SAMENVATTING KWANTITATIEVE
METHODEN IN PEDAGOGISCH
ONDERZOEK
Liselotte Urkens
2025-2026
, Kwalitatieve methoden in pedagogisch onderzoek
Doelstellingen: Kennismaking met het OPO
• Inzicht in de stappen van het onderzoeksproces in kwantitatief pedagogisch onderzoek
o Theoretische kaders, literatuurstudies, onderzoeksvragen
o Steekproeven
o Methoden van kwantitatieve dataverzameling (=vaststellen, meten)
o Kwantitatieve onderzoeksdesigns (=experiment, soort onderzoek)
o De structuur van een onderzoeksrapport (=paper, opbouw + structuur)
• Opzoeken van wetenschappelijke literatuur
• Correct omgaan met bronnenmateriaal (APA)
Inleiding: kwantitatieve methoden in pedagogisch
onderzoek
*Het idee dat de wetenschappelijke kennis van
verschillende groepen afhangt van de positie van de
wetenschappelijke filosofie.
1. Kwantitatieve methoden: positivisme paradigma
A. Paradigma
• (Post)positivisme; sluit aan bij de natuurwetenschappen (fysica, chemie..).
• Gaat uit van de objectieve werkelijkheid; de realiteit bestaat los van de onderzoeker en is
meetbaar.
• Doel: verklaren en generaliseren: zoeken naar de algemene wetten die voor iedereen gelden.
B. Onderzoeksdesign
• Experimenteel: hierbij houd je rekening met de storende factoren te controleren
• Correlationeel
C. Methode
• Gestandaardiseerde metingen: testen, gesloten vragenlijsten
• Gestructureerd en gecontroleerd (objectieve kennis)
• Doel: resultaten veralgemeenbaar zijn, je onderzoekt de steekproef en wilt deze kunnen
veralgemenen
2. kwalitatieve methoden: interpretatief en constructivisme
A. Paradigma
• Doel: het begrijpen van de unieke werkelijkheid i.p.v verklaren
• Centraal: subjectiviteit en meerdere waarheden
1
,B. Onderzoeksdesign
• Naturalisme: bestuderen van de werkelijkheid (natuurlijke context)
• Fenomenologie: bestuderen hoe moensen ervaringen beleven (subjectieve beleving)
• Hermeneutisch: richt zich op interpretatie van betekenis
• Symbolisch interactionisme: onderzoekt de betekenis dat mensen geven aan hun sociale
interacties
• Etnografie: je dompelt jezelf onder in een bepaalde cultuur om deze te begrijpen
• Grounded theory: ontwikkeling van een theorie op basis van wat je hebt geobserveert
C. Methode
• Semi-gestructureerde of open interviews (=ruimte voor eigen verhalen)
• Geen statistiek of cijfers (interpetatie van betekenis)
• Geen grote steekproeven (NIET te bedoeling van te veralgemene naar grotere groepen, het
UNIEKE!)
3. Gemengde methode: Kritisch emancipathorisch
= samenkomen van twee bovenstaande methoden
A. Paradigma
• Doel: veranderen van de werkelijkheid
o De werkelijkheid is niet enkel iets dat we moeten begrijpen, maar iets dat we willen
veranderen.
• Centraal: mensen een stem geven, sociale rechtvaardigheid, verandering stimuleren
B. Onderzoeksdesign
• Actieonderzoek: onderzoeken van het probleem en ondernemen van stappen m.b.t een
oplossing
• Participatorisch onderzoek: onderzoek waarbij deelnemers meebeslissen en meewerken aan
het ondezoek
• Emancipatrisch onderzoek: hierbij onderzoekt men de sociale struceren en ongelijkheden om
deze zichtbaar te maken. (vergroten autonomie, rechten en inspraak)
• Feministisch onderzoek: onderzoek naar de machtsverhoudingen, gender en sociale
ongelijkheid
• Processevaluatie: kijkt niet alleen naar het resultaat maar ook naar het verloop van het proces
C. Methoden
• Combinatie kwanitatieve en kwalitatieve methoden
• Gebruik van groepsgesprekken, beleidanalyse en doelgerichte interventieplanning
2
, Hoofdstuk 1: Kwantitatieve onderzoekscyclus & probleemstelling
1.1 Fasen in het onderzoeksproces
Het onderzoeksproces bestaat uit 8 curciale stappen, namelijk:
1. Probleemstelling
• Vanuit observatie
• Welke vraag er hier uit voortvloeit
2. Theoretisch kader
• Geheel van wetmatigheden die voor de hand liggen
• Wat we al weten, welke kennis we hebben over het onderwerp
• Eerder wetenschappelijk onderzoek
• Adequate verklatring voor het probleem
3. Onderzoeksvragen en hypothesen
• Als de theorie klopt, wat kunnen we dan verwachten?
4. Onderzoeksonderwerp
• Bepaling van experimenteel of corrationeel onderzoek
• Bij wie (populatie) gaat dit onderzoek uitgevoerd worden
• Selectie (steekproef) maken van wie meedoet aan het onderzoek
• Resulaten verzamelen en meten (instrumenten)
• Onder welke omstandigheden we gegevens gaan verzamelen (opzet)
• Vertaling en selectie van instrument
5. Gegevensverzameling
• Onderzoek uitvoeren om nodige gegevens te verzamelen
6. Gegevensanalyse
• Zijn de gegevens betrouwbaar? Komen de resultaten overeen met oorspronkelijke
hypthoesen?
• Hebben we gemeten wat we wouden meten?
• Statistiek: is er een verschil? Is er toeval?
7. Interpretatie
• Hoe komt dit resultaat, waarom dit resultaat?
• We maken een interpretatie van de gegevens + maken op basis hiervan nieuwe vragen
8. Rapportering
• Wetenschappelijk artikel, boek of onderzoeksrapport
• Elke stap vind je hierin terug
• Lezer moet een oordeel kunnen vormen over de juistheid
• Introductie, methode..
3
METHODEN IN PEDAGOGISCH
ONDERZOEK
Liselotte Urkens
2025-2026
, Kwalitatieve methoden in pedagogisch onderzoek
Doelstellingen: Kennismaking met het OPO
• Inzicht in de stappen van het onderzoeksproces in kwantitatief pedagogisch onderzoek
o Theoretische kaders, literatuurstudies, onderzoeksvragen
o Steekproeven
o Methoden van kwantitatieve dataverzameling (=vaststellen, meten)
o Kwantitatieve onderzoeksdesigns (=experiment, soort onderzoek)
o De structuur van een onderzoeksrapport (=paper, opbouw + structuur)
• Opzoeken van wetenschappelijke literatuur
• Correct omgaan met bronnenmateriaal (APA)
Inleiding: kwantitatieve methoden in pedagogisch
onderzoek
*Het idee dat de wetenschappelijke kennis van
verschillende groepen afhangt van de positie van de
wetenschappelijke filosofie.
1. Kwantitatieve methoden: positivisme paradigma
A. Paradigma
• (Post)positivisme; sluit aan bij de natuurwetenschappen (fysica, chemie..).
• Gaat uit van de objectieve werkelijkheid; de realiteit bestaat los van de onderzoeker en is
meetbaar.
• Doel: verklaren en generaliseren: zoeken naar de algemene wetten die voor iedereen gelden.
B. Onderzoeksdesign
• Experimenteel: hierbij houd je rekening met de storende factoren te controleren
• Correlationeel
C. Methode
• Gestandaardiseerde metingen: testen, gesloten vragenlijsten
• Gestructureerd en gecontroleerd (objectieve kennis)
• Doel: resultaten veralgemeenbaar zijn, je onderzoekt de steekproef en wilt deze kunnen
veralgemenen
2. kwalitatieve methoden: interpretatief en constructivisme
A. Paradigma
• Doel: het begrijpen van de unieke werkelijkheid i.p.v verklaren
• Centraal: subjectiviteit en meerdere waarheden
1
,B. Onderzoeksdesign
• Naturalisme: bestuderen van de werkelijkheid (natuurlijke context)
• Fenomenologie: bestuderen hoe moensen ervaringen beleven (subjectieve beleving)
• Hermeneutisch: richt zich op interpretatie van betekenis
• Symbolisch interactionisme: onderzoekt de betekenis dat mensen geven aan hun sociale
interacties
• Etnografie: je dompelt jezelf onder in een bepaalde cultuur om deze te begrijpen
• Grounded theory: ontwikkeling van een theorie op basis van wat je hebt geobserveert
C. Methode
• Semi-gestructureerde of open interviews (=ruimte voor eigen verhalen)
• Geen statistiek of cijfers (interpetatie van betekenis)
• Geen grote steekproeven (NIET te bedoeling van te veralgemene naar grotere groepen, het
UNIEKE!)
3. Gemengde methode: Kritisch emancipathorisch
= samenkomen van twee bovenstaande methoden
A. Paradigma
• Doel: veranderen van de werkelijkheid
o De werkelijkheid is niet enkel iets dat we moeten begrijpen, maar iets dat we willen
veranderen.
• Centraal: mensen een stem geven, sociale rechtvaardigheid, verandering stimuleren
B. Onderzoeksdesign
• Actieonderzoek: onderzoeken van het probleem en ondernemen van stappen m.b.t een
oplossing
• Participatorisch onderzoek: onderzoek waarbij deelnemers meebeslissen en meewerken aan
het ondezoek
• Emancipatrisch onderzoek: hierbij onderzoekt men de sociale struceren en ongelijkheden om
deze zichtbaar te maken. (vergroten autonomie, rechten en inspraak)
• Feministisch onderzoek: onderzoek naar de machtsverhoudingen, gender en sociale
ongelijkheid
• Processevaluatie: kijkt niet alleen naar het resultaat maar ook naar het verloop van het proces
C. Methoden
• Combinatie kwanitatieve en kwalitatieve methoden
• Gebruik van groepsgesprekken, beleidanalyse en doelgerichte interventieplanning
2
, Hoofdstuk 1: Kwantitatieve onderzoekscyclus & probleemstelling
1.1 Fasen in het onderzoeksproces
Het onderzoeksproces bestaat uit 8 curciale stappen, namelijk:
1. Probleemstelling
• Vanuit observatie
• Welke vraag er hier uit voortvloeit
2. Theoretisch kader
• Geheel van wetmatigheden die voor de hand liggen
• Wat we al weten, welke kennis we hebben over het onderwerp
• Eerder wetenschappelijk onderzoek
• Adequate verklatring voor het probleem
3. Onderzoeksvragen en hypothesen
• Als de theorie klopt, wat kunnen we dan verwachten?
4. Onderzoeksonderwerp
• Bepaling van experimenteel of corrationeel onderzoek
• Bij wie (populatie) gaat dit onderzoek uitgevoerd worden
• Selectie (steekproef) maken van wie meedoet aan het onderzoek
• Resulaten verzamelen en meten (instrumenten)
• Onder welke omstandigheden we gegevens gaan verzamelen (opzet)
• Vertaling en selectie van instrument
5. Gegevensverzameling
• Onderzoek uitvoeren om nodige gegevens te verzamelen
6. Gegevensanalyse
• Zijn de gegevens betrouwbaar? Komen de resultaten overeen met oorspronkelijke
hypthoesen?
• Hebben we gemeten wat we wouden meten?
• Statistiek: is er een verschil? Is er toeval?
7. Interpretatie
• Hoe komt dit resultaat, waarom dit resultaat?
• We maken een interpretatie van de gegevens + maken op basis hiervan nieuwe vragen
8. Rapportering
• Wetenschappelijk artikel, boek of onderzoeksrapport
• Elke stap vind je hierin terug
• Lezer moet een oordeel kunnen vormen over de juistheid
• Introductie, methode..
3