1400 – 1840
In de periode tussen de renaissance (vanaf 1400) en de Franse Revolutie
(1789) gebeurt er van alles dat invloed heeft op de kunsten:
1. Er komen verschillende machthebbers voorbij in deze periode (rijke
kooplui, de roomse paus, absolute vorsten, burgers die in opstand
komen in de Franse Revolutie) – machthebbers zijn vaak degenen
die opdracht geven tot het maken van kunst;
2. Er is strijd binnen de christelijke kerk;
3. Het individu wordt belangrijker dan in de ME (Middeleeuwen);
4. De wereld wordt ontdekt;
5. Er worden vele uitvindingen gedaan.
p. 46 – Ad. 2 Christenen in strijd
Ook na de ME blijven de meeste Europeanen christelijk, maar ze zijn nu
wel nieuwsgierig naar Gods schepping en ook de tijdsgeest verandert: niet
langer gaat men uit van ‘memento mori’ (bedenk dat je zult sterven),
maar van het veel vrolijker ‘carpe diem’ (pluk de dag). Kunst hoeft niet
alleen maar meer de christelijke boodschap over te brengen, kunst mag
ook gewoon mooi zijn. Het bezitten van kunst geeft status.
Aan het einde van de ME is er in de kerk steeds meer overdaad: het kan
niet mooi en duur genoeg zijn. De Duitse monnik en theoloog Maarten
Luther verzet zich tegen een kerk die draait om rijkdom, status en macht.
Hij wil het christendom hervormen, het moet weer gaan om de Bijbel =
reformatie. Er ontstaan nieuwe christelijke stromingen die protesteren
tegen de katholieke kerk = protestantisme.
In de Nederlanden is de stroming van de monnik Calvijn populair = het
calvinisme. In 1566 vindt de Beeldenstorm plaats: protestanten
vernietigen veel katholieke objecten en kunstwerken. Protestanten willen
sobere kerken.
Veel katholieken stappen over naar andere christelijke stromingen. Om de
katholieke kerk te redden, worden vanaf 1550 allerlei hervormingen
doorgevoerd = contrareformatie. Zo wordt geprobeerd om met
overdadige barokke kunst de overgestapte gelovigen weer terug naar de
katholieke kerk te lokken.
p. 47 – Ad. 1 Opdrachtgevers: rijken, kooplui, vorsten en overheid
Rijke families en door overzeese handel rijk geworden kooplui bestellen
tijdens de renaissance veel kunst. Tijdens de barok is de Zonnekoning
Lodewijk XIV de bekendste koninklijke opdrachtgever – hij vindt pracht en
praal horen bij een absolute vorst. Veel kunst is in de periode van
renaissance en barok hofkunst: kunstenaars zijn in dienst van het ‘hof’
van de paus, een rijke familie of een vorst.
Pas na de Franse Revolutie wordt er weer kunst en architectuur in dienst
van gewone burgers gemaakt.
Ad 3 Het individu wordt belangrijker
, In de renaissance is er meer aandacht voor de kunstenaar als individu: ze
horen niet langer bij een gilde, maar werken zelfstandig. Ook signeren ze
hun werk en maken ze zelfportretten. Lodewijk de XIV richt een
prestigieuze koninklijke academie voor schilder- en beeldhouwkunst op.
In de renaissance beleeft de klassieke oudheid een wedergeboorte – in
allerlei kunst is de belangstelling hiervoor terug te vinden (zie p. 48
bovenaan).
p. 48 – Ad. 4 De wereld wordt ontdekt
Steeds meer proberen kunstenaars om de werkelijkheid zo natuurgetrouw
weer te geven. Er wordt hiervoor gedetailleerd, maar ook op een meer
wetenschappelijke manier gewerkt. Er worden nauwkeurige berekeningen
gemaakt om de juiste verhoudingen te bereiken in de bouwkunst.
Schilders gebruiken hulpmiddelen om ruimtelijkheid zo goed mogelijk weer
te geven.
1600: de wetenschappelijke revolutie: bestuderen van de menselijke
anatomie, biologische diversiteit en sterren + planeten.
Verlichting (18e eeuw): ratio, het verstand, staat centraal men denkt
dat men alles kan weten en kan vatten in een encyclopedie. Ook wordt de
camera obscura uitgevonden en later de fotografie. Dit helpt
kunstenaars om ruimtelijke beelden direct op het platte vlak te zien. Zie p.
48, onderaan: het principe van de camera obscura.
Vanaf de 15e eeuw komt het humanisme op: dit is geen religie maar een
levensovertuiging. Het humanisme draait om de mens: verdraagzaamheid,
eigen verantwoordelijkheid, harmonie en naastenliefde zijn erg belangrijke
waarden. Als individu mag je bijzonder zijn!
Ook ontdekken de Europeanen dat de wereld veel groter is dan gedacht.
1492: Columbus komt aan op het Amerikaanse continent, dat al snel wordt
gekoloniseerd.
17e eeuw: oprichting in Nederland van de eerste multinational: de VOC
koloniseert verschillende grondgebieden en handelt in tot slaaf gemaakte
mensen. Stereotyperingen uit het slavernijverleden blijven nog lang
bestaan.
Rariteitenkabinetten: zie p. 49 - verzamelingen van voorwerpen uit de
koloniën, elementen uit de klassieke oudheid en wetenschappelijke
instrumenten. Uiteindelijk komen hieruit de eerste musea voort.
Drukkunst: vanaf halverwege de 15e eeuw wordt het drukproces efficiënter
doordat men gaat werken met losse, loden letters. Vanaf de renaissance
worden boeken goedkoper en komen beschikbaar voor gewone mensen.
Zie p. 49, bovenaan: het verschil tussen Rubenisten en Poussinisten
Rubens: meer emotioneel en barok; Poussin: meer rationeel, passend bij
de renaissance en verlichting.