Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting Onderneming & Recht incl. arresten

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
30
Geüpload op
01-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Complete samenvatting voor het vak onderneming en recht. De eerste 6 weken voor de tussentoets/deeltentamen en vanaf week 7 voor het eind-tentamen. Inclusief alle voorgeschreven arresten en de arresten die niet zijn voorgeschreven, maar wel een bonuspunt opleveren. Alles over de personenvennootschappen: maatschap, VOF, CV. Alles over de rechtspersonen, ingezoomd op de BV en de NV. Stappenplannen en uitleg. Ook het gedeelte bedrijfseconomie uitgebreid met de formules en voorbeeldsommen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting O&R 25/26
Deeltentamen, week 1 t/m 12
Introductie tot de onderneming, de personenvennootschappen en de rechtspersonen. Financiële overzichten, de jaarrekening,
accouting principles, kosten en waardering, aandelen op de balans en ratioanalyses. Interne organisatie, vertegenwoordiging,
aansprakelijkheid, insolventie, faillissement en financiële organisatie.
§1 – Introductie tot de onderneming
Er bestaan allerlei soorten ondernemingen en deze worden allen op
verschillende manieren geregeld. Verschillende ‘ondernemingsvormen’
dus. Binnen al die ondernemingsvormen heb je de rechtsvormen, dat
zijn de ‘juridische jassen’ van bepaalde ondernemingen en dat is waar
we bij dit vak op zullen focussen. De eenmanszaak is niet wettelijk ge-
regeld, dus is ook geen rechtsvorm, slechts een ondernemingsvorm.
Bij de eenmanszaak staat de natuurlijke persoon niet los van de onder-
neming, daarom hoeft de eenmanszaak ook niet wettelijk geregeld te
worden. Als je handelt met een eenmanszaak, handel je in principe dus
gewoon met die natuurlijke persoon, er is sprake van direct contact.
De rechtsvormen kunnen ook weer onderverdelen in rechtsvormen mét
of zónder rechtspersoonlijkheid. De rechtsvormen met rechtspersoon-
lijkheid staan vermeld in art. 2:3 BW, deze zijn dus niet te vergeten. Als
we het hebben over de rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid
hebben we het meestal over de personenvennootschappen, echter kun je in de figuur ook de informele vereniging zien. De
vereniging is in beginsel een rechtspersoon echter is er een bepaald geval waarbij de vereniging een rechtsvorm wordt zonder
rechtspersoonlijkheid. Er is dan sprake van een informele vereniging; deze valt niet onder de personenvennootschappen. De
informele vereniging wordt hieronder nog nader uitgelegd.
In de tabel hieronder vind je in een vogelvlucht alle rechtsvormen In de tabel hieronder vind je in vogelvlucht alle
met rechtspersoonlijkheid behandeld. Hier gaan we meer op personenvennootschappen behandeld. Hier gaan we meer op
inzoomen in week 3. inzoomen in week 2.




De rechtsvormen staat hierboven dus kort even behandelt. Lees de artikelen even door en zie week 2 en 3 voor uitgebreidere
behandeling. Rechtsvormen worden nogmaals onderverdeeld in mét of zónder rechtspersoonlijkheid, maar wat houdt dit verschil in
en hoe kom je hierachter? De rechtspersoon moet je eigenlijk zien als een persoon, maar dan op papier. Niet fysiek dus, zoals een
natuurlijk persoon. Rechtpersonen ontstaan bij notariële akte, aldus art. 2:4 lid 1 BW “Een rechtspersoon ontstaat niet bij het
ontbreken van een door een notaris ondertekende akte voor zover door de wet voor de totstandkoming vereist. (…)”. De
rechtspersoon kan (voort)bestaan zonder het bestaan van de natuurlijke persoon door wie hij is opgericht (= continuïteit van de
rechtspersoon). Natuurlijke personen zijn rechtssubjecten. Ik kan een overeenkomst sluiten, mijn eenmanszaak kan dat ook, etc.
O.g.v. art. 2:5 BW zijn rechtspersonen m.b.t. vermogensrechten óók rechtssubjecten (“Een rechtspersoon staat wat het
vermogensrecht betreft, met een natuurlijk persoon gelijk, tenzij uit de wet het tegendeel voortvloeit.”).
Een onderneming algemeen; ondernemingsvormen.
Op het tentamen kan de vraag worden gesteld: is er sprake van een onderneming in de zin van art. 5 Handelsregisterwet 2007 jo. art.
2 Handersregister besluit 2008? Vaak wordt deze vraag gesteld wil men toetsen of sprake is van bijvoorbeeld een eenmanszaak. Er
wordt nog niet specifiek op vereisten van bijvoorbeeld een VOF ingezoomd. De vraag behandel je alsvolgt.
Vooraf: uiteraard behandel je eerst heel kort de vragen en de rechtsvraag. Krijg je waarschijnlijk geen of weinig punten voor, maar
het maakt je antwoord compleet.
Rechtskader: welke artikelen/welk arrest heb ik nodig? Voor deze vraag zijn dat de artikelen 2 Hrgb 2008 jo. 5 Hrgw 2007.
Art. 2 Handelsregister besluit 2008: “Lid 1) Van een onderneming is sprake indien een voldoende zelfstandig optredende
organisatorische eenheid van één of meer personen bestaat waarin door voldoende inbreng van arbeid of middelen, ten behoeve
van derden diensten of goederen worden geleverd of werken tot stand worden gebracht met het oogmerk daarmee materieel
voordeel te behalen. Lid 2) Van een onderneming is geen sprake indien er naar het oordeel van de Kamer onvoldoende omvang van
activiteiten of omzet is.”
Art. 5 Handelsregisterwet 2007: “In het handelsregister worden de volgende ondernemingen ingeschreven: (…).”
In artikel 2 staan de ‘vereisten’ voor een onderneming. Het zijn niet echt ‘vereisten’ maar ook geen gezichtspunten. Sommige
vereisten zijn beargumenteerbaar en andere zijn simpel en duidelijk.
In artikel 5 staat de plicht tot inschrijving. NB: het inschrijven in het register is géén vereiste bij oprichting. Het is een plicht voor ná
de inschrijving. Er kan dus sprake zijn van een onderneming in de zin van art. 2 Hrgb 2008, ookal is deze nog niet ingeschreven.
De ‘vereisten’ in artikel 2 – waar getoetst aan moet worden – zijn alsvolgt:

, 1. Een voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid
Kenmerken hiervan zijn o.a. het openen van een nieuwe bankrekening, een eigen handelsnaam hebben, zelfstandig
producten leveren, te zien voor jezelf maar ook anderen dat er sprake is van een stuctuur; een beginnende onderneming
2. Eén of meer personen
NB: eenmanszaak is altijd één persoon
3. Inbreng van voldoende arbeid of middelen
4. Ten behoeve van derden
5. Er worden diensten of goederen geleverd of werken tot stand gebracht
6. Met het oogmerk daarmee materieel voordeel te behalen
Applicatie: nogmaals het zijn niet echt ‘vereisten’, je moet beargumenteren. Eén of meer personen is een simpel vereiste, maar
‘voldoende zelfstandig optredende organisatorische eenheid’ wat minder. Je moet in de casus een duidelijk omslagpunt zoeken
waaruit blijkt: nú is sprake van dit vereiste. A kan bijvoorbeeld aan bijna alle voorwaarden voldoen, maar het omslagpunt in de casus
zou zijn het moment dat A bijvoorbeeld een Instagram pagina aanmaakt voor het bedrijfje en dat account ook naar het bedrijf
vernoemt, of als A een aparte rekening opent. Uiteraard volgt na de applicatie een conclusie en de beantwoording van de vraag.
De informele vereniging
I.b. is voor het oprichten van een rechtspersoon een notariële akte vereist. Dat staat immers vermeld in art. 2:4 BW. Echter bestaat
er een uitzondering op deze regel, namelijk voor bij een vereniging. Voor een vereniging met rechtspersoonlijkheid is de notariële
akte wel vereist, maar je kan uiteraard niet van elke vereniging verwachten dat er sprake is van zo’n akte aangezien verenigen een
grondrecht is (art. 8 Gw). Een vereniging zónder notariële akte, met slechts beperkte rechtspersoonlijkheid is dus ook een
mogelijkheid, dit heet dan een informele vereniging. Daarvoor gebruik je in beginsel als rechtskader art. 2:26 BW – de vereisten voor
een vereniging die naast de akte nodig zijn – en als aanvulling/versterking van je antwoord gebruik je daarvoor de gezichtspunten uit
het Lord’s Choir arrest.
Art. 2:26 BW: “Lid 1) De vereniging is een rechtspersoon met leden die is gericht op een bepaald doel, anders dan een dat is
omschreven in artikel 53 lid 1 of lid 2. Lid 2) Een vereniging wordt bij meerzijdige rechtshandeling opgericht. Lid 3) Een vereniging
mag geen winst onder haar leden verdelen.
Gezichtspunten Lord’s Choir:
- Een georganiseerd samenwerkingsverband
Kenmerken hiervan zijn eigen administratie die word bijgehouden
- Met eigen identiteit
- Neemt als eenheid aan rechtsverkeer deel
- Door zich als subject van rechten en plichten te gedragen
Het Hof en de HR vermelden beide dat niet ieder samenwerkingsverband van leden automatisch een vereniging is in de zin van art.
2:26 BW. Normaal is hier dus een notariële akte voor nodig, die de meerzijdige rechtshandeling omvat. Maar wat als er dus geen
notariële akte is? Nou volgens het Hof en de HR kan een vereniging ook feitelijk ontstaan, dus door als een vereniging te gedragen.
Als de meerzijdige rechtshandelig dus wat onduidelijk is, of er word in de opdracht niet expliciet vermeld dat er sprake is van leden
dan geeft dit arrest er dus invulling op: wanneer gedraagt een groep mensen zich als een vereniging? Des te meer er aan deze
gezichtspunten is voldaan, des te meer aanleiding dat er sprake is van een informele vereniging.
Het zijn van een informele vereniging is echter niet super handig. O.g.v. art. 2:30 lid 2 eerste volzin is het bestuur van de vereniging
naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk. Dit is onwenselijk. Bij inschrijving in het handelsregister is het bestuur ná de vereniging
aansprakelijk o.g.v. lid 3 en 4. Hoe lossen we dit op? Door te veranderen in een formele vereniging m.b.v. een notariële akte o.g.v.
art. 2:27 jo. 2:29 BW.
§2 – Introductie tot de personenvennootschappen
Deze week gaat over de personenvennootschappen. De personenvennootschappen zijn wel rechtsvormen, maar bezitten geen
rechtspersoonlijkheid. De personenvennootschap zelf is dus geen entiteit en kan deswege geen overeenkomsten aangaan, geen
eigendom hebben, etc. De personenvennootschappen als entiteit kunnen dus geen overeenkomsten aangaan, maar er moet wel een
manier zijn waarop dit wél mogelijk is. Dat is middels de vertegenwoordigers van de personenvennootschap. Stel je voor een
maatschap timmerbedrijf die een overeenkomst aan wil gaan met een aannemer, dan gaat de aannemer de overeenkomst aan met
alle ‘maten’ van de maatschap, alle vertegenwoordigers van die personenvennootschap.
Een personenvennootschap ontstaat, je hoeft er niet een op te richten. Er is geen notariële akte vereist, want er is ook geen sprake
van rechtspersoonlijkheid. Maar hoe ontstaat er dan een personenvennootschap? Dat kan bijvoorbeeld middels meerzijdige
overeenkomst of door feitelijke gedragingen/situaties.
Er bestaan drie soorten personenvennootschappen: (1) de maatschap, (2) een vennootschap onder firma (VOF) en (3) een
commanditaire vennootschap (CV). Deze staan op volgorde, er bestaat een gelaagde structuur. Dat houdt in dat er bepaalde
vereisten voor een maatschap bestaan en dat wanneer men ook wil voldoen aan een VOF, er óók moet worden voldaan aan de
vereisten voor een maatschap, en dat wanneer men wil voldoen aan een CV er op zijn beurt óók weer moet worden voldaan aan een
VOF (en dus ook een maatschap). Een VOF is namelijk een gekwalificeerde maatschap (art. 7A:1657 BW) en een CV is een
gekwalificeerde vennootschap onder firma.
Bij het toetsen of sprake is van een personenvennootschap heb je vooraf een aantal stappen die je moet doorlopen, voordat je
dieper ingaat op de vereisten van het wetsartikel. Die stappen zijn alsvolgt:
Stap 0) Wat zijn de feiten en wat is de rechtsvraag?
Stap 1) Is er sprake van een notariële akte? Art. 2:4 jo. 2:3 jo. 2:5 BW (Zo ja, dan is het een rechtspersoon en dus géén
personenvennootschap, zo nee, dan kun je doorgaan naar stap 2)
Stap 2) Is er sprake van een informele vereniging? (Dit dien je eerst uit te sluiten voordat je naar stap 4 gaat)
Stap 3) Wat zijn de vereisten van de betreffende personenvennootschap? Beginnende altijd bij een maatschap.

, Het rechtskader voor de vereisten van een maatschap staan in art. 7A:1655 BW en wordt aangevuld met het arrest Astense
Dierenartspraktijk.
Art. 7A:1655 BW: “Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te
brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.”
In het arrest Astense Dierenartspraktijk heeft de HR bepaald dat het ook van de feitelijke situatie afhangt of er een maatschap is
ontstaan. Bepaalde gedragingen tegenover de wederpartij of een derde kunnen er dus voor zorgen dat er als een maatschap wordt
gekwalificeerd en hiervoor is geen schriftelijke overeenkomst voor nodig. Partijen kunnen zich jegens elkaar dus ook (stilzwijgend)
verbinden als vennoten in een maatschap door op een bepaalde manier samen te werken (zie evt. r.o. 3.6.3).
Verder heeft het Hof in dit arrest (het arrest voorafgaan aan dat van de HR) de vereisten nader uitgewerkt/enige invulling gegeven.
Voor een maatschap moet voorts dus sprake zijn van:
- Een obligatoire overeenkomst (vgl. art. 6:213 lid 1 BW)
I.b. vormvrij
Tijdstip, art. 7A:1661 BW
Als er niet expliciet wordt overeengekomen dat de partijen een maatschap zullen vormen, maar er wordt wel voldaan aan
de onderste vereisten dan kan er dus sprake zijn van een zogehete ‘stille maatschap’ o.g.v. het arrest van de HR.
- Tussen twee of meer personen
Eén persoon is uiteraard niet mogelijk, want dan kan er geen samenwerking ontstaan
- Zich verbinden om iets in de gemeenschap te brengen
Zie ook art. 7A:1662 BW
- Vermogensrechtelijk voordeel
Zie ook art. 7A:1672 BW
- Het voordeel moet worden gedeeld
Zie ook art. 7A:1670 BW
- Gericht op duurzame samenwerking als vennoten die tevens gelijkwaardig is
Dit vereiste staat dus niet in het artikel en komt voor uit het arrest van het Hof. Kijk vooral naar of kosten of opbrengsten op
lange termijn. Kijk naar gezagsverhouding. Etc.
Ontbinding van een maatschap: ook niet geheel onbelangrijk. Neem de artikelen 7A:1683 t/m 7A:1688 BW en art. 30 WvK door.
Het restskader om te toetsen of sprake is van een VOF staat in art. 16 WvK (jo. 7A:1655 BW).
Art. 16 WvK: “De vennootschap onder eene firma is de maatschap, tot de uitoefening van een bedrijf onder eenen
gemeenschappelijken naam aangegaan.”
De vereisten voor een VOF zijn dus alsvolgt:
- Een maatschap
Zie hiervoor dus de vereisten van art. 7A:1655 BW (en Astense Dierenpraktijk)
- Uitoefening van een bedrijf
Zie uitleg onderscheid bedrijf en beroep hieronder
- Aangegaan onder een gemeenschappelijke naam
Wordt er naar buiten toe kenbaar gemaakt dat er sprake is van een samenwerking? Door het gebruiken van een
handelsnaam is de samenwerking openbaar.
Beroep vs. bedrijf, een belangrijk onderscheid.
Wat valt er onder ‘beroep’? Ouderwets begrip.
- Als de persoonlijke (hoge) kwaliteiten van de beroepsbeoefenaar centraal staan (ookwel ‘hogeropgeleid’)
- Er is sprake van een vetrouwwensverband tussen de beroepbeoefenaar en de cliënt (denk bijvoorbeeld aan de
derdenrekening van een notaris)
- Er geldt tuchtrecht en/of ereregels (eed afleggen bijvoorbeeld)
- Vooral dus: accountants, advocaten, notarissen, artsen, dierenartsen, etc.
Wat is bedrijf dan? Al het andere. Als er geen sprake is van beroep, dan is er (hoogstwaarschijnlijk) sprake van bedrijf.
Wel een belangrijk punt van de VOF nog om op te merken: art. 22 WvK. Dat artikel luidt “De vennootschappen onder eene firma
moeten worden aangegaan bij authentieke of bij onderhandsche akte, zonder dat het gemis eener akte aan derden kan worden
tegengeworpen.” Dit artikel vereist dus eigenlijk een akte, men moet een VOF aangaan m.b.v. een akte, echter kan het missen van
zo’n akte niet tegenover derden worden geworpen. Wat we in het arrest Astense Dierenpraktijk hebben gezien, dat er op basis van
een feitlelijke situatie tóch sprake kan zijn van een maatschap, dat is hier ‘gecodificeerd’ in een artikel. De akte is echter geen
oprichtingsvereiste (vgl. de algemene onderneming in week 1), maar een plicht. Waarom bestaat dit artikel? Ter bescherming van
derden uiteraard, maar hier zit meteen het verschil met Astense Dierenpraktijk: dit artikel beschermd slechts derden, geen
vennoten. Astense Dierenpraktijk kan ook ter bescherming van de andere maat gelden. Waarom worden maten dan eventueel wel
beschermd maar vennoten hoe dan ook niet? Een maatschap kan ‘stil’ ontstaan, zonder dat de maten er van weten, bij een VOF is
dit niet mogelijk: er is een gezamenlijke naam, dus er wordt daadwerkelijk nagedacht over de samenwerking. Het is dan
onrechtvaardig en oneerlijk om tegen de derde te werpen dat jij als vennoot niet aansprakelijk bent voor een schuld, aangezien ‘je
niet van de VOF afwist, dus je te goeder trouw bent’, dat gaat dus niet. Je kan dan ook niet denken van ‘ik laat die akte lekker, want
dan ben ik officieel geen onderdeel van die VOF’, nee ook dan ben je aansprakelijk, en dat dus o.g.v. dit artikel. Verder zijn artt. 17 en
18 WvK m.n. ook van belang, deze gaan over gedeelde voordeel en aansprakelijkheid.
Vennoten zijn in principe dus hoofdelijk aansprakelijk o.g.v. art. 18 WvK, echter is er nog een arrest relevant die wat nuance oplevert:
HR Van den Broek/Van der Linden.
1. De vermogensbestanddelen in een personenvennootschap een afgescheiden vermogen vormen; (vgl. art. 3:166 BW)

Documentinformatie

Geüpload op
1 maart 2026
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€15,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
dilaraknops

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
dilaraknops Universiteit Leiden
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
12
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
17
Laatst verkocht
4 maanden geleden
Dilara\'s rechtensamenvattingen

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen