Hendriks et al.
Hoofdstuk 1: Wortels van de neuropsychologische diagnostiek
Dit boek richt zich op het proces in de diagnostiek:
De huidige opvattingen over de neuropsychologische diagnostiek zijn dat op basis van kennis
over hersenfuncties en -stoornissen een hypothese geformuleerd kan worden over mogelijke
stoornissen bij een patiënt d.m.v. psychometrische instrumenten (observatieprotocollen,
tests, vragenlijsten). Hierdoor kan op een inhoudelijk verantwoorde en efficiënte wijze
onderzocht worden wat er met de patiënt aan de hand is en of de interpretatie juist is!
3 belangrijke elementen die de wortels vormen van neuropsychologische diagnostiek:
1. Het goed observeren van het gedrag en de beperkingen
2. Het gebruik van psychometrisch verantwoorde meetinstrumenten
3. Het formuleren en toetsen van hypothesen op basis van bestaande kennis over
hersenen en stoornissen en van observaties en testscores (multimethodisch en
multisource)
1.2 Observeren van stoornissen: klinische blik
● Dia-gnostiek = kennis door kijken
● Bedside test = snelle, informele en eenvoudige test
Observatie was vroeger de regel:
Je moest vooral observeren hoe een patiënt een bepaalde taak uitvoert. Er zijn zoveel
verschillende manieren waarop iemand tot een bepaald resultaat kan komen en ook zoveel
redenen waarom iets niet lukt, dat een score in wezen niets zegt over het onderliggende
probleem.
● Kurt Goldstein: holistische theorie
○ screeningtest = laboratorium tests
○ Speciaal onderzoek = complexe tests die meer zouden zeggen over het
functioneren in alledaagse activiteiten (ecologische validiteit)
○ Kwantitatief
● Alexander Luria: dynamischelocalisatietheorie
○ Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, en als een bepaalde route in het
hersensysteem niet beschikbaar of geblokkeerd is, kan een andere route
gebruikt worden.
○ Kwalitatief
1.3 De psychometrische benadering: psychometrie
Het gebruik van objectieve scores en statistiek is sterk toegenomen in de loop van de 20e
eeuw. De meeste historische verhandeling over de psychologische test is de ontwikkeling van
de intelligentietest:
Opvattingen over intelligentie:
, 1. Francis Galton:
a. Intelligentie is erfelijk
b. Snelheid van reageren staat centraal
c. Factor g (general)
2. Alfred Binet
a. Schoolse vaardigheden onderzoeken voor kinderen
3. William Stern:
a. Een formule voor vergelijking tussen oudere en jongere kinderen
b. Intelligentiequotiënt
Army Alpha: Selectieprocedure voor het leger
- Niet valide!
Army Beta: screening van vaardigheden of probleemoplossend vermogen
- Performance tests
Het begin van normering bij neuropsychologische tests:
Psychograaf = een grafiek waarin subschalen werden weergegeven: psychologisch profiel
McKeen Cattel: handboek voor de verschillende stappen in het diagnostisch onderzoek
- Grondig interview
- Testafname
- Intelligentietest
1.4 Diagnostiek: theorie en hypothese
Het is niet zinvol om bij iedereen een grote batterij tests af te nemen.
Op basis van kennis en observaties van een patiënt kan een hypothese opgesteld worden, die
vervolgens met verantwoorde tests getoetst kan worden.
Hoofdstuk 2: Ethiek
Beroepscode NIP:
● Toetsingsinstrument - kent 16 definities, 9 bepalingen, 4 basisprincipes en 99 richtlijnen
van de basisprincipes
● De 4 basisprincipes zijn:
○ Verantwoordelijkheid
○ Integriteit
○ Respect
○ deskundigheid
● De richtlijnen worden als artikelen genummerd
College van Beroep:
Onderdeel van NIP - samengesteld uit juristen en psychologen
College van Toezicht:
samengesteld uit juristen en psychologen
,Wet BIG
2.1 Klachtenprocedure
Voorwaarde:
● Klagers moeten open kaart spelen en anonieme klachten worden afgewezen.
