Thema 1: Somber
HC 1: Biopsychosociaalmodel
Angststoornissen en stemmingsstoornissen staan hoog binnen de prevalentieranglijsten!
• Ook onder studenten komen vaak psychische klachten voor: somberheid, stress en
angst
Biopsychosociaal model (BPS)
Het centrale verklaringsmodel voor het ontstaan
van psychische klachten. Dit model stelt dat
klachten nooit één oorzaak hebben, maar het
resultaat is van samenspel tussen biologische,
psychologische en sociale factoren.
Biologisch: genetische kwetsbaarheid,
somatische aandoeningen, algemene
lichamelijke conditie
Sociaal: werkstress, relationele
problemen, mate van sociale steun
Psychisch: persoonlijkheid, copingstijl en
denkpatronen
*Risicofactoren en beschermende factoren kunnen binnen elk domein aanwezig zijn!
Het stress-kwetsbaarheidsmodel
Beschrijft hoe stoornissen ontstaan wanneer
draagkracht en draaglast uit balans raken;
• Predisponerende factoren: genetische
aanleg of jeugdtrauma → verhogen de
kwetsbaarheid
• Luxerende factoren zijn uitlokkende
gebeurtenissen (scheiding/verlies)
• Onderhoudende factoren houden de
klachten vervolgens in stand en
belemmeren herstel (chronische stress
of sociale problemen)
• Beschermende factoren: steunend
netwerk of effectieve coping
Wanneer de totale stress de individuele kwetsbaarheidsdrempel overschrijdt, ontstaan
symptomen en mogelijk een stoornis!
Definitie psychiatrische stoornis (volgens APA)
Een klinisch relevant syndroom van psychologische en/of gedragsmatige symptomen dat
leidt tot lijdensdruk, beperkingen in functioneren of een verhoogd risico op negatieve
uitkomsten zoals ziekte of overlijden
- “Normale” reacties op gebeurtenissen (zoals rouw) vallen hier NIET onder
,Intake en diagnostisch proces
Intake: klachten en hulpvraag worden uitgevraagd. Vervolgens worden symptomen,
stressfactoren en beschermende factoren in kaart gebracht → leidt tot een beschrijvende
diagnose (vormt de basis van het behandelplan)
Voor het volledig onderzoek wordt gebruik gemaakt van:
Anamnese
Heteroanamnese
Medisch dossier
Psychiatrisch onderzoek
Aanvullend onderzoek
Psychiatrisch onderzoek (psychische functies)
Trias psychica: concept in de psychiatrische diagnostiek (status mentalis) dat doelt op de
beoordeling van de drie belangrijkste gebieden van het menselijk psychisch functioneren:
cognitie (denken/kennen), affect (voelen/stemming) en conatie (willen/handelen)
Algemene kenmerken: eerste indruk, uiterlijk, verzorging, etc.
(1) Cognitieve functies:
• Hogere cognitieve functies: bewustzijn, oriëntatie, geheugen, aandacht
• Waarneming: hallucinaties
• Denken: vorm (formele denkstoornis?), inhoud (wanen, dwang)
(2) Affectieve functies: stemming, affect
(3) Conatieve functies: psychomotoriek, motivatie, suïcidaliteit
Bij depressie bijv. meestal: sombere stemming, vlak affect, vertraagd denken en geremde
psychomotoriek!
Beschrijvende diagnose: hierbij worden
predisponerende, luxerende,
onderhoudende en beschermende
factoren expliciet benoemd!
Het behandelplan wordt opgesteld vanuit de beschrijvende diagnose volgens het 6STEP
model en combineert richtlijngebonden interventies (psychotherapie en medicatie) met
contextgerichte maatregelen (sociale ondersteuning)
De classificatie en DSM
Classificatie voornamelijk via de DSM (handboek): doel is het bevorderen van communicatie
tussen professionals en standaardiseren van behandeling
,Bijv. bij depressieve stoornis: minstens 5 van de volgende symptomen moeten aanwezig zijn:
o Somberheid (A-criterium)
o Anhedonie (A-criterium)
o Gewichtsverlies
o Verstoord slaappatroon
o Verstoord eetpatroon
o Concentratieproblemen
o Lichamelijke klachten
o Gevoelens van waardeloosheid
o Terugkerende gedachten aan de dood of suïcide
Psychopathologie staat NIET los van de maatschappelijke context → maatschappelijke
normen beïnvloeden wat wordt gezien als “normaal” en “abnormaal”
Classificatie heeft als nadeel dat er een risico ontstaat op hokjesdenken en het verlies van
aandacht voor de individuele context en etiologie;
Zelfstigma: proces waarbij mensen met een psychische aandoening maatschappelijke
vooroordelen internaliseren, waardoor ze negatief over zichzelf gaan denken, schaamte
ervaren en hun aandoening verbergen
HC 2: Somberheid in de huisartsenpraktijk
Somberheid: subjectieve stemmingstoestand die kan variëren van een normale emotionele
reactie op levensgebeurtenissen tot een psychiatrische stemmingsstoornis, zoals een
depressieve stoornis
“Normale” somberheid: ontstaat meestal als reactie op een herkenbare stressor,
zoals verlies/relatieproblemen of studie-/werkdruk. Hierbij is de stemming wisselend,
proportioneel aan de gebeurtenis e het functioneren blijft grotendeels behouden
Pathologische somberheid: persisterend, vaak minimaal 2 weken aanwezig en leidt
tot duidelijk disfunctioneren op sociaal, academisch en beroepsmatig vlak. Hierbij is
de stemming minder fluctuerend
Het onderscheid bepaalt of diagnostiek en behandeling nodig zijn!
Differentiaaldiagnose bij somberheid:
• Stemmingsstoornis: depressieve stoornis, dysthymie (persisterende depressieve
stoornis), bipolaire stoornis (vraag naar hypomane of manische episoden!)
• Andere psychiatrische oorzaken: angststoornis, overspanning, rouwreacties,
aanpassingsstoornis
• Somatische oorzaken: hypothyreoïdie, anemie, vitamine B12-tekort
• Middelengebruik en medicatie: alcohol, drugs, corticosteroïden
Somberheid komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, en piekt in de jongvolwassenheid
en middelbare leeftijd!
, Diagnostiek in de huisartsenpraktijk
1) Anamnese: aard, duur en ernst van de klachten; functioneren, middelengebruik,
suïcidaliteit en psychiatrische VG
2) Psychiatrisch onderzoek: stemming, affect, denken, waarneming, etc.
3) Indien vermoeden somatische oorzaak: lichamelijk onderzoek
4) Eventueel lab: Hb, TSH, vitamine B12 en glucose
Behandeling van somberheid – volgens 6STEP model
• 1e lijn: psycho-educatie, activering, leefstijladviezen en begeleiding door de POH-
GGZ.
Bij matige tot ernstige depressie wordt medicatie overwogen, met SSRI’s als eerste keus.
Deze remmen de heropname van serotonine in de synaptische spleet. Veelgebruikte
middelen zijn: sertraline, citalopram en fluoxetine. Bijwerkingen: seksuele disfunctie,
slaapproblemen en misselijkheid
• 2e lijn: specialistische psychotherapie, zoals cognitieve gedragstherapie of
interpersoonlijke therapie (vaak in combinatie met medicatie)
• 3e lijn: specialistische GGZ voor complexe of therapieresistente problematiek
• 4e lijn: topklinische zorg met interventies zoals elektroconvulsietherapie (ECT) of
andere behandelingen
Hersengebieden en neurotransmitters
Prefrontale cortex: speelt een rol in emotieregulatie en executieve functies
Amygdala: betrokken bij angst en negatieve emotieverwerking
Hippocampus: functie in geheugen en stressregulatie en kan volumeverlies tonen bij
chronische depressie
Nucleus accumbens: onderdeel van het beloningssysteem en gerelateerd aan
motivatie en plezier
Belangrijke transmitters zijn serotonine (stemming), noradrenaline (energie en alertheid) en
dopamine (motivatie en beloning). Hier ligt dus ook de basis van farmacologische
behandeling!
Dysthymie (persisterende depressieve stoornis)
Chronische, lichte tot matige depressie die ten minste twee jaar aanhoudt. Er is sprake van
een aanhoudend sombere stemming, maar vaak nog wel functionerend in het dagelijks
leven. Ten minste twee van de volgende moeten aanwezig zijn:
• Vermoeidheid (weinig energie)
• Slechte eetlust of juist veel eten
• Slapeloosheid of te veel slapen
• Lage eigenwaarde
• Concentratieproblemen
• Gevoelens van hulpeloosheid
Vaak lastig te herkennen omdat het voelt of je “altijd al zo geweest bent”!
HC 1: Biopsychosociaalmodel
Angststoornissen en stemmingsstoornissen staan hoog binnen de prevalentieranglijsten!
• Ook onder studenten komen vaak psychische klachten voor: somberheid, stress en
angst
Biopsychosociaal model (BPS)
Het centrale verklaringsmodel voor het ontstaan
van psychische klachten. Dit model stelt dat
klachten nooit één oorzaak hebben, maar het
resultaat is van samenspel tussen biologische,
psychologische en sociale factoren.
Biologisch: genetische kwetsbaarheid,
somatische aandoeningen, algemene
lichamelijke conditie
Sociaal: werkstress, relationele
problemen, mate van sociale steun
Psychisch: persoonlijkheid, copingstijl en
denkpatronen
*Risicofactoren en beschermende factoren kunnen binnen elk domein aanwezig zijn!
Het stress-kwetsbaarheidsmodel
Beschrijft hoe stoornissen ontstaan wanneer
draagkracht en draaglast uit balans raken;
• Predisponerende factoren: genetische
aanleg of jeugdtrauma → verhogen de
kwetsbaarheid
• Luxerende factoren zijn uitlokkende
gebeurtenissen (scheiding/verlies)
• Onderhoudende factoren houden de
klachten vervolgens in stand en
belemmeren herstel (chronische stress
of sociale problemen)
• Beschermende factoren: steunend
netwerk of effectieve coping
Wanneer de totale stress de individuele kwetsbaarheidsdrempel overschrijdt, ontstaan
symptomen en mogelijk een stoornis!
Definitie psychiatrische stoornis (volgens APA)
Een klinisch relevant syndroom van psychologische en/of gedragsmatige symptomen dat
leidt tot lijdensdruk, beperkingen in functioneren of een verhoogd risico op negatieve
uitkomsten zoals ziekte of overlijden
- “Normale” reacties op gebeurtenissen (zoals rouw) vallen hier NIET onder
,Intake en diagnostisch proces
Intake: klachten en hulpvraag worden uitgevraagd. Vervolgens worden symptomen,
stressfactoren en beschermende factoren in kaart gebracht → leidt tot een beschrijvende
diagnose (vormt de basis van het behandelplan)
Voor het volledig onderzoek wordt gebruik gemaakt van:
Anamnese
Heteroanamnese
Medisch dossier
Psychiatrisch onderzoek
Aanvullend onderzoek
Psychiatrisch onderzoek (psychische functies)
Trias psychica: concept in de psychiatrische diagnostiek (status mentalis) dat doelt op de
beoordeling van de drie belangrijkste gebieden van het menselijk psychisch functioneren:
cognitie (denken/kennen), affect (voelen/stemming) en conatie (willen/handelen)
Algemene kenmerken: eerste indruk, uiterlijk, verzorging, etc.
(1) Cognitieve functies:
• Hogere cognitieve functies: bewustzijn, oriëntatie, geheugen, aandacht
• Waarneming: hallucinaties
• Denken: vorm (formele denkstoornis?), inhoud (wanen, dwang)
(2) Affectieve functies: stemming, affect
(3) Conatieve functies: psychomotoriek, motivatie, suïcidaliteit
Bij depressie bijv. meestal: sombere stemming, vlak affect, vertraagd denken en geremde
psychomotoriek!
Beschrijvende diagnose: hierbij worden
predisponerende, luxerende,
onderhoudende en beschermende
factoren expliciet benoemd!
Het behandelplan wordt opgesteld vanuit de beschrijvende diagnose volgens het 6STEP
model en combineert richtlijngebonden interventies (psychotherapie en medicatie) met
contextgerichte maatregelen (sociale ondersteuning)
De classificatie en DSM
Classificatie voornamelijk via de DSM (handboek): doel is het bevorderen van communicatie
tussen professionals en standaardiseren van behandeling
,Bijv. bij depressieve stoornis: minstens 5 van de volgende symptomen moeten aanwezig zijn:
o Somberheid (A-criterium)
o Anhedonie (A-criterium)
o Gewichtsverlies
o Verstoord slaappatroon
o Verstoord eetpatroon
o Concentratieproblemen
o Lichamelijke klachten
o Gevoelens van waardeloosheid
o Terugkerende gedachten aan de dood of suïcide
Psychopathologie staat NIET los van de maatschappelijke context → maatschappelijke
normen beïnvloeden wat wordt gezien als “normaal” en “abnormaal”
Classificatie heeft als nadeel dat er een risico ontstaat op hokjesdenken en het verlies van
aandacht voor de individuele context en etiologie;
Zelfstigma: proces waarbij mensen met een psychische aandoening maatschappelijke
vooroordelen internaliseren, waardoor ze negatief over zichzelf gaan denken, schaamte
ervaren en hun aandoening verbergen
HC 2: Somberheid in de huisartsenpraktijk
Somberheid: subjectieve stemmingstoestand die kan variëren van een normale emotionele
reactie op levensgebeurtenissen tot een psychiatrische stemmingsstoornis, zoals een
depressieve stoornis
“Normale” somberheid: ontstaat meestal als reactie op een herkenbare stressor,
zoals verlies/relatieproblemen of studie-/werkdruk. Hierbij is de stemming wisselend,
proportioneel aan de gebeurtenis e het functioneren blijft grotendeels behouden
Pathologische somberheid: persisterend, vaak minimaal 2 weken aanwezig en leidt
tot duidelijk disfunctioneren op sociaal, academisch en beroepsmatig vlak. Hierbij is
de stemming minder fluctuerend
Het onderscheid bepaalt of diagnostiek en behandeling nodig zijn!
Differentiaaldiagnose bij somberheid:
• Stemmingsstoornis: depressieve stoornis, dysthymie (persisterende depressieve
stoornis), bipolaire stoornis (vraag naar hypomane of manische episoden!)
• Andere psychiatrische oorzaken: angststoornis, overspanning, rouwreacties,
aanpassingsstoornis
• Somatische oorzaken: hypothyreoïdie, anemie, vitamine B12-tekort
• Middelengebruik en medicatie: alcohol, drugs, corticosteroïden
Somberheid komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, en piekt in de jongvolwassenheid
en middelbare leeftijd!
, Diagnostiek in de huisartsenpraktijk
1) Anamnese: aard, duur en ernst van de klachten; functioneren, middelengebruik,
suïcidaliteit en psychiatrische VG
2) Psychiatrisch onderzoek: stemming, affect, denken, waarneming, etc.
3) Indien vermoeden somatische oorzaak: lichamelijk onderzoek
4) Eventueel lab: Hb, TSH, vitamine B12 en glucose
Behandeling van somberheid – volgens 6STEP model
• 1e lijn: psycho-educatie, activering, leefstijladviezen en begeleiding door de POH-
GGZ.
Bij matige tot ernstige depressie wordt medicatie overwogen, met SSRI’s als eerste keus.
Deze remmen de heropname van serotonine in de synaptische spleet. Veelgebruikte
middelen zijn: sertraline, citalopram en fluoxetine. Bijwerkingen: seksuele disfunctie,
slaapproblemen en misselijkheid
• 2e lijn: specialistische psychotherapie, zoals cognitieve gedragstherapie of
interpersoonlijke therapie (vaak in combinatie met medicatie)
• 3e lijn: specialistische GGZ voor complexe of therapieresistente problematiek
• 4e lijn: topklinische zorg met interventies zoals elektroconvulsietherapie (ECT) of
andere behandelingen
Hersengebieden en neurotransmitters
Prefrontale cortex: speelt een rol in emotieregulatie en executieve functies
Amygdala: betrokken bij angst en negatieve emotieverwerking
Hippocampus: functie in geheugen en stressregulatie en kan volumeverlies tonen bij
chronische depressie
Nucleus accumbens: onderdeel van het beloningssysteem en gerelateerd aan
motivatie en plezier
Belangrijke transmitters zijn serotonine (stemming), noradrenaline (energie en alertheid) en
dopamine (motivatie en beloning). Hier ligt dus ook de basis van farmacologische
behandeling!
Dysthymie (persisterende depressieve stoornis)
Chronische, lichte tot matige depressie die ten minste twee jaar aanhoudt. Er is sprake van
een aanhoudend sombere stemming, maar vaak nog wel functionerend in het dagelijks
leven. Ten minste twee van de volgende moeten aanwezig zijn:
• Vermoeidheid (weinig energie)
• Slechte eetlust of juist veel eten
• Slapeloosheid of te veel slapen
• Lage eigenwaarde
• Concentratieproblemen
• Gevoelens van hulpeloosheid
Vaak lastig te herkennen omdat het voelt of je “altijd al zo geweest bent”!