Samenvatting ontwikkelingspsychologie
Hoofdstuk 1
Bestuderen van de groei —> wetenschappelijke benadering
Verandering van de ontwikkeling van het kind, daarbij komen ontwikkeling onderzoeken
bij kijken.
Besturen van menselijke ontwikkeling —> sommige kijken naar de ontwikkeling van de
mens in het algemeen en andere willen juist daarin een verschil
Ontwikkelingspsygologen houden zich niet alleen boog met de groei en ontwikkeling
maar ook de stabiliteit van kinderen, volwassen en Adolescenten.
Adolescenten zijn jongvolwassenen in de overgangsfase tussen kind- en volwassenheid,
meestal tussen ongeveer 10 en 22 jaar oud, hoewel leeftijdsgrenzen niet vastliggen
Ze kijken welke periode in het leven van de mens veranderen van conceptie tot dood.
Vroeger hielden filosofen zich alleen bezig met kinderen hun groei maar nu houden ze
ook de ontwikkeling bij van oudere.
Fysieke ontwikkeling —> ontwikkeling van het lichaam, bv hersenen en botten. En
ontwikkeling van zintuigen
Cognitieve ontwikkeling —> Ons denkend vermogen, hoe leren kinderen. En het getuigen
weet je nog wat je vroeger deed als kind.
Sociaal-emotionele ontwikkeling —> Scociale relatie in betrekking hoe maak je
vriendschappen. En het omgaan van emotie verdriet en boosheid.
Persoonlijkheidsontwikkeling —> Ontwikkeling van persoonlijkheden hoe jij in elkaar gaat
zitten.
Normatieve gebeurtenis —> iets wat iedereen meemaakt. Bv je gaat op je 4de
naar school. Bijna iedereen maakt dit mee
Niet normatief —> iets wat niet gebruikelijk is. Bv verlies van een ouder op een
jonge leeftijd. Niet iedereen maakt dat mee
Collectivistische oriëntatie —> wil zeggen dat mensen meer gericht is om onderlink
afhankelijk
Individualistisch —> Wil zeggen meer gericht op uniek en onafhankelijkheid
Filosoof Locke: het kind als een onbeschreven blad —> Hij was van mening dat kinderen
ongeschreven op de wereld kwamen. En door de omgeving worden ze ontwikkelt.
Stroming beheviornisme
Filosoof Rousseau: mensen zijn in wezen goed. —> Hij was van mening als kinderen op
de wereld komen zijn ze een goed mens. Maar negatieve omstandigheden kunnen
verandering geven in hun ontwikkeling.
Veel invloedrijke denkers tijdens de twintigste eeuw —> 1 daarvan was Maria Montessori.
Ze was een Italiaanse arts en docent ze vind dat kinderen op een natuurlijke wijze leren.
Bv lage kapstok zodat ze zelf hun jas kunnen ophangen. Stimuleren van de
zelfstandigheid van een kind aanpassen van dingen en ze meer zelf laten doen. —
>Montessori
Continue vs Discontinue
Onderscheid tussen twee soorten verandering binnen de ontwikkelingspsychologie:
, Continue verandering —> de ontwikkeling verandert geleidelijk. (Een boog)
Discontinue verandering —> de ontwikkeling vindt plaats in aparte stappen of stadia.
(Een trap in stappen)
Kritieke periode vs Gevoelige periode
Kritieke periode: Een specifieke periode in de ontwikkeling waarin de aanwezigheid van
bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling.
Gevoelige periode: Een periode waarin iemand extra ontvankelijk is voor bepaalde stimuli
uit de omgeving. Je bent daar extra gevoelig voor, makkelijk als kind om de taal te leren.
Nature vs Nurture
In hoeverre is het gedrag van kinderen nature of nurture bepaald?
Nature: Genetisch bepaald. Eigenschappen, vermogens en capaciteiten die mensen van
hun ouders erven. Komt vanaf natuur, je hebt het meegekregen. Bv kleur ogen of huid.
