd wordt.
o Wanneer je ervoor kiest mensen te bevragen, zul je erover moeten nadenken hoe je deze
gesprekken gaat vastleggen.
o Het is niet altijd mogelijk om met mensen in gesprek te gaan. gesprekken moeten ingepland
worden en vragen tijd van de persoon die je wilt bevragen. Ook zijn niet altijd alle personen in
een school voldoende op de hoogte van een bepaald onderwerp, en in dat geval heeft een
gesprek weinig zin.
o Gesprekken in een groep (groepsinterview of focusgroep) kunnen erg nuttig zijn, omdat je in
korte tijd meerdere mensen kunt bevragen. Houd er echter wel rekening mee dat mensen in
een groep niet altijd (durven te) zeggen wat ze denken. Als je een groep wilt bevragen, denk
dan goed na over de samenstelling van die groep.
5.1.4 ALTERNATIEVE METHODEN VAN DATAVERZAMELING
We onderscheiden zes categorieën van alternatieve methoden van dataverzameling die soms
kunnen overlappen.
1. Beeldende methoden
Technieken die uitgaan van visuele of dramatische aanbiedingsvormen, nodigen mensen uit zich
op een andere manier te uiten.
2. Narratieve of verhalende methoden
Je kunt narratieve technieken en verhalen op verschillende manieren inzetten om inzicht te krijgen
in de belevingswereld van de respondenten en/of hun kijk op een bepaalde thematiek. Verhalen
vertellen is een alledaagse activiteit die zich richt op concrete gebeurtenissen. Respondenten
kunnen hierdoor op een natuurlijke, authentieke wijze hun inbreng leveren.
3. Reflectieve of associatieve methoden
Reflectie is een methode waarmee mensen van ervaringen kunnen leren. Deze ervaringen
omvatten handelingsaspecten (handelen), cognitieve aspecten (denken), emotionele aspecten
(voelen) en motivationele aspecten (willen). Het reflecteren maakt vaak impliciet of expliciet deel
uit van het dagelijks handelen van leraren en leerlingen.
In je onderzoeksplan beschrijf en plan je de onderzoeksactiviteiten voor het verzamelen, analyseren
en concluderen, het ontwerpen (indien van toepassing) en het rapporteren en presenteren.
Dit hoofdstuk biedt inzicht in de verschillende methoden van dataverzameling die je in je
onderzoeksplan kunt opnemen.
5.1 METHODEN VAN DATAVERZAMELING BIJ PRAKTIJKONDERZOEK
5.1.1 TEKSTBRONNEN BESTUDEREN
Afhankelijk van je deelvraag kun je zowel data ontlenen aan vakliteratuur als aan andere publieke
en interne bronnen (zie bijlage A). Soms biedt ook je literatuurstudie bruikbare inzichten. Wanneer
je enkel verschillende wetenschappelijke bronnen bestudeert en vergelijkt, spreek je vaak over een
literatuurreview. Bestuderen heeft bij praktijkonderzoek vaak een kwalitatief karakter: je legt het
accent op de inhoud van de tekstbronnen (betekenis). Je kunt je echter ook op frequenties richten,
bijvoorbeeld wanneer je wilt weten hoe vaak bepaalde termen in verschillende beleidsnotities
worden gebruikt.
In bijlage A staat welke publieke bronnen en interne bronnen je kunt bestuderen in het kader van je
onderzoek en hoe je deze kunt vinden.
Overwegingen bij het bestuderen van tekstbronnen
o Bij het bestuderen van tekstbronnen ben je minder afhankelijk van de dagelijkse dynamiek. Je
kunt zelf bepalen op welk moment en op welke plaats je de tekstbronnen bestudeert.
o Als je privacygevoelige informatie wilt gebruiken, zul je hierover eerst duidelijke afspraken
moeten maken met je school.
o Als je bronnen bestudeert, ben je altijd afhankelijk van de persoon die de betreffende tekst
heeft geschreven. De notulen van een vergadering kunnen bijvoorbeeld gekleurd zijn door
degene die notuleerde.
5.1.2 OBSERVEREN
In het kader van een onderzoek doe je dit doelgericht en systematisch met het oog op de
beantwoording van je onderzoeksvraag. Hierbij kun je zowel kiezen voor een kwalitatieve als voor
een kwantitatieve aanpak; je legt je bevindingen vast in de vorm van een beschrijvende tekst of
getallen en turfstreepjes.
