Docenten: Carine Ex, Anita Philiphs, Kimberley Blom en gastdocenten
(Lezen) = niet uit je hoofd leren
* = niet uit je hoofd leren, geen tentamenstof
,Inhoudsopgave
HOORCOLLEGE 1A ........................................................................................................................................................ 3
HOORCOLLEGE 1B ........................................................................................................................................................ 5
HOORCOLLEGE 2A ........................................................................................................................................................ 9
HOORCOLLEGE 2B ...................................................................................................................................................... 15
HOORCOLLEGE 3A ...................................................................................................................................................... 22
HOORCOLLEGE 3B ...................................................................................................................................................... 25
HOORCOLLEGE 4A ...................................................................................................................................................... 30
HOORCOLLEGE 4A ...................................................................................................................................................... 34
HOORCOLLEGE 4B ...................................................................................................................................................... 35
HOORCOLLEGE 5A ...................................................................................................................................................... 39
HOORCOLLEGE 5B ...................................................................................................................................................... 47
HOORCOLLEGE 6A ...................................................................................................................................................... 52
HOORCOLLEGE 7A ...................................................................................................................................................... 58
2
, HOORCOLLEGE 1A
Opvoeden: iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling
en het functioneren van het kind
• Ontwikkelen= ont=wikkelen= uit zijn wikkel halen. Een stap-voor-stap proces waarin
steeds meer mogelijkheden van een kind zich ontplooien
‘Opvoeden gaat eigenlijk vanzelf’:
• Zelfregulatief
o Pro(voor) conversatie: kind nadoen waardoor het leert
o Normen en waarden: VB: gastvrijheid, zit in het gezin en krijgt het kind
automatisch mee
Het opvoedproces kenmerkt zich door:
• Coregulatie (samen beheersen, gaat heen en weer) & adaptie (aanpassen aan leeftijd,
fase.. etc.)
o Gastvrijheid – vrienden uitnodigen in de avond – hoeveel vrienden? – 10 – oké
tot zo laat vind ik het leuk om te blijven. Voorbeeld van proces van coregulatie
& adaptie
Opvoeden bestaat uit sensitief (opmerken) en responsief (daarop gepast reageren) reageren,
zo creëer je de meest veilige opvoedsituaties.
Feiten over opvoeden:
• Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste kinderen ter wereld
• Met 85% van de kinderen gaat het goed, met 15% gaat het minder of niet goed
(meerdere problematieken, ze hebben meer hulp nodig)
• Nederland staat in de top-vijf gelukkigste landen ter wereld
Aan wie vragen ouders om steun en wat zijn hun behoeften?
• Familie en vrienden zijn de eerste die ouders vragen om hulp
• Behoeften: eigenlijk willen ouders… informatie dat ergens op gebaseerd is en advies
waar je wat aan hebt, praktische en emotionele steun.
• Vaak ervaren ouders een gat tussen wat zij wensen aan steun en wat zij daadwerkelijk
krijgen aan steun
Opvoedondersteuning: opvoeders helpen opvoeden
• Brede definitie: Het ondersteunen van alle ouders (van voetbalcoach en leerkracht tot
professionals van Bureau Jeugdzorg)
• Smalle definitie: Het ondersteunen van ouders
3
, Doel opvoedondersteuning:
• Beoogt de ontwikkeling en het functioneren van kinderen te bevorderen door ouders
vroegtijdig te helpen en te ondersteunen om escalatie van problemen te voorkomen
(het blijft op dit niveau maar wordt niet erger)
• Opvoeders te helpen bij het laten opgroeien van kinderen tot burgers die (volwaardig)
meedoen aan de samenleving; dit begint al thuis. Gericht op participatie, VB:
feestcommissie (bijeenkomst 7).
Opvoedingsondersteuning in de buurt of rondom huis:
• Opvoedingsondersteuning rondom huis:
Partner, vrienden, familieleden, opvoedtelefoon, internet, vrijwilligers via speciale
programma’s.
• Opvoedingsondersteuning in de buurt/wijk:
Buren, kinderopvang, scholen, buurtcentra, opvoedsteunpunt, ouder- en kindteams,
allerlei projecten op buurtniveau.
* VERSCHILLENDE AANBIEDERS VAN OPVOEDINGSONDERSTEUNING
• Consultatiebureau (JGZ)
• Ouder- en kindteams (Amsterdam) / wijkteams, de Opvoedpoli
• Kinderopvang en scholen
• Maatschappelijk werk en welzijnswerk (buurtcentra)
• Migrantenorganisaties
• Televisieprogramma’s zoals ‘Opvoeden doe je zo’
• Internetsites, bijvoorbeeld Ouders Online
* OUDERS HEBBEN VRAGEN EN ZORGEN OVER:
• De aanpak van de opvoeding en het ouderschap in het algemeen;
• De lichamelijke ontwikkeling van kinderen;
• Gezondheid en kinderziektes;
• Gezonde voeding en bewegen;
• Ongehoorzaam, lastig of ander problematisch gedrag
• Consequent zijn, grenzen stellen, laten gehoorzamen en corrigeren of straffen;
• Emotionele problemen als zelfvertrouwen, onzekerheid en (faal)angst;
• De schoolprestaties van het kind;
• De puberteit.
4