Kwalitatief hoorcollege 1 – 2021 TOE
Recap van KOM
Denk aan de empirische cyclus
Bij kwalitatief onderzoek sla je de hypothese over
Kwantitatief = lineair proces
Kwalitatief = cirkel proces
Kwalitatief onderzoek
1. Ongestructureerd
2. Semigestructureerd ( topic list, met aantal vragen)
3. Gestructureerd ( survey)
Reactiviteit= als je weet dat je wordt onderzocht, zal je anders antwoorden
Focusgroep = je doelgroep
Moderator = de leider van het onderzoek
Interviews zijn vragen en antwoorden – het uitwerken van gevoelens en ervaringen dat wordt
omgezet in taal
Je zorgt inhoudelijk voor goede vragen (content)
Je zorgt voor gemotiveerd gedrag (relationele)
Waarom voer je interviews uit:
Om de perspectieven van een (klein aantal mensen) te begrijpen (denk)aan ideeën, situaties
Goed interview:
- Reciprociteit interactie
- Reageren op elkaar
- Band van vertrouwen (‘ik ben kundig’)
Attributen van de interviewer
- Bouw je rapport op
- Luister actief mee
- Vraag relevante ‘follow up’ vragen
, - DENK NOG NIET AAN HET ANALYTISCHE CONSTRUCT
Vormen van interviews:
- Face to face (niet heel handig, schuin is beter)
- Telefonisch
- Online (skype of chat)
- Go-along interview = kortere vorm van etnografisch interview (zeer laagdrempelig)
- Etnografisch interview = context van een groter onderzoek, waar je heel lang verblijft in een
bepaalde cultuur. Goede manier om mensen te leren kennen, denk aan ervaringen,
observaties en interviews.
Etappes van interviews
1. Aankomst en introductie
2. Introduceren van het onderzoek (informed consent)
3. Beginnen van het interview
4. Tijdens het interview (beste topic voor het laatst, zo zit je in een fijne vertrouwde situatie)
5. Einde van het interview (sluit het op een passende manier af, positieve sfeer)
6. Na het interview (koetjes en kalfjes)
Doornappel effect: ineens komt er heel waardevolle informatie wanneer de respondent weg gaat,
maak hier ruimte voor. (Laat de respondent eerst weggaan voordat je het interview afsluit, let op dit
mag je niet direct meenemen voor het onderzoek behalve als je hiernaar vraagt.)
Probing: is laten merken dat je meer wilt weten tijdens het interview – denk aan stiltes, specifiekere
vragen
Focusgroepen
= ‘a focus group study is a carefully planned series of discussions designed to obtain perceptions on a
defined area of interest in a permissive, nonthreatening environment’
- Data is gegenereerd door interactie
- Laat de participanten luisteren en reflecteren, en laat hen hun eigen standpunt overwegen
- Houdt geen groepsinterview
- Maak het spontaan, en gebruik een natuurlijke setting
Waarom gebruiken we focusgroepen?
- Het diagnosticeren van problemen
- Stimuleren van nieuwe ideeën of identificeren van nieuwe relaties
- Evalueren van programma’s
- Interpreteren van kwantitatieve resultaten
Occurent triangulatie: dat je de situatie vanuit twee perspectieven bekijkt. Ook wel researchers
tringulatie
Sequentieel verklarend research: kwantitatief onderzoek en ik begrijp de resultaten niet helemaal,
doe dan een kwalitatief onderzoek en ga kijken of het duidelijk wordt.
Doel is niet consensus!
Wat kan er fout gaan?
- Slechte interactie
- Slechte leider
Recap van KOM
Denk aan de empirische cyclus
Bij kwalitatief onderzoek sla je de hypothese over
Kwantitatief = lineair proces
Kwalitatief = cirkel proces
Kwalitatief onderzoek
1. Ongestructureerd
2. Semigestructureerd ( topic list, met aantal vragen)
3. Gestructureerd ( survey)
Reactiviteit= als je weet dat je wordt onderzocht, zal je anders antwoorden
Focusgroep = je doelgroep
Moderator = de leider van het onderzoek
Interviews zijn vragen en antwoorden – het uitwerken van gevoelens en ervaringen dat wordt
omgezet in taal
Je zorgt inhoudelijk voor goede vragen (content)
Je zorgt voor gemotiveerd gedrag (relationele)
Waarom voer je interviews uit:
Om de perspectieven van een (klein aantal mensen) te begrijpen (denk)aan ideeën, situaties
Goed interview:
- Reciprociteit interactie
- Reageren op elkaar
- Band van vertrouwen (‘ik ben kundig’)
Attributen van de interviewer
- Bouw je rapport op
- Luister actief mee
- Vraag relevante ‘follow up’ vragen
, - DENK NOG NIET AAN HET ANALYTISCHE CONSTRUCT
Vormen van interviews:
- Face to face (niet heel handig, schuin is beter)
- Telefonisch
- Online (skype of chat)
- Go-along interview = kortere vorm van etnografisch interview (zeer laagdrempelig)
- Etnografisch interview = context van een groter onderzoek, waar je heel lang verblijft in een
bepaalde cultuur. Goede manier om mensen te leren kennen, denk aan ervaringen,
observaties en interviews.
Etappes van interviews
1. Aankomst en introductie
2. Introduceren van het onderzoek (informed consent)
3. Beginnen van het interview
4. Tijdens het interview (beste topic voor het laatst, zo zit je in een fijne vertrouwde situatie)
5. Einde van het interview (sluit het op een passende manier af, positieve sfeer)
6. Na het interview (koetjes en kalfjes)
Doornappel effect: ineens komt er heel waardevolle informatie wanneer de respondent weg gaat,
maak hier ruimte voor. (Laat de respondent eerst weggaan voordat je het interview afsluit, let op dit
mag je niet direct meenemen voor het onderzoek behalve als je hiernaar vraagt.)
Probing: is laten merken dat je meer wilt weten tijdens het interview – denk aan stiltes, specifiekere
vragen
Focusgroepen
= ‘a focus group study is a carefully planned series of discussions designed to obtain perceptions on a
defined area of interest in a permissive, nonthreatening environment’
- Data is gegenereerd door interactie
- Laat de participanten luisteren en reflecteren, en laat hen hun eigen standpunt overwegen
- Houdt geen groepsinterview
- Maak het spontaan, en gebruik een natuurlijke setting
Waarom gebruiken we focusgroepen?
- Het diagnosticeren van problemen
- Stimuleren van nieuwe ideeën of identificeren van nieuwe relaties
- Evalueren van programma’s
- Interpreteren van kwantitatieve resultaten
Occurent triangulatie: dat je de situatie vanuit twee perspectieven bekijkt. Ook wel researchers
tringulatie
Sequentieel verklarend research: kwantitatief onderzoek en ik begrijp de resultaten niet helemaal,
doe dan een kwalitatief onderzoek en ga kijken of het duidelijk wordt.
Doel is niet consensus!
Wat kan er fout gaan?
- Slechte interactie
- Slechte leider