Overwegingen bij het observeren
o Door te observeren kun je meer inzicht krijgen in hoe bepaalde processen in de praktijk
verlopen: je brengt deze in kaart.
o Observeren is een directe vorm van data verzamelen. Je bekijkt live wat er in de praktijk
gebeurt, zonder dat deze beelden door anderen beïnvloed zijn. Je ervaart de onderwijspraktijk
als het ware vanuit de eerste persoon.
o Je kunt niet iets bekijken wat zich in het verleden heeft voorgedaan (tenzij je gebruikmaakt van
beeldopnamen). Ook praktijksituaties die niet frequent voorkomen, zijn lastig te observeren.
o Je maakt bij het observeren meestal zelf deel uit van de onderwijspraktijk en daardoor
beïnvloed je ongemerkt de praktijksituatie. Zelfs als je ervoor kiest bepaalde praktijksituaties
met een filmcamera op te nemen, treedt er meestal beïnvloeding op.
o Als je kiest voor directe observatie leg je de observaties direct vast. Als je kiest voor registratie
met behulp van audio- of filmapparatuur, werk je naderhand vaak uit wat je hebt opgenomen.
Dit wordt ook wel transcriberen genoemd.
o Wanneer je samen met anderen een praktijksituatie gaat observeren, moeten er gezamenlijk
afspraken worden gemaakt over de manier waarop je dit gaat doen, zodat je op een
overeenkomstige manier observeert.
, 5.1.3 BEVRAGEN
Bevragen houdt in dat je mensen vraagt hoe ze hun eigen gedrag, dat van anderen of een
praktijksituatie waarnemen en ervaren. Je hebt dus altijd te maken met percepties (interpretaties)
van anderen. Bij het bevragen kan zowel voor een kwalitatieve als voor een kwantitatieve aanpak
worden gekozen. Zo kun je een interview voeren waarbij je veelal open vragen stelt of
gebruikmaken van gestandaardiseerde vragenlijsten met gesloten vragen. Kwalitatieve methoden
van bevragen worden eerder mondeling dan schriftelijk uitgevoerd.
Een specifieke vorm van bevragen is toetsen of testen afnemen. Je gaat dan na welke kennis,
vaardigheden en attitudes respondenten bezitten. Het grote voordeel is dat je in veel gevallen
gebruik kunt maken van aanwezige toetsen en toetsresultaten.
Het grote voordeel is dat je in veel gevallen gebruik kunt maken van aanwezige toetsen en
toetsresultaten.
Overwegingen bij het bevragen
o Door te bevragen krijg je zicht op informatie die je niet direct kunt waarnemen. Je kunt
bijvoorbeeld vragen naar motieven en opvattingen die moeilijk waarneembaar zijn. Daarnaast
kun je in relatief korte tijd veel data van meerdere respondenten verkrijgen.
o Door betrokkenen te bevragen kun je heel gericht data verzamelen. Je stuurt de
dataverzameling met de vragen die je vooraf opstelt. In het geval van een interview kun je zelfs
nog tijdens het gesprek je vragen aanpassen en inspelen op wat er gezegd wordt.
o Wanneer je ervoor kiest mensen te bevragen, zul je erover moeten nadenken hoe je deze
gesprekken gaat vastleggen.
o Het is niet altijd mogelijk om met mensen in gesprek te gaan. gesprekken moeten ingepland
worden en vragen tijd van de persoon die je wilt bevragen. Ook zijn niet altijd alle personen in
een school voldoende op de hoogte van een bepaald onderwerp, en in dat geval heeft een
gesprek weinig zin.
o Gesprekken in een groep (groepsinterview of focusgroep) kunnen erg nuttig zijn, omdat je in
korte tijd meerdere mensen kunt bevragen. Houd er echter wel rekening mee dat mensen in
een groep niet altijd (durven te) zeggen wat ze denken. Als je een groep wilt bevragen, denk
dan goed na over de samenstelling van die groep.
5.1.4 ALTERNATIEVE METHODEN VAN DATAVERZAMELING
We onderscheiden zes categorieën van alternatieve methoden van dataverzameling die soms
kunnen overlappen.
1. Beeldende methoden
Technieken die uitgaan van visuele of dramatische aanbiedingsvormen, nodigen mensen uit zich
op een andere manier te uiten.
2. Narratieve of verhalende methoden
Je kunt narratieve technieken en verhalen op verschillende manieren inzetten om inzicht te krijgen
in de belevingswereld van de respondenten en/of hun kijk op een bepaalde thematiek. Verhalen
vertellen is een alledaagse activiteit die zich richt op concrete gebeurtenissen. Respondenten
kunnen hierdoor op een natuurlijke, authentieke wijze hun inbreng leveren.
3. Reflectieve of associatieve methoden
Reflectie is een methode waarmee mensen van ervaringen kunnen leren. Deze ervaringen
omvatten handelingsaspecten (handelen), cognitieve aspecten (denken), emotionele aspecten
(voelen) en motivationele aspecten (willen). Het reflecteren maakt vaak impliciet of expliciet deel
uit van het dagelijks handelen van leraren en leerlingen.