HC 1-12, WC 1&2, WG1&2, P1&2
Infectie &
Immuniteit
BMW UU jaar 2014/2015
,Infectie en immuniteit
Thema 1: innate immunity, bacteriën en schimmels
HC 2 Patroonherkenning
Weerstand: beschermen tegen de buitenwereld
Weerstand tegen infecties wordt geleverd door
- Natuurlijke afweer/innate immunity
- Specifieke afweer immuniteit
Er vindt interactie plaats tussen deze twee
Innate immunity wordt als steeds belangrijker gezien, ook met betrekking tot de adaptieve afweer.
Ontaarden van het immuunsysteem leidt tot pathologie
Innate immunity levert weerstand zonder gebruik van cellen voor het immuunsysteem, de weerstand zit ‘aan
de buitenkant’. Innate immunity levert al 90% van weerstand.
Orgaan of weefsel Innate mechanismen die huid/epitheel beschermen
Huid Antimicrobiële peptiden, vetzuren in sebum
Mond en bovenste alimentair kanaal Enzymen, antimicrobiële peptiden, schoonvegen van
oppervlak door vloeistof richting de maag
Maag Lage pH, verteringsenzymen, antimicrobiële peptides,
vloeistof richting darmkanaal
Dunne darm Verteringsenzymen, antimicrobiële peptides,
vloeistof richting dikke darm
Dikke darm Normale intestinale flora competeren met invasie
microbes, vloeistof/feces wordt uitgescheiden uit
rectum
Luchtwegen en longen Cilia verplaatsen mucus naar buiten, kuchen en
niezen, macrofagen in alveoli
Tractus urogenitalis Spoelen door urine, aggregatie door urinaire
mucines, lage pH, antimicrobiële peptides, eiwitten in
vaginale secreties. Mictie voor ‘uitspoelen’
Speeksel, traan en borstklieren Spoelen door secreties, antimicrobiële peptiden en
eiwitten in vaginale secreties
Menselijke antimicrobiële proteïnes en peptiden op epitheliale oppervlakken
- Lysozymen (speekselklieren)
- Lactoferrine (mucosa, bindt bacteriën)
- Defensines (mucosa, maken parasieten en virusmembranen kapot),
- Surfactantproteïne (luchtwegen, blokt bacteriën)
Deze stoffen zorgen ervoor dat bacteriën en virussen doodgaan voordat ze de mogelijkheid krijgen naar binnen
te komen. Andere bescherming:
- Flora (bacteriën op huid en in darmen)
Er bestaat afweer tegen diverse typen pathogenen:
Virussen, fungi, parasieten en bacteriën. Hier kan een
onderverdeling gemaakt worden in types:
- Extracellulaire bacteriën, parasieten, fungi
o Streptococcus pneumoniae
- Intracellulaire bacteriën, parasieten
o Mycobacterium leprae
- Virussen (intracellulair)
o Influenza, varicella
- Parasitaire wormen (extracellulair)
o Ascaris, schistosoma
Pathogenen kunnen binnen/buiten de cel zitten. Hiervoor zijn
verschillende mechanismen.
Cellen van de afweer komen uit het beenmerg
, In het beenmerg zitten hematopoietische stamcellen. Er zijn twee belangrijke lijnen
1. De lymfocytaire lijn (T- en B-cellen)
2. De myeloïde cellijn. De volgende komen aan bod in dit college:
a. Neutrofiele granulocyt
b. Macrofaag
c. Eosinofiel, basofiel
Innate/natuurlijke immuniteit (snelle respons) Adaptieve immuniteit
- Dendritische cellen - B-cellen (+ antilichamen)
- Granulocyten - T-cellen
o Basofielen - CD4-T-cellen
o Eosinofielen - CD8-T-cellen
o Neutrofielen
- Natural killer cellen
- Mestcellen
- Macrofagen
( T-cellen en Natural killer T-cellen zitten in het overlappend gebied)
Als een bacterie erin slaagt om via alle bovengenoemde barrières toch binnen te komen dan hebben we cellen
om ze op te ruimen. Als eerste hebben we de neutrofiele granulocyt.
Granulocyten
- Natuurlijke afweer
- Myeloïde monocytaire reeks
- Polymorfkernig
Neutrofiel (granulocyt)
- Bevat granula en is fagocyterend (bevat fagosomen)
- Meest voorkomende wiite bloedcel en granulocyt
- Kleurt niet met basische/zure kleurstoffen
- In granulues:
o Proteases, antimicrobiële peptides, protease inhibitors,
histamine
- Functies: weefsel remodeling, directe schade aan pathogenen,
regulatie van proteases, vasodilatie & inflammatie
Eosinofiel (granulocyt)
- Brilachtige kern
- Vooral bij worminfecties/astmatische aandoeingen
- Kleurt bij zure kleurstoffen?
- In granules:
o Cationische eiwitten, ribonucleases, cytokines en
chemokines
o Basisch eiwit
- Functies: vorming van ROS, vasodilatie, basofiel degranulatie,
antivirale activiteit, modulatie van adaptieve immuunrespons,
aantrekken leukocyten
Basofiel (granulocyt)
- Komt het minst voor in het bloed
- Zit in het weefsel als mestcel met granula, bij vrijkomen van de inhoud ontstaat er vasculaire
verandering
- In granules: cytokines, lipide mediators, histamine
- Functies: modulatie adaptieve immuunrespons, regulatie van
inflammatie, vasodilatie, gladde spier activatie
Monocyt (ook myeloïde monocytaire reeks)