● Klagers moeten ook een direct belang hebben bij de zaak
Procedure:
1. Klagers moeten hun klachten schriftelijk en met argumenten onderbouwen =
klaagschrift
2. De psycholoog moet vervolgens een verdediging schrijven = verweerschrift
- Het verweerschrift gaat via het College van Toezicht
3. Vervolgens schrijft de klager weer een repliek en de psycholoog een dupliek (=reactie
op…)
4. Meestal vindt er dan nog een mondelinge zitting plaats met de aanklager, psycholoog en
College van Toezicht.
5. Het uiteindelijke oordeel wordt schriftelijk uitgebracht
Bij gegrondverklaring van de klacht wordt een maatregel opgelegd:
● Een waarschuwing
● Een berisping
● Een schorsing voor bepaalde tijd uit het lidmaatschap
● Of een ontzetting uit het lidmaatschap
2.2 Belang van het individu
Beroepscodes van psychologen hebben nog een kenmerk: het accent ligt op de belangen van
individuele cliënten of patiënten.
In de Informed consent worden patiënten voor behandeling geïnformeerd over wat er zal
plaatsvinden en zullen ze daarna toestemming geven.
De NIP-code benadrukt sterk de zinvolheid van tweevoudige verstrekking van informatie (zowel
mondeling als schriftelijk)
Waarover moet de cliënt geïnformeerd worden?
Van de gz-psycholoog wordt verwacht dat hij zich in zijn werk laat leiden door hetgeen zijn cliënt
redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van:
1. ‘…de aard en het doel van het voorgenomen onderzoek, de voorgestelde behandeling
of de uit te voeren verrichtingen;
2. de te verwachten gevolgen en risico’s voor de gezondheid van de patiënt bij het
voorgenomen onderzoek, de voorgestelde behandeling, de uit te voeren verrichtingen
en bij niet behandeling;
, 3. andere mogelijke methoden van onderzoek en behandelingen, al dan niet uitgevoerd
door andere hulpverleners;
4. de staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid voor wat betreft
het terrein van de mogelijke methoden van onderzoek of behandelingen;
5. de geheimhoudingsplicht, wijze van eventuele gegevensverstrekking en aan wie wordt
gerapporteerd;
6. de regels in de beroepscode met betrekking tot inzage en afschrift, correctie en
blokkering van de rapportage;
7. de termijn waarop de mogelijke methoden van onderzoek of behandelingen kunnen
worden uitgevoerd en de verwachte tijdsduur ervan’
8. de gebondenheid van de psycholoog aan de Beroepscode NIP en klacht- en
tuchtrecht.’
Het algemene principe van deskundigheid houdt onder andere in dat professionals alleen
maar taken uitvoeren waartoe zij bekwaam zijn.
Neuropsychologen kunnen ook merken dat de relatie met de patiënt niet gaat, tijdig stoppen is
dan gepast, maar een psycholoog mag nooit een patiënt in de steek laten en moet dan een
doorverwijzing naar een andere deskundige aanbieden
2.3 Eenduidigheid
De neuropsycholoog moet helder zijn over het doel van de diagnose.
- Wie met verborgen agenda’s werkt, handelt in strijd met het basisprincipe van integriteit
Psychologen moeten de verwijsvraag goed in kaart brengen (zeker ook voor zichzelf), pas als
de opdrachtgever heeft weten te vertellen in welk opzicht het rapport straks iets zal uitmaken,
kunnen neuropsychologen beslissen hoe zij hun onderzoek bij de patiënt zullen inrichten.
2.4 Methode van onderzoek
Inspanningsverplichting: deskundigheid (basisprincipe)
- Psychologen streven naar het verwerven en handhaven van een hoog niveau
deskundigheid in hun beroepsuitoefening.
- Daaraan wordt toegevoegd dat men de grenzen van de eigen ervaringen en
vaardigheden in acht moeten nemen.
- Methoden worden alleen gebruikt wanneer je daarvoor bent opgeleid en
gekwantificeerd
- Bij beroepsmatig handelen moeten psychologen ook kunnen verantwoorden in het
rapport over de psychometrische kwaliteiten (zoals validiteit) van tests en andere
beoordelingsinstrumenten
Bij Marginale toetsing, door College van Toezicht, wordt gekeken naar de kwestie of de
grenzen van het aanvaardbare zijn overschreden (op literatuur beslissingen onderbouwd).