Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Psychopathologie - Psychopathologie en psychiatrie (P0M34A)

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
114
Geüpload op
26-02-2026
Geschreven in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle 18 hoofdstukken van het boek 'Psychopathologie' geschreven door Pascal Sienaert. De samenvatting is grotendeels gebaseerd op het boek en de DSM-criteria, maar bevat ook alle informatie en voorbeelden uit de Powerpoints. (Ik haalde op dit examen een 16/20)

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

KU Leuven



Psychopathologie en
psychiatrie
P. Sienaert & K. Hebbrecht




Hannelore Bruurs
Academiejaar 2024 – 2025

, HOOFDSTUK 1: DIAGNOSTIEK EN CLASSIFICATIE
1. Van zot naar ziek
Doorheen de geschiedenis: afwijkend gedrag (onvoorspelbaar, irrationeel, gevaarlijk, afwijkend van de norm, …)
= gek, madness, insanity
 Beschrijvend, impliceren geen oorzaak
 Gedrag dat ‘anders’ is
 Doorheen eeuwen: proberen begrijpen en classificeren

Verklaring voor gekheid: verandering doorheen de eeuwen:
 Humorestheorie – middeleeuwen
o Hippocrates: mentale stoornissen is gevolg van onevenwicht in 4 lichaamssappen (= humores)
 Zwarte gal  melancholisch  zwartgallig
 Gele gal  cholerisch  driftig
 Bloed  sanguin  vurig, energiek
 Slijm  flegmatisch  rustig, kalm
 Demonologie – tot 18de eeuw
o Niet van binnen uit verklaren, maar gek zijn ontstaat door iets van buiten af
o Beïnvloed door giftige stoffen of bezeten door externe boze geesten of demonen

Het ziektebegrip: van madness naar mental illness
 Grieken, o.a. Hippocrates, beschreven reeds afzonderlijke ziekten
 Thomas Sydenham
o Introduceerde modern westerse ziekteconcept
o Vader van nosologie (= wetenschappelijke classificatie van ziekten of classificatieleer)
o Beschreef chorea van Sydenham (neurologische ziekte) = Sint-Vitusdans
o Concept van afzonderlijke ziekten met eigen symptomen, verloop en prognose
 Ziektebegrip beïnvloed door 2 belangrijke ontdekkingen:
1) Correlatie van klinisch syndroom en post-mortem afwijkingen
2) Ontdekking van micro-organismen als ziekte-verwerkkers = microbetheorie – Louis Pasteur 1862

Voorbeeld: syfilis (SOA)
- Evolueert in verschillende stadia naar ernstig beeld
- Psychiatrische symptomen: dementie, apathie, …
- Ontdekt in 1905 door Schaudinn en Hoffman: veroorzaakt door spirocheet Treponema pallidum
 Droeg bij aan overtuiging dat psychiatrische toestandsbeelden biologische oorzaak kunnen hebben

2. Van opsluiting naar behandeling
Psychiatrie – psyche (ziel) + iatros (arts, genezer)
 Term in 1808 door Johann Christian Rein: oproep voor behandeling van geesteszieken

Tot 19de eeuw: opsluiting in gekkenhuizen
 Geketend, weggestopt voor maatschappij
 Geen interesse
 Uitzondering:
o Cornelius Celsus: suggestie dat gesprekken, bezigheid en sociale activiteiten kunnen helpen
o Philippe Pinel
 Vanaf 18de eeuw proberen beeld te veranderen
 Salpêtrière-ziekenhuis in Parijs: vrouwen losketenen
 Installeerde morele behandeling: contact met en observatie van patiënten
 Komt tot eigen classificatie: 5 categorieën in ‘Nosographie philosophique ou la méthode de
l’analyse applicquée à la médecine’ uit 1798
 Melancholie
 Manie met delier
 Manie zonder delier
 Dementie
 Idiotie
o Jozef Guislain: evenknie van Pinel
 Humane behandeling van geesteszieken
 Congregatie van Broeders van Liefde: 1857 eerste gesticht
 Guislain-ziekenhuis vandaag nog actief

,3. Van inventariseren naar classificeren
Asielen in eind 18de tot begin 19de eeuw: voor iedereen dezelfde diagnose van ‘insanity’ of geestesziek, maar diverse
ladingen: nood aan ordening
 1844 in VS: eerste classificatie
o Beperkt
o Statistical classification of institutionalized mental patients
o Categorieën: mania, dementia, melancholia, partial insanity, moral insanity
o Voorlooper van DSM
 Emil Kraepelin (1856 – 1926): eerste meer omvattende classificatie
o Biologische etiopathogenese
o Compendium der Psychiatrie: psychiatrische aandoeningen zijn afzonderlijke ziekte-entiteiten:
 Eigen oorzaak
 Set van symptomen (= syndroom)
 Karakteristieke verloop
o Prognose-gericht, onderscheid geneeslijk en ongeneeslijk
o Grote invloed op hedendaags denken over psychiatrie
 20e eeuw: grotere nood aan classificatie
o Niet enkel in ziekenhuis, ook in ambulante praktijken
o Psychotherapie hoogtepunt (psychoanalyse van Freud en Jung)
o Minder ernstige toestandsbeelden ook nood aan classificatie
 1948: Wereldgezondheidsorganisatie voegt aan ICD (Internationale Classificatie van Ziekten, later lijst met
doodoorzaken) een lijst met psychiatrische stoornissen toe
 1952: American Psychiatric Association publiceert eerste editie van Diagnostic and Statistical Manual of Mental
Disorders (DSM-I)
o Tegenwicht tegen ICD, want niet eens met toevoeging uit 1948
 (Rond dezelfde tijd ook geneesmiddelen op de markt: interesse in diagnostiek neemt toe)

Evolutie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)
 DSM-I – 1952
o Gebaseerd op etiologische theorieën
o Ziektes ofwel psychogeen ofwel gevolg van ‘impairment of brain tissue function’: geen wetenschappelijke
basis
 DSM-II – 1968
o 180 stoornissen
o Gebaseerd op psychoanalyse en psychobiologie van Adolf Meyer
 Psychoanalyse:
 Nadruk op context en ervaringen in de jeugd
 Geen empirische data
 Psychobiologie:
 Meyer niet eens met Kraepelin: psychiatrische aandoeningen niet reduceren tot
hersenziekte, ook invloed van sociale en psychologische factoren
 Biologisch reductionisme (Kraepelin) leidt tot therapeutisch nihilisme
 Psychiatrische stoornissen zijn reacties op gebeurtenissen in omgeving
 Geen empirische data
 Intermezzo: US-UK Diagnostic Project
o Grootschalig onderzoek naar diagnostische praktijken in UK en VS: willen deze samenbrengen
o Vaststelling: diagnose schizofrenie 2x zo vaak in VS dan in UK
o Oorzaak: verschillende interpretaties van ziekteconcept schizofrenie
o Besluit: diagnose is subjectieve zaak  behoefte aan internationale afspraken en meer eenduidige
diagnostische criteria
 DSM-III – 1980
o Radicale breuk met traditionele psychiatrie en vorige edities
o Lijsten met observeerbare diagnostische criteria (categoriaal: concept van onderscheiden ziekte-
entiteiten)
o Categorieën waren beschrijvend en atheoretisch (geen etiologische theorie, geen psychoanalytisch
denken)
o Benadering vanuit empirische, op onderzoek gebaseerde basis
 Verschillende edities volgen
o 1987: gereviseerde versie
o 1994: DSM-IV, 2000 gereviseerde versie
o 2013: DSM-V, 2022 gereviseerde versie

,Vandaag: zowel DSM als ICD gebruikt, ook voor somatische aandoeningen
 DSM: wereldwijde referentie voor classificeren en diagnosticeren van psychiatrische ziektebeelden
 Geen handboek, wel boek met diagnostische criteria voor communicatie en onderzoek

