1. Diagnostiek & classificatie
1.1. Psychopathologie = Wat is psychopathologie
Psychopathologie = De leer van de psychische ziekten of afwijkend gedrag, MAAR het is
heel moeilijk te onderscheiden wat “normaal” en “afwijkend” gedrag is
dit zie je ook omdat het doorheen de geschiedenis altijd anders is gedefinieerd, TOCH
zijn er altijd dingen die terugkeren (dat dus de kern zijn)
doorheen de geschiedenis: gek zijn = iemand die gevaarlijk, onvoorspelbaar,
irrationeel of afwijkt vd norm
tegenwoordig is er veel verandert, MAAR onze hedendaagse kijk op de
psychopathologie is nog steeds sterk beïnvloed door de personen die nu besproken
gaan worden
Vraag van vandaag: Hoe werd er gekeken naar psychopathologie vroeger en hoe werd er met de
dorpsgek omgegaan?
Hippocrates (460-370 1e die een poging deed de vraag te beantwoorden: via de
BC) Humorestheorie: mensen die anders zijn, daar moet iets
biologisch anders mee zijn
humor = vloeistop mensen die een bepaald type
karakter hebben, die hebben een bepaald onevenwicht in
1 vd 4 lichaamssappen (zwart gal, bloed, slijm, gele gal)
Hippocrates gebruikte klinisch onderzoek
(vochtigheidsgraad huid, kleur vh gezicht, stemming...)
Galenus (131-216) Dacht er bekke hetzelfde over als Hippocrates
1.1.1. Van madness naar illness
Deze theorieën werden de jaren nadien verder uitgewerkt, waarin steeds hetzelfde begrip
naar voor kwam “madness”
Madness = Gedrag(sverandering), mensen die niet meer zichzelf zijn, ze worden
beïnvloed van buitenaf (gewoon een ander begrip voor “gek”)
o Humores theorie verder uitgebreidt dr
giftige stoffen in het lichaam (Paracelsus 1493 – 1541)
‘bezeten’ – demonologie
Tot de 18e eeuw was het Madness concept heel overheersend, maar geleidelijk aan zijn we
overgestapt naar het begrip “illness” (van breed beschrijvend begrip nr enger ziektebegrip)
verschillende zaken die hierin meespeelden
Sydenham (17e eeuw) Vader vd moderne nosologie (= manier om ziektes te classificeren, in
categorieën te zetten)
Sydenham voornamelijk bezig met neurologische ziekten
o Bv neurologische ziekte de chorea van Sydenham
(bewegingsonrust)
Wou afzonderlijke ziekten hebben met hun eigen
symptomen, verloop en prognose
Medisch model:
,Met het ontstaan van ziektes & het beter begrijpen van lichamelijke ziektes, begonnen
mensen te denken “zouden psychiatrische/psychologiesche symptomen ook niet kunnen
komen van een bacterie/ziekte?”
Aantal zaken hebben dit doorheen de jaren nog sterker benadrukt, oa:
o Postmortum onderzoek: nadat iemand sterft het lichaam onderzoeken
Bleek duidelijk verband tussen klinisch beeld en de postmortum
afwijkingen
Bv verlamming in de linkerhelft vh lichaam bleek achteraf dat
die een hersenbloeding in de hersenhelft had gehad
o Ontdekking van micro-organismen als ziekte-verwekkers (1850)
Somatogene hypothese (= het idee dat psychische of emotionele symptomen, zoals angst,
depressie of trauma, worden veroorzaakt door fysieke, lichamelijke factoren)
Bv: Syfilis (enorm gevreesd in de 19e eeuw): zeer ernstige SOA, die in stadia verloopt (in laatste
fase kan men ernstige psychiatrische symptomen vertonen)
Verloop
o Eerst: Zweer/ulcus ter hoogte vd genitaalstreek
o Later: koorts, spierpijn
o Aantasting CZS ergste stadium (gebrekkige coördinatie, apathie, dementie)
spirocheet (type bacterie) T. pallidum
psychiatrische ziekte – biologische oorzaak 1e ontdekking dat ene duidelijke
lichamelijke oorzaak (bv bacterie) aan de oorzaak kon liggen v/e psychische ziekte
1.1.2. Van opsluiting naar behandeling: hoe werd ermee omgegaan?
Tot midden 19e eeuw werden mensen met psychiatrische aandoeningen niet behandelt, maar
opgesloten & weggehouden uit de maatschappij
Pinel (18e-19e 1e psychiater die in gesprek ging met de vrouwen die “psychisch
eeuw) gestoord” werden verklaard. Hij wou hen observeren en aantekeningen
maken om te begrijpen waarom ze bepaald gedrag stellen
1e die classificatiesysteem maakte dmv klinisch werk 5 groepen
psychiatrische aandoeningen (delen hiervan komen in de hedendaagse
psychiatrie terug bv manie met of zonder psychose) Nosographie philosophique
ou la méthode de l'analyse appliquée à la médecine
J. Guislain (18e- Vlaamse voorhanger van humanere behandeling van psychiatrische
19e eeuw) aandoeningen
Asielen/centra/instellingen (lunatic/insane asylum) zaten vol met 1 type mens: de
“geesteszieken”, tegenwoordig noemen we ze “EPA-patiënten” (Ernstig Psychiatrische
Aandoeningen) Dit is niet diagnose specifiek, maar dit zijn alle mensen met ernstige manie,
psychose of depressie, die vooral door hun uitgesproken beperking op sociaal, werkvlak tot
deze categorie behoren.
1.1.3. Van inventariseren naar classificeren
In de 19e eeuw ontstond er een interesse om niet enkel dingen op te schrijven (te
inventariseren), maar om te classificeren: wie zijn die mensen met geestesziekten en kunnen
we er groepen van maken? (mensen die net iets meer bij elkaar horen)
1844: 1e poging hiertoe werd gedaan in de VS door de APA (groep psychiaters): statistical
classification of institutionalised mental patients
Gaven beschrijvingen, categorieën vd patiënten waren maar een beperkt aantal
diagnoses, maar diagnoses die we tot de dag van vandaag gebruiken (oa manie,
melancholie...)
Dit was de eerste voorloper vd huidige DSM
Kraepelin (19e- Zeer belangrijke man tot de dag van vandaag voor de huidige psychiatrie
20e eeuw) Zéér uitgesproken man: 100% van overtuigd dat psychiatrische
, aandoeningen veroorzaakt werden door biologiche oorzaken
Psychiatrische stoornis = Is een ziekte-entiteit: er is een
onderliggende (biologische) oorzaak, een gemeenschappelijke set van
symptomen (syndroom) & een karakteristiek verloop
Verglijkbaar met bv: hersenvliesontsteking: bacteriële oorzaak, verloop en
symptomen ongeveer gelijk bij vele patiënten
1e biologisch gestuurde classificatie prognose-gericht: maakt
duidelijk onderscheid tssn ongeneeslijk (geen moeite in steken bv
schizofrenie) & geneeslijk (bipolariteit)
JC Reil (18e-19e
eeuw)
Doorheen de jaren bleef de nood aan classificatie stijgen
Meer en meer ambulante behandelingen: ook minder ernstige, niet-psychotische
aandoeningen worden behandeld door therapeut/psycholoog en dienen geclassificeerd te
worden (bv milde depressie, PTSS...)
Niet enkel vanuit de ernstige, maar ook vanuit de ambulate psychiatrische
aandoeningen begon er nood te zijn aan begrip. Men moest begrijpen wie de mensen
zijn, wat de ziektenbeelden zijn en hoe men die moet behandelen.
1948: lijst met psychiatrische stoornissen toegevoegd aan de ICD lijst (International list of
causes of death), maar APA was niet akkoord met hoe dit werd aangepakt gaf aanleiding
tot ontwikkeling van DSM-I
1.1.4. DSM’s
1952: DSM-I
Gebaseerd op etiologische (duidelijke oorzaak vd stoornissen beschreven) theorieën
o Oa onderscheid tssn: organische hersenstoornissen (biologische weerslag) &
psychogeen; (‘reactie op’ (psycho-analyse)) (bv als reactie op verlies vh werk een
depressie krijgen)
Niet gebaseerd op empirische data
o Zelf in DSM-V moet je oppassen, want er was weinig data om zich op te
baseren (meer theoretisch gebaseerd)
1968: DSM-II
Psycho-analyse vooral hier oorzaken gezocht
o Nadruk op context
o Ervaringen jeugd
o geen empirische data
Psychobiologie van Meyer
o anti-kraepeliaans
psychische stoornissen hebben geen biologische oorzaken, maar het is
een reactie op sociale en psychologische factoren reactie-typen
o biologisch reductionisme + therapeutisch nihilisme
stel dat het een biologische oorzaak heeft, kan je er niets aan doen
o geen empirische data
Intermezzo: nood aan classificatie groeit:
Ondertussen gebeurt er vanalles in de maatschappij: oa de opkomst van psychofarmaca (bv
1e antidepressiva)
niet langer enkel een voordeel voor de klinicus om een diagnose te hebben (kunt
geen medicatie voorschijven, als je niet weet voor wat), maar ook voor andere
domeinen (bv verzekeringsmaatschappijen moet een duidelijke diagnose hebben voor
medicatie, maar ook de verzekering moet weten wat ze moeten terug betalen)
nood aan EENDUIDIGE criteria om psychiatrische stoornissen te definiëren
, 1965: US-UK Diagnostic Project: project met heel veel mensen, waarbij men de manier van
diagnoses in de UK en in de US vergelijken
conclusie: diagnose schizofrenie werd 2x meer gesteld in de VS dan in de UK, maar de
ziekte kwam níét 2x meer voor UK had strengere criteria voor ze de diagnose stelden
1980: DSM-III
= RADICALE BREUK MET VORIGE
Waarom:
o a-theoretisch: dingen beschrijven (symptomen & symptoomgroepen), maar geen
oorzaak geven
o observeerbaar
o descriptief = beschrijvend
o categoriaal
veel kritiek op
je moet minimum aan x symptomen zijn om bv depressie te hebben
heb je 1 symptoom te weinig = niet depressief veel te zwart wit
concept van onderscheiden ziekte-entiteiten
1987: DSM-III-R; 1994: DSM-IV; 2000: DSM-IV-TR; 2013: DSM-V; 2022: DSM-V-TR
Conclusie: het DSM is een communicatiemiddel, een diagnostisch HULPmiddel, maar een
echte diagnose stellen kun je best met vele andere tests doen, NIET met dit boek
Jim Van Os: anti-DSM DSM = classificatiesysteem; een diagnostisch hulpmiddel
(ten behoeve van communicatie en onderzoek) mensen gebruiken het vaak fout
o Belangrijk onderscheid:
Syndroom diagnose (DSM) Structuurdiagnose
Descriptieve diagnose Beschrijvend
Louter beschrijvend Wél info over etiopathogenese
Geen info over etiopathogenese o Waardoor en op welke wijze is het
(ontstaansmechanisme v/e ziekte) syndroom ontstaan, wat maakt dat de
“Label” persoon niet direct verbetert
Eenvoudige behandeing (depressie = Beïnvloedende factoren (neurobiologisch,
antidepressiva) psychologisch, sociaal)
Behandeling: behoeften, problematiek,
context (AD, jobcoaching, relatietherapie...)
Beïnvloedende factoren:
Structuurdiagnose moet deze 3 factoren bevatten:
Predisponerende factoren = factoren die iemand kwetsbaar maken
o Bv je vader heef schizofrenie jij hebt grotere kans dat je het ook krijgt
Luxerende factoren = factoren die de stoornis uitlokken
o Bv verlies van werk of partner dat een depressie kan ontlokken
Onderhoudende factoren = factoren die de stoornis onderhouden/versterken
o Bv iemand heeft chronische stress door financiële tekortkomingen
Casus:
42j, marketingmedewerker
Werkt al 15 jaar bij hetzelfde bedrijf. Laatste jaar toename in werkdruk (lange werkdagen,
strakke deadlines, hoge mate van verantwoordelijkheid)
Mark heeft steeds met plezier gewerkt maar sinds kort ervaart hij een toegenomen
somberheid, vermoeidheid, concentratieproblemen en verlies van interesse in het werk
Verder zijn er langer bestaande relatieproblemen die wegen op het gemoed van Mark .
De huisarts schrijft Mark een aantal weken arbeidsongeschiktheid en verwijst hem naar een
psychotherapeut