Nurture: Omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen. Afhankelijk van opvoeding en
omgeving. Bv als ze gaan roken als vrienden/ouder dat ook al doet kans is dan groter.
Hoofdstuk 2
Psychosociale theorie van Erikson
Ontwikkeling van mensen verloopt in acht aparte stadia.
Individu moet bij elk stadia een crisis of conflict oplossen om verder te gaan.
Bijvoorbeeld stadia 1: vertrouwen vs wantrouwen —> 0 tot 18 maanden. Baby’s zijn
afhankelijk van opvoeders zonder opvoeders kunnen ze niet leven.
Wanneer iemand zorg kan aanbieden krijgen ze vertrouwen, als die zorg er niet is zorgt
voor wantrouwen.
Ouder kunnen nooit 100% vertrouwen geven want dat kan niet. Je kan niet altijd alles
voor een kind doen en alle behoeftes geven.
Erikson is van mening dat groei en verandering het hele leven door gaat. Freud daarin
tegen zegt dat het min of meer compleet is na de adolescentie. Maar Erikson vindt dat
juist het start punt van de ontwikkeling is.
Ouder kunnen nooit 100% vertrouwen geven want dat kan niet. Je kan niet altijd alles
voor een kind doen en alle behoeftes geven.
Behavioristisch (Watson)
Behavioristisch perspectief baseert zich op waarneembaar en meetbaar gedrag.
Het is helemaal blanco en je kan ze helemaal zelf iemand ontwikkelen vanuit de
omgeving.
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Sociaal-cognitieve leertheorie
Klassieke conditionering: Een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde
manier leert reageren op een neutrale stimulus, die de respons normaal gesproken niet
uitlokt. Er ontstaat een respons die er normaal niet zou zijn.
Pavlof reactie —> Je associeert iets met een ander bv, een bel elke keer als ze gaan eten.
Dat leer je dus aan.
Hoofdstuk 1
Bestuderen van de groei —> wetenschappelijke benadering
Verandering van de ontwikkeling van het kind, daarbij komen ontwikkeling onderzoeken
bij kijken.
Besturen van menselijke ontwikkeling —> sommige kijken naar de ontwikkeling van de
mens in het algemeen en andere willen juist daarin een verschil
Ontwikkelingspsygologen houden zich niet alleen boog met de groei en ontwikkeling
maar ook de stabiliteit van kinderen, volwassen en Adolescenten.
Adolescenten zijn jongvolwassenen in de overgangsfase tussen kind- en volwassenheid,
meestal tussen ongeveer 10 en 22 jaar oud, hoewel leeftijdsgrenzen niet vastliggen
Ze kijken welke periode in het leven van de mens veranderen van conceptie tot dood.
Vroeger hielden filosofen zich alleen bezig met kinderen hun groei maar nu houden ze
ook de ontwikkeling bij van oudere.
Fysieke ontwikkeling —> ontwikkeling van het lichaam, bv hersenen en botten. En
ontwikkeling van zintuigen
Cognitieve ontwikkeling —> Ons denkend vermogen, hoe leren kinderen. En het getuigen
weet je nog wat je vroeger deed als kind.
Sociaal-emotionele ontwikkeling —> Scociale relatie in betrekking hoe maak je
vriendschappen. En het omgaan van emotie verdriet en boosheid.
Persoonlijkheidsontwikkeling —> Ontwikkeling van persoonlijkheden hoe jij in elkaar gaat
zitten.
Normatieve gebeurtenis —> iets wat iedereen meemaakt. Bv je gaat op je 4de
naar school. Bijna iedereen maakt dit mee
Niet normatief —> iets wat niet gebruikelijk is. Bv verlies van een ouder op een
jonge leeftijd. Niet iedereen maakt dat mee
Collectivistische oriëntatie —> wil zeggen dat mensen meer gericht is om onderlink
afhankelijk
Individualistisch —> Wil zeggen meer gericht op uniek en onafhankelijkheid
Filosoof Locke: het kind als een onbeschreven blad —> Hij was van mening dat kinderen
ongeschreven op de wereld kwamen. En door de omgeving worden ze ontwikkelt.
Stroming beheviornisme
Filosoof Rousseau: mensen zijn in wezen goed. —> Hij was van mening als kinderen op
de wereld komen zijn ze een goed mens. Maar negatieve omstandigheden kunnen
verandering geven in hun ontwikkeling.
Veel invloedrijke denkers tijdens de twintigste eeuw —> 1 daarvan was Maria Montessori.
Ze was een Italiaanse arts en docent ze vind dat kinderen op een natuurlijke wijze leren.
Bv lage kapstok zodat ze zelf hun jas kunnen ophangen. Stimuleren van de
zelfstandigheid van een kind aanpassen van dingen en ze meer zelf laten doen. —
>Montessori
Continue vs Discontinue
Onderscheid tussen twee soorten verandering binnen de ontwikkelingspsychologie:
, Continue verandering —> de ontwikkeling verandert geleidelijk. (Een boog)
Discontinue verandering —> de ontwikkeling vindt plaats in aparte stappen of stadia.
(Een trap in stappen)
Kritieke periode vs Gevoelige periode
Kritieke periode: Een specifieke periode in de ontwikkeling waarin de aanwezigheid van
bepaalde soorten omgevingsstimuli noodzakelijk is voor een normale ontwikkeling.
Gevoelige periode: Een periode waarin iemand extra ontvankelijk is voor bepaalde stimuli
uit de omgeving. Je bent daar extra gevoelig voor, makkelijk als kind om de taal te leren.
Nature vs Nurture
In hoeverre is het gedrag van kinderen nature of nurture bepaald?
Nature: Genetisch bepaald. Eigenschappen, vermogens en capaciteiten die mensen van
hun ouders erven. Komt vanaf natuur, je hebt het meegekregen. Bv kleur ogen of huid.
Nurture: Omgevingsinvloeden die ons gedrag bepalen. Afhankelijk van opvoeding en
omgeving. Bv als ze gaan roken als vrienden/ouder dat ook al doet kans is dan groter.
Hoofdstuk 2
Psychosociale theorie van Erikson
Ontwikkeling van mensen verloopt in acht aparte stadia.
Individu moet bij elk stadia een crisis of conflict oplossen om verder te gaan.
Bijvoorbeeld stadia 1: vertrouwen vs wantrouwen —> 0 tot 18 maanden. Baby’s zijn
afhankelijk van opvoeders zonder opvoeders kunnen ze niet leven.
Wanneer iemand zorg kan aanbieden krijgen ze vertrouwen, als die zorg er niet is zorgt
voor wantrouwen.
Ouder kunnen nooit 100% vertrouwen geven want dat kan niet. Je kan niet altijd alles
voor een kind doen en alle behoeftes geven.
Erikson is van mening dat groei en verandering het hele leven door gaat. Freud daarin
tegen zegt dat het min of meer compleet is na de adolescentie. Maar Erikson vindt dat
juist het start punt van de ontwikkeling is.
Ouder kunnen nooit 100% vertrouwen geven want dat kan niet. Je kan niet altijd alles
voor een kind doen en alle behoeftes geven.
Behavioristisch (Watson)
Behavioristisch perspectief baseert zich op waarneembaar en meetbaar gedrag.
Het is helemaal blanco en je kan ze helemaal zelf iemand ontwikkelen vanuit de
omgeving.
Klassieke conditionering
Operante conditionering
Sociaal-cognitieve leertheorie
Klassieke conditionering: Een vorm van leren waarbij een organisme op een bepaalde
manier leert reageren op een neutrale stimulus, die de respons normaal gesproken niet
uitlokt. Er ontstaat een respons die er normaal niet zou zijn.
Pavlof reactie —> Je associeert iets met een ander bv, een bel elke keer als ze gaan eten.
Dat leer je dus aan.