Homeostase, Osmose & Diffusie
Celmembraan
Iedere cel staat in contact met zijn omgeving, het membraam omsluit de cel.
Cellen nemen uit hun omgeving stoffen op en geven aan de omgeving stoffen af.
o Bij deze opname en afgifte van stoffen spelen diffusie, osmose en actief
transport een rol.
De membraan heeft een regelende functie voor het doorlaten van verschillende
stoffen. Sommige stoffen worden doorgelaten en andere niet. Functie membraan:
o Belemmert vrije diffusie van stoffen in/uit de cel
o Biedt bescherming tegen de buitenwereld
o Maakt specifieke transporten in/uit de cel noodzakelijk
o Handhaaft concentratieverschillen
o Handhaaft potentiaalverschil
Concentratie- en potentiaalverschil bron van energie.
Het milieu interieur is het vocht met daarin opgelost voedings- en afvalstoffen.
De samenstelling van het milieu interieur moet constant blijven Homeostase.
Oedeem is overtollig weefselvocht, het milieu interieur wordt niet goed geregeld
en het evenwicht is niet goed want er zit te veel vocht.
Het celmembraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden (stoffen gebouwd
van vetstoffen en een groep van fosfaten erbij Glycolipiden en cholesterol) en
daartussen in ronddrijvende eiwitmoleculen
Te veel cholesterol is niet goed door dat het kan zorgen voor hart- en vaatziekten,
maar het is wel noodzakelijk in de celmembraan. Een fosfolipide heeft door zijn
samenstelling een hydrofiele (houdt van water) kop en een hydrofobe
(dubbele) staart. (Houdt niet van water maar van lipiden: Vetten). Een
molecuul dat er zo uitziet heet ambipolair (twee eigenschappen). In het
membraan ontstaat hierdoor een lipofiel milieu, scheidingswand tussen twee
hydrofiele compartimenten: Cytoplasma en extracellulaire vloeistof.
Vloeibaar mozaïek model
Vloeibaar: Het is steeds aan het veranderen door de eiwitmoleculen doordat ze
geen vaste plek hebben, ze verplaatsen steeds waardoor het patroon
voortdurend verandert.
Mozaïek: Doordat er heel veel kleine structuurtjes zijn
, Op de eiwitmoleculen liggen structuurtjes genaamd glycocalyx die zorgen voor
weerstand en het herkennen van vijanden.
Concentratie- en potentiaalverschil
Concentratie: Hoeveelheid deeltjes in bepaalde volume.
Het celmembraan zorgt ervoor dat het verschil wordt gehandhaafd.
Potentiaal: De lading (+ en -) Bv. In het cytoplasma (cellen) zijn negatief geladen.
En buiten de cellen is er een positieve laden.
Lipiden – dubbellaag
De lipide dubbellaag is doorgankelijk voor:
o Vet-oplosbare stoffen (lipofiele stoffen)
o Water
En niet toegankelijk voor:
o Wateroplosbare stoffen (hydrofiele stoffen)
o Ionen in het algemeen
Membraamtransport
Passief
o Diffusie
o Osmose
De voortdurende vrije beweging van ionen en moleculen in gas of een vloeibare
oplossing. Vindt plaats zonder energieverbruik. Gebeurt vanuit een meer
geconcentreerd milieu in de richting van een meer verdund milieu Diffusie.
De moleculen bewegen zich van plek waar een grote concentratie is naar een
plek waar weinig moleculen zijn tot dat er een evenwicht is.
Diffusie: De verplaatsing van molecule/deeltjes onder invloed van een gradiënt
(Concentratie- en elektrisch gradiënt verschil) In een gasvorming of een
vloeibaar medium. Deze beweging duurt tot dat het evenwicht is bereikt, de
concentratie overal gelijk.
Concentratie: gradiënt
Concentratie = de hoeveelheid opgeloste stof per volume-eenheid van de
oplossing
Samenvatting: