PAARD
Mevr. De Sadeleer
Deze cursus is gebaseerd op les- en cursusmateriaal
van Liesbeth De Sadeleer.
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Omgang met paarden............................................3
1. Signalen................................................................................ 3
2. Situaties...............................................................................3
3. Dwangmiddelen.....................................................................5
4. Paard poetsen.......................................................................6
5. Verzorging v/d hoeven...........................................................7
5.1. Anatomie en fysiologie...................................................................8
5.2. Hoe ideale hoeven krijgen?............................................................8
5.3. Verzorging.......................................................................................9
5.4. Bekappen......................................................................................10
5.5. Voetas...........................................................................................14
5.6. Gereedschap bekappen................................................................14
5.7. Beslaan.........................................................................................15
5.8. Orthopedisch beslag.....................................................................17
Hoofdstuk 2: EHBO..................................................................19
1. Anamnese...........................................................................19
2. Algemene indruk..................................................................19
2.1. Lichaam........................................................................................20
2.2. Mankend paard herkenen.............................................................20
3. Algemeen onderzoek............................................................21
3.1. Ademhaling...................................................................................21
3.2. Pols...............................................................................................22
3.3. Temp., slijmvliezen en lymfeknopen.............................................22
Hoofdstuk 3: Paard in de weide................................................23
1. Omheining........................................................................... 23
1.1. Types.............................................................................................23
2. Voeding............................................................................... 26
3. Beschutting.........................................................................32
3.1. Wetgeving.....................................................................................32
3.2. Praktisch.......................................................................................33
4. Water.................................................................................. 33
5. Soortgenoten....................................................................... 34
Hoofdstuk 4: Scheren en toiletteren.........................................34
1
,1. Algemeen............................................................................34
2. Paardendekens....................................................................35
3. Scheren............................................................................... 38
Hoofdstuk 5: Vervoer...............................................................39
1. Transportmiddelen...............................................................39
2. Laden.................................................................................. 40
3. Wetgeving...........................................................................42
Hoofdstuk 6: Calmaliteiten.......................................................44
1. Wat te doen.........................................................................45
2
, Hoofdstuk 1: Omgang met paarden
1. Signalen
Paard:
- Oren plat = dreiging.
- Oren licht naar achter = onderdanig.
- Neus gefronst = dreiging.
- Oren naar achter maar poot omhoog = indommelen.
Mens:
- Stem:
o Op dressuurwedstrijden verboden.
o Nooit roepen.
o Toon belangrijk.
o Woordherkenning: max 2 lettergrepen, klanken voldoende
verschillend.
o Mogelijk op afstand.
o Verschillende personen => zelfde woorden.
- Gebaren:
o Paarden zijn zich perfect bewust v/d gemoedstoestand van
mensen.
o Zowel de lichaamshouding als de gebaren belangrijk.
o Agressief paard =>n iet achteruitgaan (onderwerping), maar
zich groter maken en vooruitgaan in de richting v/h dier
(dominantie tonen).
2. Situaties
Paard uit weide halen:
- Niet nerveus zijn.
- Belonen indien paard zich laat vangen.
- Algemeen overzicht:
o Principe: roofdieren fixeren potentieel slachtoffer voor ze
aanvallen.
o Paard dat hij wil vangen ondertussen vanuit een ooghoek in
het oog houdt.
, o Als het paard spontaan naar de verzorger loopt, moet die
onbeweeglijk blijven staan.
o Lokken met snoepjes, geen gewoonte.
Paard in weide benaderen:
- Loop ernaar toe alsof u verwacht dat hij zal blijven staan.
- Als hij wegloopt, blijf dan staan, wacht tot het naar u komt.
- Als hij zijn achterhand naar jou draait jaag het weg.
- Schuin van voren, naar de schouder.
- Steek uw hand uit zodat het paard kan ruiken.
- In een kleinere wei zetten, zolang hij moeilijk te vangen is.
- Beter geen grote kuddes, wel per 2 a 3.
- Nooit straffen, ook al duurt het lang eer men paard heeft kunnen
pakken.
- Snel een halster grijpen heeft geen zin. Paarden zijn steeds sneller.
- Nooit te impulsief op hoofd of hals afgaan.
Paard in stal benaderen:
- Rustig en zonder haast.
- Aandacht van het paard trekken met stem.
- Ervoor zorgen dat het hoofd van het paard naar de ingang van de
box gericht is.
o Indien met achterhand naar ingang: wachten.
o Als het paard zich echt niet wil omdraaien => naast de
achterhand gaan staan (hij moet er wel voor zorgen dat hij
indien nodig kan vluchten) en stevig tegen de dijen van paard
drukken en streng zeggen dat het opzij moet gaan.
o Bij agressieve paarden: zich zeker niet laten imponeren.
o Aan de linkerzijde van het paard staan.
o Voor de schouder gaan staan, een beetje achter het hoofd om
te vermijden dat men een kopstoot krijgt.
o Halster aandoen, halstertouw met beide handen vastnemen.
Touwhalster: sterker, sluit mooier aan waardoor je sneller
kan corrigeren.
o Het touw mag niet voor de voeten v/d verzorger of voor de
hoeven v/h paard hangen. Touw nooit rond je hand draaien.
4
, Paard loslaten in de weide:
- Om brandwonden aan de handen te vermijden => handschoenen.
- Dier bij de ingang v/d weide steeds een halve draai laten maken
zodat het met het hoofd naar de begeleider gericht is => stampen
vaak achteruit van blijdschap.
3. Dwangmiddelen
Veiligheidsvoorzorgen:
- Praat er tegen.
- Paard valt slechts zelden aan maar vlucht wel bij angst -> slaan en
verwonden.
- Sta aan dezelfde kant.
- Altijd halster en lang touw.
- Touw nooit rond hand of pols draaien.
- Omstaanders ver weg en stil.
- Denk altijd eerst aan uw veiligheid.
Dwangmiddelen:
- Neusknijper / praam: stok met touw in dat
rond neus wordt gebonden. Als je hard
genoeg draait worden paarden wat suffer,
endorfines komen vrij.
- Oor en neus nijpen: leidt het paard af.
- Mexicaanse greep: in de hals nijpen om
het paard af te leiden.
- Voetje opnemen: ze vallen omver wanneer ze
moeilijk doen.
- Veulens: vasthouden onder de hals en onder de
staart.
5