Sensomotorische cirkel
Sensorisch – je ziet iets, dan maak je een beslissing
Je maakt een besluit voor wat je ziet. Denk aan een flesje, die zou je vangen, terwijl je een mes of
stoel zal ontwijken. Als je wilt bewegen heb je motoriek nodig en sensoriek.
Acuut – meestal ziekenhuis fase en dan is er meestal ook een shock fase. Helemaal geen activiteit in
aangedane zijde. Het vuurt helemaal niks meer. Slap is een typisch verschijnsel. Hand, elleboog,
schouder.
PT ruglig. Niet laten ontkleden want dat duurt te lang. Probleem zit niet in de arm maar in het hoofd.
Je gaat voelen hoe zwaar de arm is. Je brengt die omhoog en als die dan naar beneden valt is dat
abnormaal. Want normaal gesproken hou je die vast. Dit doe je ook met het been. Vragen of die de
knie wilt buigen. Zal waarschijnlijk niet lukken. Dan doe je dit zelf als fysio.
Belangrijkste beweging vanuit schouder is het steunen. Je brengt als fysio de elleboog in extensie
met je handen aan beide kanten. Dan geef je compressie richting de schouder. En dan vraag je aan je
PT of die er tegen in wilt drukken. Door die compressie geef je veel sensorische input in het kapsel via
het gewricht naar het brein. Dit is voor het scapulaire thoracale gewricht. Daarmee hoop je door
stukje plasticiteit van het brein dat die actie gaat ondernemen. Je wilt het brein dus stimuleren door
de sensoriek die je geeft door de compressie. Als je niks vraagt, gebeurt er niks. Als er na die
compressie klein beetje actie is, ga je kijken op die schouderfunctie ook op andere manier kan. Dan
leg je de hand op het voorhoofd van de pt met je eigen hand. En dan ga je vragen aan je PT of ze de
elleboog vast kunnen houden. Breng je elleboog omhoog of naar beneden, of beweeg de elleboog
naar buiten en vraag de PT de elleboog terug te bewegen. Dit is in het glenohumerale gewricht. Het
verschilt per PT hoe snel of hoe langzaam ze zo’n soort beweging kunnen maken.
Je kan de arm ook recht omhoog en stimuleren door over de triceps te bewegen met je eigen
vingers, of wat er op tappen, zodat je dus sensoriek geeft en actie uitlokt. Je kan ook de hand boven
het hoofd laten hangen en zeggen ja hou vast anders sla je jezelf.
In het been voor de bekken. PT in ruglig. Je duwt het been in en uit. En je vraag de PT ook mee te
doen. Dit is wat je doet in je eerste stap van je voet naar voren zetten tijdens het lopen. Let goed op
waar en hoe je de druk geeft. Zet de voet op de bank met je knie in ongeveer 90 graden ofzo. En dan
kan je makkelijk compressie geven.
In het been voor de heup. PT in zelfde houding als bekken. Dan laat je de knie van links naar rechts
gaan en die terug laten brengen door de PT naar het midden. En ook het stimuleren van de spieren.
Voor de knie, heup in 90graden en knie ook 90 graden. Dan vragen vast te houden, te strekken en
dergelijke en ook het stimuleren op het bovenbeen.
Dit zijn helemaal geen taakgerichte oefeningen. Dit wil je wel in je behandeling. Door context
stimuleer je het brein ook het best.
Je leert iemand naar de wc te gaan. Linkerbeen buigen en rechterbeen buigen. Rechts kan niet. En
dan help je gewoon totdat dat ding staat. Wel blijven stimuleren door te praten. Dan staan je beide
voeten op de tafel en dan wil je leren het bekken op te tillen. Dan ga je als fysio op de voeten zitten
zodat het niet naar beneden schuift. Dan buig je over de PT heen en pak je het bekken vast aan beide
kanten, het is zwaar om die helemaal op te tillen. Leg je armen voor de knieën en dan breng je het
gewicht naar achteren zodat de heupen omhoog komen zonder dat het heel zwaar is. Je zet je