Week 2 – hoorcollege: leer theoretisch kader
Prins et al., H1-H3
H1 – geschiedenis, kenmerken en overwegingen bij het gedragstherapeutische proces
Gedragstherapie kan het best omschreven worden als een empirische benadering van
psychologische problemen.
Enkele typische kenmerken van (cognitieve) gedragstherapie:
- Ontwikkelingsperspectief: er wordt rekening gehouden dat het kind in ontwikkeling is
- Samenwerken met ouders en de context: ecologische systeemtheorie
- Gedragstherapie als probleemoplossend proces
- Niet praten maar doen: speelser karakter
- De therapeut als coach: de therapeut zegt niet hoe het moet, maar leert het kind/de
adolescent zelfstandig na te denken en zelf naar oplossingen te zoeken
Gedragstherapie levert de middelen om complexe problematiek uiteen te rafelen tot
meer hanteerbare deelproblemen
7 fasen van gedragstherapie:
1. Kennismaking
2. Probleeminventarisatie
3. Probleemdefiniëring
4. Behandelingskeuzen
5. Behandeling
6. Evaluatie en afsluiting
7. Boostersessies en follow-up
Holistische theorie (HT)/Casusconceptualisatie (CC)
Het formuleren van een hypothetische samenhang tussen de gerapporteerde en de
waarneembare problemen en de veronderstelde oorzakelijke en in stand houdende
factoren
Voordelen:
Het bieden van een systematisch cognitief-theoretisch kader voor de problemen van de
cliënt
Geïndividualiseerde cognitief-therapeutische behandelprotocollen die hierop
aansluiten
Een betere beschrijving van en inzicht in de aangemelde problemen
Een welomschreven therapeutische werkrelatie
Meer doelgericht therapeutische interventies
Concrete behandelresultaten
, H2 – gedragsassessment en psychodiagnostiek bij kinderen en jeugdigen: een getrapte
benadering
Drie diagnostische trajecten:
1) Minimale diagnostiek: snel en oplossingsgericht
2) Kortdurende diagnostiek: na één of twee gesprekken wordt op basis van eenvoudige
probleemsamenhang een diagnose gesteld
3) Waar nodig uitgebreidere diagnostiek
Minimale diagnostiek voorafgaand aan oplossingsgerichte interventies
- In de oplossingsgerichte werkwijze wordt de cliënt dan uitgenodigd tot het formuleren
van doelen die concreet, haalbaar en in positieve toekomstgerichte termen te stellen
zijn
- Commitmentfase: overeenstemming wordt bereikt tussen hulpverlener en cliënt over
doelen en werkwijze
Kortdurende diagnostiek voorafgaand aan een protocollaire behandeling
- Probleemgerichte benadering wordt bedacht, volgt eerst een klachtenanamnese
- Beleving en wensen van ouders en kind wordt geëxploreerd
- Gericht op het verkrijgen van informatie over het probleemgedrag alsmede de sterkte
en zwakke kanten in het huidige functioneren van het kind en het gezin
- Na indicatiestelling volgt adviesgesprek
- Functie- en betekenisanalyse inlassen om op basis daarvan behandelplan op te stelle
Uitgebreidere diagnostiek voorafgaand aan een geïndividualiseerde behandeling
- Anamnesegesprek wordt uitgebreid met een extra gesprek over klachtenanamnese of
een klinisch interview
- Observatie
- ABC-schema
- Nader ingaan op gezinsfunctioneren
- Ingaan op voorgeschiedenis ouders
- Psychodiagnostische test (onderzoek) kan een volgende stap zij om de vereiste
informatie te krijgen voor de holistische theorie
- Intelligentieonderzoek kan belangrijk zijn om klachtgedrag te kunnen interpreteren
Verschil HT en CC
Doel HT: tot een verantwoorde probleemkeuze te kunnen komen: met welk gedragsprobleem
wordt er begonnen
Doel CC: driedelig doel
1. Behandeling in goede banen leiden
2. Verlichting van alle stress bij die cliënt
3. Vergroting van diens weerbaarheid, met aandacht voor problematisch functioneren en
veerkracht