Hoorcolleges Diagnostiek in de Klinische Psychologie
HC 1 – Introductiecollege
Diagnostiek, waarom?
Om symptomen te ordenen [beschrijvend of onderkennend]
Om klachten te begrijpen [verklarend]
Om gedrag of klachtverloop te voorspelen [prognose; suïcide, terugval
etc.]
Om een behandeling te plannen [indicatie]
Om een behandeling te evalueren [evaluatie]
Diagnostische instrumenten
- Observatie
- Gestructureerde interviews
- Vragenlijsten
- Tests
- Hetero-anamnese
Onderkenning
– wat is er aan de hand
Inventarisatie van klachten en problemen
Ordening hiervan in clusters van disfunctioneel gedrag of stoornissen
Inschatting van de ernst van de klachten
Wat kan het nog meer zijn – differentiaal diagnoses -> een
differentiaaldiagnose is een alternatieve diagnose voor een bepaalde
groep aan klachten.
,Hypothesen formuleren
Formulering onderkennende hypothesen:
Probleemcluster(s) X (en Y) wijst/wijzen op stoornis A plus een korte
definitie van de classificatie met wetenschappelijke referentie
Formulering verklarende hypothesen:
Probleemcluster(s) X (en Y) wordt/worden veroorzaakt (in stand gehouden,
versterkt) door factor A.
Verklaring
- Wat is de oorzaak van het probleem en wat houdt het in stand of
doet het toenemen? Kennis van beloop van stoornissen en in
standhoudende factoren.
Correlatie hoeft geen causaliteit te zijn!
Valkuilen verklaring
- Aetiologie van psychopathologie is complex (risicofactoren en
kwetsbaarheden kunnen bij iedereen anders zijn)
- Subjectiviteit van cliënt en therapeut
- Alles begrijpen versus pragmatisme
Prognose – hoe zal het probleem zich gaan ontwikkelen. Denk aan kans op
suïcide, terugval of toename klachten als gevolg van medicatie of
biologisch iets (ziekte).
Indicatie
, Kennis van effectieve behandelingen
GGZrichtlijnen.nl
(Evidence based richtlijnen bepaald door groep experts)
Voor veel stoornissen
Niet altijd even up to date
Draagkracht, eerste GGZ-aanmelding, hulpvraag
Hoeveel moet je weten – stepped care
Evaluatie – werkt de behandeling volgens de verwachting? Als niet
succesvol of langzamer dan verwacht, hoe komt dat? Blijf kritisch. Klopt de
diagnose, klopt de casusconceptualisatie. Mis ik iets?
Biases – een bias is een denkfout die iedereen maakt. Een mens kan niet
alle informatie om ons heen constant verwerken, waardoor we een soort
mentale shortcuts/sluipwegen gebruiken om snel en effectief beslissingen
te nemen.
Halo-effect = een uiterlijke eigenschap krijgt veel nadruk en de persoon
wordt in zijn geheel beoordeeld op basis van die indruk omtrent het
uiterlijk.
Anchoring bias of referentie effect = overmatig beïnvloed worden door het
eerste stuk informatie dat je krijgt (meer gewicht geven aan de eerste
informatie)
Confirmation bias = de neiging om informatie te zoeken en interpreteren
die overeenkomt met je eigen overtuigingen.
Leniency-effect = de neiging om (bekende) mensen positief te beoordelen
en negatieve eigenschappen te relativeren.
De contrast-fout = de neiging om anderen tegengesteld aan zichzelf op
een bepaalde eigenschap te beoordelen, verschillen groter maken dan ze
werkelijk zijn.
Actor-observer bias = oorzaken eigen gedrag leggen bij externe
situationele factoren; gedrag van anderen wijten aan persoonskenmerken.
HC2 – Intake
Voorbereiding intake
- Verwijzer: meestal huisarts, kan ook specialist ziekenhuis, arbo-arts.
Maar meestal de huisarts.
- Zorgvuldige analyse van de verwijsvraag
- Wat wil de verwijzer weten, is dit wel duidelijk?
Eventueel dossieranalyse
Mogelijk ingevulde klachtenlijsten analyseren op probleemgebieden en
vragen formuleren.
