,Hoorcollege 1
1. Introductie: Wat is Vroegmoderne Geschiedenis?
Het college opent met de fundamentele vraag wat de "vroegmoderne tijd" precies inhoudt. De
term is relatief modern en werd voor het eerst gepopulariseerd in de 19e en 20e eeuw door
historici zoals:
William Johnson (1869): Gebruikte de term voor een reeks lezingen over de 16e
eeuw.
Sir George Clark (1954): Definieerde de periode van ongeveer 1450 tot 1720.
J.H. Elliot (1970-2002): Redacteur van de invloedrijke serie Cambridge Studies in
Early Modern History.
Belangrijke Debatten
Binnen het vakgebied staan vier debatten centraal:
1. Periodisering: Wanneer begint en eindigt de periode? Veelgebruikte grenzen zijn
1450/1500 tot 1789/1800.
2. Continuïteit vs. Verandering: Is er sprake van een breuk met het verleden of een
geleidelijke overgang?
3. Moderniteit: In hoeverre is deze periode 'modern'? Historici zoals J.H. Elliot
waarschuwen voor teleologie—het beoordelen van het verleden enkel als een
'tussenstation' op weg naar onze huidige samenleving.
4. Eurocentrisme: De term 'vroegmodern' wordt vaak bekritiseerd omdat deze sterk
gebaseerd is op de Europese ervaring.
2. Continuïteit en de Annales-school
Een cruciaal concept in de geschiedschrijving is het onderscheid tussen verschillende
tijdslagen, geïntroduceerd door de Annales-school:
Histoire événementielle: De geschiedenis van korte termijn gebeurtenissen (politiek,
oorlogen).
Longue durée: Structurele ontwikkelingen die zeer langzaam veranderen (geografie,
klimaat, mentaliteit).
Histoire immobile: De historicus Emmanuel Le Roy Ladurie stelde dat de periode
1300-1730 gekenmerkt werd door een "stilstaande geschiedenis" op het gebied van
landbouw en demografie.
,3. De Renaissance: Wedergeboorte van de Mens
De Renaissance wordt traditioneel gezien als het startpunt van de vroegmoderne tijd. De term
betekent letterlijk "wedergeboorte".
Grondleggers van het concept
Giorgio Vasari (1511-1574): Gebruikte de term Rinascita om de artistieke
heropleving in Italië te beschrijven.
Jules Michelet (1855): Definieerde de Renaissance als "de ontdekking van de wereld
en de ontdekking van de mens".
Jakob Burckhardt (1818-1897): Schreef het standaardwerk The Civilization of the
Renaissance in Italy, waarin hij de nadruk legde op het individualisme.
Waarom Italië?
De Renaissance begon in Italië vanwege drie factoren:
1. Stadstaten: De opkomst van onafhankelijke steden (communes) en machtige families
zoals de Medici in Florence en de Sforza in Milaan.
2. Humanisme: Een intellectuele beweging die teruggreep op de klassieke oudheid.
3. Artistieke revolutie: Nieuwe technieken en een enorme vraag naar kunst.
4. Humanisme en Religie
Het humanisme begon bij Francesco Petrarca (1304-1374), die de middeleeuwen afdeed als
de "Donkere Middeleeuwen".
Studia humanitatis: De focus lag op grammatica, retorica, poëzie, geschiedenis en
filosofie.
Christelijk Humanisme: Niet alle humanisten waren seculier. Desiderius Erasmus
(1466-1536) gebruikte humanistische technieken om religieuze teksten te bestuderen,
zoals in zijn werk Lof der Zotheid.
5. Kunst, Patronage en de Consumentenrevolutie
De enorme bloei van de kunst werd gedreven door patronage.
, Richard Goldthwaite: Stelt dat er sprake was van een "consumentenrevolutie" in
Italië (1300-1600), waarbij rijkdom leidde tot een enorme vraag naar kunst.
Kenmerken van de nieuwe kunst: Introductie van perspectief, anatomie, realisme en
een focus op het individu (portretten).
6. De Revolutie van de Boekdrukkunst
De uitvinding van de boekdrukkunst door Johannes Gutenberg (c. 1400-1468) wordt vaak
gezien als een van de belangrijkste keerpunten.
De visie van Elizabeth Eisenstein (1979)
In haar boek The Printing Press as an Agent of Change stelt zij dat de drukpers zorgde voor:
1. Standaardisatie: Teksten waren overal hetzelfde.
2. Verspreiding (Dissemination): Kennis werd sneller en breder gedeeld.
3. Preservatie: Kennis ging niet langer verloren door overschrijffouten.
Kritiek: Andere historici wijzen erop dat manuscripten en orale cultuur belangrijk bleven, en
dat de drukpers ook leidde tot meer desinformatie, propaganda en censuur.