Openingscollege deel 1
Pathologie verwijst naar medisch model, wel of niet ziek. Abnormaal vs
normaal is in werkelijkheid geen hard onderscheid. Problemen liggen op
een dimensie van meer of minder aangepast zijn aan een specifieke
context -> hangt van leeftijd en (culturele) setting af wat aangepast is.
Dus meer dimensioneel in plaats van categoraal.
Het ‘probleem’ ontstaat als een (ongewenste) variant van de ontwikkeling
- Sowieso veel individuele variatie in de ontwikkeling
- Een ontwikkeling is zelden zonder ‘problemen’
- Het gaat om ‘te veel’, ‘te weinig’, ‘te traag’, ‘niet leeftijdsadequaat’
(extremen)
- Met negatieve gevolgen voor welzijn, functioneren en verdere
ontwikkeling
Ontwikkelingsbenadering -> we moeten de normale ontwikkeling begrijpen
om het ontstaan van een probleem te begrijpen. En vice versa!
Equifinality -> verschillende factoren leiden tot dezelfde uitkomst. Andere
oorzaak? Andere hulp nodig!
Multifinality -> dezelfde risicofactor leidt tot verschillende uitkomsten. Het
is dus altijd noodzaak om het hele systeem rondom een kind te begrijpen.
Multifactorele en transactionele modellen
- Meestal meerdere factoren die ontwikkeling bepalen, met gewenste
of minder gewenste uitkomsten.
- Kind en omgevingsfactoren beïnvloeden elkaar
Factoren kunnen elkaar versterken en risico verhogen, maar ook
kunnen beschermende factoren het risico verminderen.
- Vroege interacties kunnen latere beïnvloeden = ‘cascade’
Leeftijd/ontwikkeling is belangrijk
- Kinderen veranderen in vaardigheden, deel continue en deels
stapsgewijs (transities)
- Veel problemen ontstaan in transitie periodes
- Kenmerken van problemen kunnen leeftijdsspecifiek zijn. Sommige
kenmerken kunnen pas ontstaan op latere leeftijd, bijvoorbeeld
vanwege cognitieve capaciteit, of ze worden pas problematisch in
bepaalde context. Of kinderen uiten problematiek anders als ze jong
zijn.
Jongens en meisjes vertonen verschillen in de ontwikkeling en dus ook in
het ontstaan van problematiek -> jongens meer externaliserende
problematiek en vroege problemen, meisjes meer internaliserende
problematiek en vaker in adolescentie.
, Openingscollege deel 2
Wat is diagnostiek?
NIET het vaststellen van een ziekte of stoornis. Het gaat om het hele
proces van intake tot en met behandeling. En ook over preventie door
gezonde ontwikkeling te ondersteunen. Het gaat vooral om: het stellen
van goede vragen, het goed onderbouwen van keuzes en conclusies en
afwegingen daarbij. Diagnostiek is ‘besliskunde’!
Diagnostische cyclus
INTAKEGESPREK
Wat is er anders bij een intake bij kinderen/adolescenten dan bij
volwassenen?
- Ethiek (ouderlijke macht, toestemming)
Kind is vaak zelf niet de aanmelder
- Meerdere informanten bijvoorbeeld ook de ouders en leerkracht
- Kind, zeker wanneer jong, kan nog niet goed praten over problemen
- Niet altijd zelf gemotiveerd voor hulpverlening
- Leeftijdsspecifieke uitingen van problemen
- Andere betrokken instanties
Aanmelding
Rechtsposities
- Jonger dan 12 jaar, beide ouders (ook als gescheiden)
- 12-16 jaar, ouders maar ook adolescent
- 16-18 jaar, adolescent en met diens toestemming ook ouders
Informatieplicht beide ouders (tenzij niet in belang van kind)
Toestemming vragen voor opvragen informatie elders
KLACHTANALYSE
Door gerichte vragen de klachten en hulpvragen van alle betrokkenen
expliciteren. Aan de hand van concrete voorbeelden, specifiek gedrag in
specifieke situaties.
Altijd controleren of je een juiste vertaalslag maakt, samenvattend
herhalen. Met een betrokken en professionele houding, goede
gespreksvaardigheden, en waarborg van privacy en rechten.