HC 1 – Introductiecollege
Diagnostiek, waarom?
Om symptomen te ordenen [beschrijvend of onderkennend]
Om klachten te begrijpen [verklarend]
Om gedrag of klachtverloop te voorspelen [prognose; suïcide, terugval
etc.]
Om een behandeling te plannen [indicatie]
Om een behandeling te evalueren [evaluatie]
Diagnostische instrumenten
- Observatie
- Gestructureerde interviews
- Vragenlijsten
- Tests
- Hetero-anamnese
Onderkenning
– wat is er aan de hand
Inventarisatie van klachten en problemen
Ordening hiervan in clusters van disfunctioneel gedrag of stoornissen
Inschatting van de ernst van de klachten
Wat kan het nog meer zijn – differentiaal diagnoses -> een
differentiaaldiagnose is een alternatieve diagnose voor een bepaalde
groep aan klachten.
,Hypothesen formuleren
Formulering onderkennende hypothesen:
Probleemcluster(s) X (en Y) wijst/wijzen op stoornis A plus een korte
definitie van de classificatie met wetenschappelijke referentie
Formulering verklarende hypothesen:
Probleemcluster(s) X (en Y) wordt/worden veroorzaakt (in stand gehouden,
versterkt) door factor A.
Verklaring
- Wat is de oorzaak van het probleem en wat houdt het in stand of
doet het toenemen? Kennis van beloop van stoornissen en in
standhoudende factoren.
Correlatie hoeft geen causaliteit te zijn!
Valkuilen verklaring
- Aetiologie van psychopathologie is complex (risicofactoren en
kwetsbaarheden kunnen bij iedereen anders zijn)
- Subjectiviteit van cliënt en therapeut
- Alles begrijpen versus pragmatisme
Prognose – hoe zal het probleem zich gaan ontwikkelen. Denk aan kans op
suïcide, terugval of toename klachten als gevolg van medicatie of
biologisch iets (ziekte).
Indicatie
, Kennis van effectieve behandelingen
GGZrichtlijnen.nl
(Evidence based richtlijnen bepaald door groep experts)
Voor veel stoornissen
Niet altijd even up to date
Draagkracht, eerste GGZ-aanmelding, hulpvraag
Hoeveel moet je weten – stepped care
Evaluatie – werkt de behandeling volgens de verwachting? Als niet
succesvol of langzamer dan verwacht, hoe komt dat? Blijf kritisch. Klopt de
diagnose, klopt de casusconceptualisatie. Mis ik iets?
Biases – een bias is een denkfout die iedereen maakt. Een mens kan niet
alle informatie om ons heen constant verwerken, waardoor we een soort
mentale shortcuts/sluipwegen gebruiken om snel en effectief beslissingen
te nemen.
Halo-effect = een uiterlijke eigenschap krijgt veel nadruk en de persoon
wordt in zijn geheel beoordeeld op basis van die indruk omtrent het
uiterlijk.
Anchoring bias of referentie effect = overmatig beïnvloed worden door het
eerste stuk informatie dat je krijgt (meer gewicht geven aan de eerste
informatie)
Confirmation bias = de neiging om informatie te zoeken en interpreteren
die overeenkomt met je eigen overtuigingen.
Leniency-effect = de neiging om (bekende) mensen positief te beoordelen
en negatieve eigenschappen te relativeren.
De contrast-fout = de neiging om anderen tegengesteld aan zichzelf op
een bepaalde eigenschap te beoordelen, verschillen groter maken dan ze
werkelijk zijn.
Actor-observer bias = oorzaken eigen gedrag leggen bij externe
situationele factoren; gedrag van anderen wijten aan persoonskenmerken.
HC2 – Intake
Voorbereiding intake
- Verwijzer: meestal huisarts, kan ook specialist ziekenhuis, arbo-arts.
Maar meestal de huisarts.
- Zorgvuldige analyse van de verwijsvraag
- Wat wil de verwijzer weten, is dit wel duidelijk?
Eventueel dossieranalyse
Mogelijk ingevulde klachtenlijsten analyseren op probleemgebieden en
vragen formuleren.