voor correcte interpretatie van beeldvorming?
A. Omdat beweging dan niet mogelijk is
B. Omdat richtingsaanduidingen anders inconsistent worden
C. Omdat organen dan symmetrisch liggen
D. Omdat spieraanhechtingen veranderen
2. Wat is het functionele gevolg van hypertrofie van het
ligamentum flavum in de wervelkolom?
A. Toename van extensiebeweging
B. Versterking van lordose
C. Vernauwing van het wervelkanaal
D. Verbeterde schokabsorptie
3. Waarom vergroot een scheur van het labrum glenoidale de
kans op schouderluxatie?
A. Omdat het gewrichtskapsel verkort
B. Omdat congruentie tussen humeruskop en cavitas afneemt
C. Omdat rotator cuff sterker wordt
D. Omdat synovium minder vloeistof produceert
4. Wat is het directe gevolg van een hernia nuclei
pulposi posterolateraal in de lumbale regio?
A. Compressie van het ruggenmerg
B. Compressie van een uittredende zenuwwortel
C. Fractuur van de lamina
D. Ruptuur van het ligamentum longitudinale anterius
5. Waarom leidt beschadiging van de diepe fascie van een
spiercompartiment tot risico op compartimentsyndroom?
A. Omdat de fascie elastisch uitzet
B. Omdat druk niet kan ontsnappen bij zwelling
C. Omdat bloeddruk daalt
D. Omdat zenuwen direct degenereren
6. Wat is het functionele verschil tussen een fibreus en een
synoviaal gewricht?
A. Fibreuze gewrichten hebben altijd kraakbeen
B. Synoviale gewrichten bevatten een gewrichtsholte
C. Synoviale gewrichten zijn altijd onbeweeglijk
D. Fibreuze gewrichten bevatten synovium
7. Waarom kan een fractuur van het os scaphoideum leiden
tot avasculaire necrose?
A. Door directe zenuwcompressie
2
, B. Door retrograde bloedvoorziening
C. Door verlies van synovium
D. Door verhoogde intramedullaire druk
8. Wat is het gevolg van beschadiging van de
nervus radialis ter hoogte van de humerus?
A. Verlies van pronatie
B. Klauwhand
C. Drop hand
D. Verlies van duimoppositie
9. Waarom veroorzaakt een liesbreuk vaak uitpuiling mediaal
van de a. epigastrica inferior?
A. Door zwakte in het femoraalkanaal
B. Door directe hernia via de anulus profundus
C. Door indirecte hernia via processus vaginalis
D. Door verzwakking van de achterwand van het lieskanaal
10. Wat is het functionele gevolg van ruptuur van het
ligamentum longitudinale posterius?
A. Beperking van extensie
B. Toename van hyperflexie
C. Verlies van rotatie
D. Vernauwing van foramina intervertebralia
11. Waarom leidt beschadiging van de plexus brachialis tot
segmentale uitval in plaats van volledige armlamheid?
A. Door overlappende innervatie
B. Door dubbele arteriële toevoer
C. Door synoviale bescherming
D. Door spiercompartimentering
12. Wat gebeurt er bij degeneratie van gewrichtskraakbeen
in een synoviaal gewricht?
A. Vermindering van frictie
B. Toename van frictie en pijn
C. Verhoging van synoviumproductie zonder klachten
D. Directe ankylosering
13. Waarom kan een zwakke linea alba leiden tot mediane
hernia?
A. Door verhoogde peristaltiek
B. Door verzwakking van aponeurotische fusie
C. Door stijging van intra-abdominale druk alleen
D. Door beschadiging van peritoneum
3