4. Van symptoom naar syndroom
Diagnose:
 Doel: verklaren en begrijpen van toestand van patiënt, instellen van doeltreffende behandeling
 Beschrijving van symptomen
o Symptoom = ziekteteken, teken dat verwijst naar pathologisch proces
 Kernsymptomen (hoofdsymptoom, basissymptoom, sleutelsymptoom): met enige zekerheid
gekoppeld aan specifieke stoornis
 Facultatieve symptomen (bijsymptomen): maken beeld van stoornis volledig, maar niet
bepalend voor diagnose
 Verschillende types diagnoses:
o Syndroomdiagnose:
 Syndroom = groep van (dikwijls) samen voorkomende symptomen
 Ordenen van symptomen in homogene syndromen
 Beschrijvend, groepeert symptomen, zegt niets over hoe en waarom samen voorkomen of invloed
op elkaar
 Vaker aanleiding voor eenvoudigere behandeling
o Structuurdiagnose:
 Beschrijving, waardoor en op welke wijze is syndroom ontstaan (= etiopathogenese)
 Zowel neurobiologische als psychologische aspecten
 Aandacht voor:
 Predisponerende factoren: factoren die iemand kwetsbaar maken
 Luxerende factoren: factoren die stoornis uitlokken
 Onderhoudende factoren: factoren die stoornis onderhouden of versterken
 Meer ruimte voor aanpassen van behandeling aan behoeften van persoon, problematiek, …
 Context van diagnose ~ culturele normen en waarden
 Psychiatrische diagnostiek is subjectief
o Geen biologische tests
o Subjectieve oordeel, hypothetische karakter, moet voortdurend opnieuw getoetst worden

5. Classificatie en haar gebreken
Classificatie = indeling, ordening van verschijnselen in een systeem van klassen
 Doel: identificeren van groepen patiënten met vergelijkbare klinische kenmerken, ten behoeve van behandeling en
voorspellen van prognose
 Afgesproken naar en code geven
o Communicatie tussen artsen, hulpverleners, onderzoekers, zorgversterkers en zorgverzekeraars
vermakkelijken
 1979: psychiaters in VS verplicht een ICD-code geven  label bepaalde of ziekteverzekering de
behandeling vergoedt of niet
 Idealiter: classificatie gebaseerd op etiopathogenese en prognose van ziektebeeld
o Berust op syndroomdiagnose
o Descriptieve classificatie, baseert op beschrijven van symptomen

5.1Ziekteconcept bruikbaar?
Redelijk veel kritiek:
 Thomas Szasz: vanuit antipsychiatriehoek:
o Classificeren dient om te beheersen, zonder biologische afwijkingen is er geen ziekte
o Toepassen van ziekteconcept (diagnose) is enkel bedoeld als sociale controle
o Etikel kleven = van mens een ding maken (thingnifying)
 Paul Delespaul en Jim van Os:
o Diagnostische categorieën worden in DSM gepresenteerd als netjes afgebakende ziekte-entiteiten
o Psychologische problemen ≠ lichamelijke ziekten, met symptomen die verwijzen naar onderliggende
oorzaken
 Diagnoses zijn constructen
o Niet de ‘Natürliche Krankheitseinheiten’ van Kraepelin
o Niet volledig op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd
o Gebaseerd op consensus

, o Criteria verandert met de tijd: incidentie verandert dan ook

5.2Categoriaal of dimensionaal?
 Categoriaal (minder realistisch)
o Ideaal: monothetisch classificatiesysteem
 Scherpe grens (kwalitatief) tussen verschillende ziektebeelden (categorieën)
 Ziek versus gezond
 Geen overlap tussen verschillende categorieën
 Kenmerken zijn bij elk lid aanwezig
 Probleem: niet toepasbaar want grenzen zijn niet scherp
o Alternatief: polythetisch systeem
 Leden hebben verschillende kenmerken met elkaar gemeen, maar moeten niet allemaal
overeenkomen
 Prototypisch: alle leden van groep hebben zoveel mogelijk dezelfde symptomen, zonder dat één
bepaald symptoom onmisbaar of essentieel is
 Dimensionaal (realistisch)
o Grenzen tussen ziek en gezond veel minder duidelijk of strikt
o Overlap tussen categorieën:
 Veel comorbiditeit: meerdere labels
 Diagnose vat vaak niet de complexiteit van klinische realiteit
 Veel diagnoses in restcategorie

Diagnosticeren van comorbiditeit
 Niet altijd negatief
 Vergroot betrouwbaarheid: realiteit recht doen door meer dan één diagnose  patiënten hebben vaak meer dan
één cluster van symptomen
 Vergroot precisie en presenteert completer beeld
 Verschillende diagnoses
o Soms eenzelfde etiologie, reageren op eenzelfde behandeling
o Soms verschillende
 Meeste aandoeningen op spectrum: gemeenschappelijke symptomen, genetische factoren, omgevings- of
risicofactoren, neuraal substraat, …

5.3Betrouwbaarheid en validiteit
Classificatie moet valide en betrouwbaar zijn
 Validiteit
o Zegt iets over werkelijke overeenstemming tussen diagnose en stoornis, juistheid waarmee diagnostische
criteria een stoornis definiëren en afgrenzen van andere
o Onderscheiden van ene en andere diagnose
o Bekritiseerd in jaren 70 door experiment van Rosenhan: ‘On being sane in insane places’
 Betrouwbaarheid:
o Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: 2 clinici die los van elkaar tot eenzelfde diagnose komen
o Test-hertestbetrouwbaarheid: bij herbeoordeling tot dezelfde diagnose komen
o Doel van DSM: hogere betrouwbaarheid bekomen
o Uitgedrukt in kappa:
 > .60 = goede betrouwbaarheid
 .40 - .60 = matige betrouwbaarheid
 < .40 = zwakke betrouwbaarheid

Voorbeeld: depressie
- Dezelfde diagnose, verschillende klinische beelden
- Tegengestelde symptomen kunnen voorkomen: 2 patiënten kunnen diagnose hebben zonder één symptoom te
delen
- 9 DSM symptomen (2 kernsymptomen, 7 bijkomende), meer dan 200 unieke profielen
- Gevaar van één overkoepelende term: verschillende reacties op behandeling worden uitgevlakt

5.4Stigmatiserende stempels
Labellen van persoon doet iets met deze persoon: vaak identificeren mensen zich met hun label
 Leven in overeenstemming met label: ‘living up to one’s label’
 Gaan vooroordelen geloven en hier ook naar handelen (kunnen niets, zijn onbetrouwbaar, onvoorspelbaar, …)
 Zelfstigmatisering
 Why try effect: verregaande gevolgen

,6. Diagnostiek verbeteren

6.1Subtypering?
Fijne subtypering is nodig om beperkingen te remediëren: perfecte classificatie is monothetisch (scherpe grens)
Oplossing: subtypering
 Stoelt op ziektemodel; benadrukt grens eerder dan overlap
 Verschillende types onderscheiden en specifieke behandeling voorschrijven die optimaal werkt voor bepaald
subtype
 Enkel zinvol als er sprake is van ziekte-entiteiten
o Afzonderlijke ziekten

6.2Precisiediagnostiek?
Geïndividualiseerde diagnostiek: individu in diagnostische categorie indelen, verschillende symptomen op ernstschaal
zetten
 Twee individuen in dezelfde categorie kunnen verschillende profielen hebben
 Symptomen variëren niet enkel in ernst los van elkaar, maar beïnvloeden elkaar ook
 Symptomen best longitudinaal in kaart brengen voor precisie en interactie met de context betrekken
 Mogelijk via experience sampling-methode

7. DSM goed gebruiken
Probleem: kritiek op DSM-V als gevolg van onrealistische ambities en onzorgvuldige methodologie
 Veel criteria is minder strikt geworden en nieuwe stoornissen geïntroduceerd die zich op vage grens met normaal
gedrag bevinden
 Gevolg: incidentie stijgt en mensen krijgen onterecht ziektelabel opgeplakt (veel potentiële schadelijke gevolgen)

Oplossing:
 Terughoudend zijn
o Bij twijfel beter om te ‘onderdiagnosticeren’ dan te ‘overdiagnosticeren’
o Verkeerde diagnose kan eigen leven gaan leiden en is moeilijk ongedaan te maken
 Adviezen van Allen Frances:
o Diagnose mag geen momentopname zijn
o Intensieve samenwerking met patiënt nodig (gezamenlijk project)
 In DSM-III: nadruk op patiënt veel te laten vertellen
 Voordeel: persoonlijk, persoongericht
 Nadeel: gebrek aan structuur en specifieke vragen: lage betrouwbaarheid (door
idiosyncratische vrije norm)
 Vandaag: nadruk op gesloten vragen gebaseerd op DSM-criteria
 Voordeel: hogere betrouwbaarheid, diagnostisch
 Nadeel: reductionistisch, patiënt niet in alle aspecten zien
 Oplossing: semigestructureerd interview met grote verscheidenheid aan open en gesloten vragen
 Aandacht voor klinische significantie: symptomen moeten aan twee voorwaarden voldoen om als stoornis te
worden beschouwd:
1) Symptomen moeten onderling samenhangen en cluster vormen
2) Symptomen moeten klinische significant zijn of significante beperking in sociaal of beroepsmatig
functioneren veroorzaken

, HOOFDSTUK 2: HET KWETSBAARHEID-STRESSMODEL
1. Erfelijkheid
Psychiatrische aandoeningen: belangrijk deel mee veroorzaakt door genetische factoren
 Hoe hoger je verwantschap met iemand met psychiatrische stoornis, hoe groter je risico
 Hoe meer mensen in de familie met diezelfde aandoening, hoe groter je risico

2. Heritabiliteit
= de mate waarin genen belangrijk zijn bij het uitlokken van stoornis
= de mate waarin genetische factoren fenotypische kenmerken kunnen verklaren
≠ overerfbaarheid (= herhalingsrisico bij eerstegraadsverwanten)

Schattingen van heritabiliteit voor bepaalde stoornissen:
- Autisme: 75%
o Hoog
o Herhalingsrisico is ook hoog
- ADHD, bipolaire stoornis en schizofrenie: 60 – 70%
- Depressie: 30 – 40%
o Genetische invloed
- Verslaving aan middelen: 40%

3. Polygenetische overerving
Monogenetische aandoening: aandoening die tot stand komt door genetische overdracht van één gen
 Bv. ziekte van Huntington
 Eenvoudig model (schiet tekort om overerving van
psychiatrische stoornissen te verklaren

Polygenetische overerving: aandoening wordt veroorzaakt
door meerdere genen
 Diverse genen betrokken
 Kans op ontwikkelen van aandoening neemt toe
naarmate het aantal fouten in verschillende genen
groter is
 Verklaard waarom meeste psychiatrische stoornissen
niet zo vaak overgedragen worden
o Complexiteit van polygenetische overerving
o Kans dat kind alle ongunstige varianten overerft
is niet groot

Besluit: kwetsbaarheid wordt overgeërfd, ziekte zelf niet

4. Kwetsbaarheid-stressmodel
Stelt dat psychiatrische aandoening resultaat kan zijn van complex samenspel tussen erfelijke biologische kwetsbaarheid
en multiple stressfactoren

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
26 februari 2026
Aantal pagina's
114
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€12,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
hannelorebruurs Katholieke Universiteit Leuven
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
16
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
11
Laatst verkocht
6 dagen geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen