Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Bijzonder strafrecht (Master Strafrecht UU): stappenplannen & relevante lesstof (mét jurisprudentie)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
47
Geüpload op
28-02-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze complete samenvatting van het vak Bijzonder Strafrecht (Master Strafrecht Universiteit Utrecht) biedt een helder overzicht van de belangrijkste leerstof. Per week zijn de onderwerpen overzichtelijk uitgewerkt en voorzien van stappenplannen voor het beantwoorden van tentamenvragen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Stappenplannen & relevante artikelen en informatie Bijzonder Strafrecht – Master UU 2025-
2026

Week 1: introductie; WED en Wft
Stappenplan voor het bepalen of sprake is van een economisch delict en het strafmaximum
daarvan
1. Stap 1: welke bijzondere wet is van toepassing; om welke verbodsbepaling gaat het in de casu?
2. Stap 2: staat deze verbodsbepaling in artikel 1 óf artikel 1a WED?
 Zo nee, dan stopt het hier.
 Je valt dan terug op de bepalingen van het Sv.
 Zo ja, dan is sprake van een economisch delict.
 Door naar stap 3.
3. Stap 3: is er sprake van een misdrijf of een overtreding? Pas artikel 2 WED toe:
 Hoofdregel = artikel 2 lid 1 WED: economische delicten, bedoeld in artikel 1 (onder 1° en
2°) en artikel 1a (onder 1° en 2°), zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan;
voor zover deze economische delicten geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen.
 Wanneer het feit dus niet opzettelijk is begaan, is sprake van een overtreding
op grond van dit artikel. Zie ook: HR Overtreding wordt misdrijf r.o. 3.7 + noot
onder 7-8.
 Uitzonderingen zijn:
 Artikel 2 lid 2 WED: ten aanzien van artikel 15 lid 2 Distributiewet.
 Artikel 2 lid 3 WED: de economische delicten, bedoeld in artikel 1 (onder 3°),
zijn misdrijven of overtredingen, al naar gelang zij in de desbetreffende
voorschriften als misdrijf dan wel als overtreding zijn gekenmerkt.
 Artikel 2 lid 4 WED: de economische delicten, bedoeld in artikel 1 (onder 4°) en
artikel 1a (onder 3°), zijn overtredingen.
 Artikel 2 lid 5 WED: de economische delicten, bedoeld in artikel 1 (onder 5°),
zijn misdrijven.
4. Stap 4: benoem artikel 5 WED: ‘Tenzij de wet anders bepaald, kunnen ter zake van economische
delicten geen andere voorzieningen met de strekking van straf of tuchtmaatregel worden
getroffen dan de straffen en maatregelen, overeenkomstig deze wet op te leggen.
5. Stap 5: welke strafmaxima is van toepassing?
 Artikel 6 lid 1 onder 1° WED: in geval van een misdrijf op grond van artikel 1 (onder 1°)
óf in artikel 1a (onder 1°)  gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren, taakstraf of
geldboete van 5e categorie;
 Artikel 6 lid 1 onder 2° WED: in geval van een ander misdrijf (dan onder artikel 6 lid 1
onder 1° WED)  gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren, taakstraf of geldboete van de
4e categorie;
 Artikel 6 lid 1 onder 3° WED: indien hij van het plegen van het misdrijf als bedoeld onder
artikel 6 lid 1 (onder 2°) WED een gewoonte heeft gemaakt  gevangenisstraf van ten
hoogste 4 jaren, taakstraf of geldboete van 5e categorie.
 Artikel 6 lid 1 onder 4° WED: in geval van overtreding, voor zover het betreft een
economisch delict bedoeld in artikel 1 (onder 1°) óf artikel 1a (onder 1°)  hechtenis van
ten hoogste 1 jaar, taakstraf of geldboete van de 4e categorie.
 Artikel 6 lid 1 onder 5° WED: in geval van een andere overtreding  hechtenis van ten
hoogste 6 maanden, taakstraf of geldboete van de 4e categorie.
 LET OP! indien de waarde der goederen, waarmede of met betrekking tot welke
het economisch delict is begaan, of die geheel of gedeeltelijk door middel van
het economisch delict is verkregen, hoger is dan het 4 e gedeelte van het
maximum der geldboete welke in de gevallen onder 1° t/m 5° kan worden
opgelegd, kan, onverminderd het bepaalde in artikel 23 lid 7 Sr, een geldboete
worden opgelegd van de naasthogere categorie.
 N.B.: de hoogten van de boetecategorieën staan in artikel 23 lid 4 Sr.
6. Stap 6: kan er een bijkomende straf of maatregel opgelegd worden? Pas artikel 6 lid 2 WED toe:
 Er kan naast de straf een bijkomende straf of maatregel opgelegd worden op grond van
artikel 7 WED (bijkomende straffen) of artikel 8 WED (maatregelen), in de daarvoor in
aanmerking komende gevallen:
 De bijkomende straffen zijn (artikel 7 WED):
 Onder a: ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 28 lid 1 (onder
1°, 2°, 4° en 5°) Sr, voor een tijd, de duur der vrijheidsstraf ten minste 6
maanden en ten hoogste 6 jaren te boven gaande, of, in geval van


1

, veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van ten
minste 6 maanden en ten hoogste 6 jaren;
 Onder c: gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de
veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor een tijd
van ten hoogste 1 jaar;
 Onder d: verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel
33a Sr;
 Onder e: verbeurdverklaring van voorwerpen, behorende tot de
onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is
begaan, voor zover zij soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het
delict verband houden met die, genoemd in artikel 33a Sr;
 Onder f: gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of
gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke
rechten of voordelen de veroordeelde in verband met zijn onderneming
van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend, voor een
tijd van ten hoogste 2 jaren;
 Onder g: openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
 De maatregelen zijn:
 Onder a: de maatregelen voorzien in Titel IIA van het Eerste Boek Sr;
 Onder b: onderbewindstelling van de onderneming van de
veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van
misdrijf voor een tijd van ten hoogste 3 jaren en in geval van
overtreding voor een tijd van ten hoogste 2 jaren;
 Onder c: het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen
wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen
wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het
goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde,
voor zover de rechter niet anders bepaalt;
 Onder d: het opleggen van de verplichting tot het vergoeden van de
kosten die ten laste van de staat komen i.v.m. de vernietiging van
voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor
de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:
 1° de maatregel bedoeld in artikel 36b lid 1 Sr wordt opgelegd;
 2° de maatregel bedoeld in artikel 36b lid 1 Sr had kunnen
worden opgelegd, maar waarvan door de veroordeelde afstand
is gedaan op de wijze bedoeld in artikel 116 lid, aanhef en
onderdeel c Sr; of
 3° een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117 lid
1 Sr is verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van
zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in
strijd is met de wet of het algemeen belang.
i. LET OP! de maatregel onder artikel 8 onder d WED kan
alleen opgelegd worden aan degene die is veroordeeld
wegens een economisch delict (artikel 8a WED).
7. Stap 7: geldt er een bijzondere regeling?
 Bijv. voor rechtspersonen: naar commuun strafrecht ex artikel 23 lid 7 Sr.
 De boete kan voor rechtspersonen in sommige gevallen 10% van hun jaaromzet
zijn in het boekjaar voorafgaande aan de uitspraak of strafbeschikking.

Stappenplan opleggen bestuurlijke boete + het bepalen van de hoogte op grond van de Wft
1. Stap 1: is er sprake van een beboetbaar feit? Dit valt onder te verdelen in het overtreden
voorschrift en de wet in formele zin:
 Wat is het overtreden voorschrift?
 Bijv. artikel 2:96 Wft.
 Een wet in formele zin moet vervolgens bepalen of het een beboetbaar feit betreft:
 benoem artikel 1:80 Wft:
 Aanhef: de toezichthouder kan een bestuurlijke boete opleggen terzake
van overtreding van:
 Onder a: voorschriften, gesteld ingevolge de in de bijlage bij dit
artikel genoemde artikelen;




2

, o LET OP! Benoem hier de Bijlage bij artikel 1:80 van
de Wft (p. 17 reader)!!
 Bijv. artikel 2:96 staat in de Bijlage bij artikel
1:80 van de Wft, dus beboetbaar feit.
 Onder b: voorschriften m.b.t. het toezicht op financiële
markten of op die markten werkzame personen, gesteld
ingevolge een bij AMvB aangewezen verordening als bedoeld in
artikel 288 van het VWEU;
 Onder c: de verordening ratingbeurs; en
 Onder d: artikel 5:20 lid 1 Awb.
2. Stap 2: benoem artikel 1:81 lid 1 Wft: ‘Het bedrag van een bestuurlijke boete wordt bepaald bij
AMvB (...)’
 De AMvB voor de Wft = de Wet Besluit Bestuurlijke Boetes Financiële Sector (hierna:
BBBFS).
3. Stap 3: benoem artikel 1a BBBFS jo. artikel 10 lid 1 BBBFS. In dit artikel wordt verwezen naar een
tabel; in deze tabel wordt de boetecategorie van het desbetreffende feit gegeven:
 ‘Overtreding van een voorschrift, gesteld in een hierna genoemd artikel van de Wft of in
een hierna genoemd artikel van een op die wet gebaseerde AMvB, is beboetbaar zoals
bepaald in de tabel.
 Bijv. artikel 2:96 Wft kent een boete van de derde categorie.
4. Stap 4: benoem artikel 1:81 lid 2 Wft: in dit artikel wordt het basisbedrag en het
maximumbedrag van de boete gegeven:
 ‘De AMvB (bedoeld in artikel 1:81 lid 1 Wft) bepaalt bij elke daarin omschreven
overtreding het maximale bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete (...)’:
 Categorie 1:
 Basisbedrag = €10.000.
 Maximumbedrag = €10.000.
 Categorie 2:
 Basisbedrag = €500.000.
 Maximumbedrag = 1.000.000.
 Categorie 3:
 Basisbedrag = 2.500.000.
 Maximumbedrag = €5.000.000.
5. Stap 5: benoem artikel 2 lid 1 BBBFS: ‘De toezichthouder stelt een bestuurlijke boete in de 2 e of
3e categorie vast op het basisbedrag.
6a. Stap 6a: benoem artikel 2 lid 2 BBBFS: ‘De toezichthouder verlaagt of verhoogt het basisbedrag
met ten hoogste 50% indien de ernst of duur van de overtreding, mede gelet op de
omstandigheden genoemd in artikel 1b (onderdelen a t/m d) Wft, een dergelijke verlaging of
verhoging rechtvaardigen.
a. Dit moet geconcretiseerd worden in de omstandigheden van het geval aan de hand van
de factoren van artikel 1b sub a-d BBBFS:
 Onder a: ernst en duur van de overtreding;
 Onder b: het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen;
 Onder c: de verliezen die derden wegens de overtreding hebben geleden en de
schade die is toegebracht aan de werking van de markten of aan de economie
in bredere zin; en
 Onder d: de gevolgen van de overtreding voor het financiële stelsel.
6b. Stap 6b: benoem artikel 3 stap 1 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021 als aanvulling op artikel 2 lid
2 BBBFS: ‘De AFM past deze verhoging of verlaging toe in stappen van 25%. De AFM houdt
hierbij rekening met de omstandigheden die zijn genoemd in artikel 1b, aanhef en onder a-d, van
het BBBFS. Voor zover van toepassing en van belang, kan de AFM meer specifiek rekening
houden met de volgende omstandigheden’:
 aanhef en onder a tot en met d, van het BBBFS. Voor zover van toepassing en van
belang, kan de AFM meer specifiek rekening houden n met de volgende
omstandigheden:
 De mate van benadeling/schade voor derden (zoals consumenten, cliënten,
beleggers of pensioendeelnemers);
 Het door de overtreding verkregen voordeel, waaronder ook begrepen
bespaarde kosten en vermeden verliezen;
 De maatschappelijke impact van de overtreding;



3

,  De omvang van de overtreding (waarbij het bijvoorbeeld gaat om het
onderliggende financieel belang, het aantal betrokken personen, het aantal
dossiers of het al dan niet structurele karakter van een overtreding);
 De mate waarin de norm is geschonden;
 De mate waarin door de overtreding de stabiliteit en/of integriteit van de
onderneming van de overtreder in het geding is gekomen;
 De mate waarin de overtreding heeft geleid tot van marktverstoring (zoals
concurrentievervalsing, verstoring level playing field of geschaad vertrouwen in
de markt); en
 De gevolgen van de overtreding voor het financiële stelsel.
7a. Stap 7a: benoem artikel 2 lid 3 BBBFS: ‘De toezichthouder verlaagt of verhoogt het basisbedrag
met ten hoogste 50% indien de verwijtbaarheid, mede gelet op de omstandigheden genoemd in
artikel 1b, onderdelen e en f, een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigen.
 Dit moet geconcretiseerd worden in de omstandigheden van het geval aan de hand van
de factoren van artikel 1b sub e en f BBBFS:
 Onder e: de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden
verweten; en
 Onder f: eerdere overtredingen van de overtreder.
7b. Stap 7b: benoem artikel 3 stap 2 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021 als aanvulling op artikel 2 lid
3 BBBFS: ‘De AFM past deze verhoging of verlaging toe in stappen van 25%. De AFM houdt
hierbij rekening met de omstandigheden die zijn genoemd in artikel 1b, aanhef en onder e en f,
van het BBBFS. Voor zover van toepassing en van belang, kan de AFM meer specifiek rekening
houden met de volgende omstandigheden’:
 Eerder door de overtreder begane overtredingen van normen van gelijke of
vergelijkbare strekking;
 De mate waarin de overtreder geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van de
invulling van de norm door de AFM (bijvoorbeeld door verstrekte guidance, een eerder
gegeven waarschuwing of gepubliceerde sancties jegens derde partijen);
 De mate waarin de overtreding voortvloeit uit of inherent is aan een vaste werkwijze of
het bedrijfsmodel van de overtreder;
 De mate waarin de bedrijfscultuur heeft bijgedragen aan de overtreding; en
 De mate waarin de overtreding met opzet is begaan (voorbeeldvragen: heeft de
overtreding zich voorgedaan ondanks serieuze inspanningen om deze te voorkomen, is
bewust het risico genomen dat de overtreding zich zou voordoen, is de overtreding
willens en wetens begaan?).
 LET OP! in de gevallen waarin de ernst en duur van de overtreding (artikel 3
stap 1) en de mate van verwijtbaarheid (artikel 3 stap 2) sterke overlap
vertonen, kan de AFM ervoor kiezen om beide stappen gezamenlijk op te
nemen en op basis daarvan het basisbedrag te verhogen of te verlagen in
stappen van 25%.
8. Stap 8: benoem artikel 3 BBBFS jo. artikel 3 stap 3 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: indien
sprake is van recidive (binnen 5 jaar), dan kan de bestuurlijke boete verdubbeld worden.
9. Stap 9: benoem artikel 3 stap 4 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: in deze stap wordt de hoogte
van de tot nu bestaande boete gerelateerd aan de omvang van de onderneming of het vermogen
van de natuurlijke persoon:
 Bij het bepalen van de hoogte van de boete houdt de AFM rekening met de omvang van
de te beboeten onderneming dan wel het vermogen van de natuurlijke persoon,
conform de omvangstabel.
 LET OP! Het percentage wordt toegepast dat is vastgesteld na het nemen van de
stappen 6a t/m 8.
10. Stap 10: benoem artikel 3 stap 5 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: het op basis van de
voorgaande stappen vastgestelde boetebedrag kan door de AFM worden verlaagd op grond van
overige omstandigheden van het geval, met inachtneming van:
 1) De opstelling van de overtreder: de AFM houdt rekening met:
 De mate waarin de overtreder meewerkt bij het vaststellen van de overtreding;
 De maatregelen die de overtreder na de overtreding heeft genomen om
herhaling van de overtreding te voorkomen
 LET OP! Deze omstandigheden worden specifiek genoemd in artikel 1b,
onder g en h, van het BBBFS.




4

,  Heeft de overtreder, voordat hij bekend was met een onderzoek door de AFM,
uit eigen beweging concrete en specifieke maatregelen getroffen ter
beëindiging van de overtreding?
 Heeft de overtreder uit eigen beweging en onverplicht de overtreding aan de
AFM gemeld?
 Heeft de overtreder meegewerkt aan het onderzoek, niet alleen door vragen te
beantwoorden, maar ook door zelf de overtreding, inclusief oorzaken en
gevolgen daarvan, adequaat te analyseren en de uitkomsten daarvan met de
AFM te delen?
 Heeft de overtreder uit eigen beweging de gevolgen van de overtreding zo veel
en zo snel mogelijk ongedaan gemaakt? Heeft hij bijvoorbeeld betrokkenen uit
eigen beweging ingelicht over de overtreding en zo nodig schadeloos gesteld?
 2) Een cumulatie van boetes: indien sprake is van te onderscheiden, maar wel met
elkaar samenhangende overtredingen waarvoor 2 of meer afzonderlijke boetes worden
opgelegd, beoordeelt de AFM of het totale bedrag aan boetes dat voor de
samenhangende overtredingen wordt opgelegd passend is. De AFM hanteert hierbij de
volgende uitgangspunten:
 De AFM stelt aan de hand van de stappen 6a t/m 8 per afzonderlijke overtreding
een boetebedrag vast. De vastgestelde boetebedragen worden vervolgens in
totaliteit bezien. Indien het totaalbedrag aan boetes, gelet op het geheel aan
samenhangende gedragen, als niet-passend wordt beoordeeld, laat de AFM de
hoogste boete in stand en verlaagt de AFM de overige boete(s) zodanig dat het
totaal aan boetes gelet op de samenhangende overtredingen passend is.
 Indien een enig of grootaandeelhouder als feitelijk leidinggever wordt beboet
naast de onderneming zelf, kan de feitelijk leidinggever door het totaal aan
boetes mogelijk onevenredig in zijn vermogen worden geraakt. In dat geval zal
de hoogte van de boete voor de feitelijk leidinggever in deze stap met in
beginsel maximaal 1/3 worden verlaagd.
 3) Evenredigheid algemeen: er kunnen bijzondere omstandigheden zijn die in het
voorgaande niet zijn betrokken, maar in het kader van de evenredigheid van de hoogte
van de boete in een specifiek geval wel relevant zijn. De AFM kan de boete (verder)
verlagen op grond van min of meer omstandigheden uit de ‘restcategorie’.
11. Stap 11: benoem artikel 3 stap 6 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: ‘Indien de AFM kan
vaststellen of met enige mate van nauwkeurigheid kan schatten welk voordeel de overtreder
door de overtreding heeft verkregen is na het stap 10 vastgestelde bedrag lager is dan het
bedrag van het voordeel, verhoogt de AFM het boetebedrag tot ten minste het bedrag van het
verkregen voordeel’.
12. Stap 12: benoem artikel 4 lid 1 BBBFS jo. artikel 3 stap 7 Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: de
toezichthouder houdt bij het vaststellen van een bestuurlijke boete rekening met de draagkracht
van de overtreder.
 Indien aannemelijk is dat het op grond van de overige stappen vastgestelde
boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat de AFM in beginsel over
tot matiging van de boete tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht moet
worden te kan voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling.
Uitgangspunt hierbij is dat de overtreder met een betalingsregeling maximaal twee jaar
de boete kan voldoen. Het is aan de overtreder om inzicht te geven in zijn draagkracht,
aan de hand van een door de AFM bij het boetevoornemen gevoegd
draagkrachtformulier.
 Er kunnen redenen zijn om in afwijking van het bovenstaande over te gaan tot het
opleggen van een boete die de draagkracht van de overtreder te boven gaat. de AFM
gaat niet over tot een (volledige) matiging van de boete op grond van draagkracht, in
bijvoorbeeld de volgende gevallen:
 Het bedrag van het met de overtreding behaalde voordeel (stap 6) overstijgt de
draagkracht van de overtreder. Uitgangspunt blijft dat het bedrag van het
voordeel geldt als het minimale boetebedrag;
 De overtreding is dermate ernstig en/of verwijtbaar dat een boete onder een
bepaald bedrag geen passende reactie meer zou opleveren;
 De overtreder heeft in de periode tussen de overtreding en boeteoplegging
onverplichtige gelden uitgekeerd (zoals dividenden). Met een gebrek aan
draagkracht dat daardoor is ontstaan, wordt geen rekening gehouden.




5

,  LET OP! In beginsel matigt de AFM boetes van categorie 3 niet verder dan tot een
bedrag van €10.000 voor rechtspersonen.
13. Stap 13: benoem artikel 3, afsluiting, Boetetoemetingsbesluit AFM 2021: vastgestelde boetes
worden als volgt naar beneden afgerond:
 Boetes tussen €1.000.000 op een veelvoud van €1.000.
 Boetes tussen €1.000.000 en €5.000.000 op een veelvoud van €10.000.
 Boetes vanaf €5.000.00 op een veelvoud van €50.000.

Relevantie informatie: de repressieve fase van de Wft
Indien voorschriften in de Wft niet nageleefd worden, kan worden opgetreden:
 Welke toezichthouder bevoegd is om in te grijpen hangt af van het type instelling:
 Autoriteit financiële markten (AFM): gedragstoezicht;
 De Nederlandse Bank (DNB) prudentieel toezicht;
 Prudentieel toezicht = het toezicht op de financiële gezondheid en soliditeit van
financiële instellingen, zoals banken, verzekeraars en pensioenfondsen.
 Europese centrale bank (ECB): bij grote banken.
 Deze toezichthouders kunnen op verschillende manieren optreden:
 Bestuurlijke maatregelen:
 Doel = het beëindigen van de overtreding en herhaling voorkomen.
 Niet bedoeld als straf, dus géén criminal charge ex artikel 6 EVRM.
 Bijvoorbeeld:
 Het geven van aanwijzingen (artikel 1:75 Wft);
 Het instellen van een stille curator (artikel 1:76 Wft);
 Uitsluiting van financieel instrument van de handel (artikel 1:77e Wft);
 Het opleggen van een last onder dwangsom (artikel 1:79 Wft).
 Bestuursrechtelijke punitieve-sanctie:
 Het opleggen van een bestuurlijke boete (artikel 1:80-1:83 Wft + de Besluit
bestuurlijke boetes financiële sector & Boetetoemetingsbeleid AFM 2021.
 Dit is wél bedoeld als straf, dus een criminal charge ex artikel 6 EVRM.
o (zie: HvJEU Lukasz Marcin Bonda §37-43 & HvJEU Akerberg
Frandsson §35).
 Strafrechtelijk optreden via de WED indien er sprake is van een economisch delict ex
artikel 1 óf 1a WED.




6

, Week 2: doorwerking van Uniestrafrecht en witwassen
Relevante informatie: definitie van witwassen (artikel 420bis Sr)
De fenomenologische definitie = het maskeren of verbergen van de illegale herkomst van
vermogensbestanddelen. Deze definitie dient vertaald te worden naar de juridische definitie om het
strafbaar te stellen:
 De nationale definitie van witwassen is opgenomen in de delictsomschrijving zelf. Deze juridische
definities omvatten vaak 3 wiswashandelingen (artikel 420bis lid 1 sub a óf b Sr):
 1) Omzetting of overdracht van vermogensbestanddelen (artikel 420bis lid 1 sub b Sr).
 Het voorwerp zelf krijgt geen andere hoedanigheid respectievelijk een andere
houder of eigenaar.
 2) Het verhullen of verbergen van de oorsprong, aard, plaats of rechthebbende van de
vermogensbestanddelen (artikel 420bis lid 1 sub a Sr).
 Het voorwerp zelf blijft intact; er zij handelingen ‘rondom’ het voorwerp.
 3) Het verwerven, voorhanden hebben of gebruiken van de vermogensbestanddelen
(artikel 420bis lid 1 sub b Sr).
 Het voorwerp blijft intact en komt/blijft binnen je macht.
 LET OP! Bij het gebruiken kan het voorwerp ook niet intact blijven (bijv. het
‘gebruiken’ van gestolen drugs).
 N.B. voorwerpen zijn alle zaken en alle vermogensrechten (artikel 420bis lid 2 Sr).
 Verschillende belangrijke definities uit artikel 420bis Sr zijn:
 Witwasgedragingen, dit zijn:
 Het voorhanden hebben en verwerven;
 Het overdragen, omzetten en gebruikmaken van; en
 Het verbergen en verhullen.
 (Illegale herkomst) ‘voorwerp afkomstig uit enig misdrijf’:
 Dit betekent dat het uit eigen of andermans gepleegd misdrijf mag komen; het
moet een misdrijf zijn waarmee een bepaalde opbrengst wordt gerealiseerd (=
het illegaal verkregen voordeel).
 Middellijk of onmiddellijk:
 Onmiddellijk verkregen voordeel is het voordeel dat direct uit het strafbare feit
afkomstig is.
 Middellijk verkregen voordeel is het voordeel dat via een tussenschakel (bijv.
omzetting, doorverkoop of investering) uiteindelijk uit dat strafbare feit is
voortgekomen.


7

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
28 februari 2026
Bestand laatst geupdate op
24 maart 2026
Aantal pagina's
47
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€9,96
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lottejonker77
5,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lottejonker77 Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
6 maanden geleden

5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen