Exretiestelsel – urinewegstelsel samenvatting
= Een essentieel onderdeel van het excretiestelsel.
• Het is verantwoordelijk voor de productie, opslag en uitscheiding van urine
• Huid, longen, lever en darm maken hier ook deel van uit
1 Exretiestelsel
1.1 Functie van het Exretiestelsel
= Heeft een belangrijk rol bij het handhaven van homeostase.
• Verwijderen van afvalstoffen waardoor het een ophoping van giftige stoffen voorkomt
• Verwijderen van overtollig water waardoor de bloeddruk en de samenstelling van
lichaamsvloeistoffen gereguleerd worden
o Stabiele H2O & elektrolytenbalans
• Temperatuurregulatie
Excretiestelsel = Een verzameling van organen en structuren in het lichaam die verantwoordelijk
zijn voor het verwijderen van afvalstoffen en overtollig water uit het lichaam.
Afvalstoffen die worden uitgescheiden:
• Ureum = Afkomstig van de afbraak van eiwitten
• Urinezuur = Ontstaat bij de afbraak van purines
• CO2
• Overtollige elektrolyten
o Bv: natrium en kalium
• Toxines en geneesmiddelen
o Afbraakproducten van medicatie of schadelijke stoffen
2 Urinewegstelsel
= Een essentieel onderdeel van het excretiestelsel en is verantwoordelijk voor de productie,
opslag en uitscheiding van urine.
• Het helpt bij het verwijderen van
afvalstoffen en overtollige vloeistoffen
uit het lichaam
• Het helpt ook bij het handhaven van de
chemische balans van het bloed
Uit wat bestaat het urinewegstelsel? = De
nieren, de urinewegen en de urineblaas.
Urinewegen = Hier wordt de uterus die urine
afvoert van de nier naar de urineblaas
onderscheiden van de urethra die urine afvoert
van de blaas naar de buitenwereld.
,Urinewegstelsel = Het belangrijkste uitscheidingsorgaan en speelt een vitale rol bij de
handhaving van homeostase van water en elektrolyten in het lichaam.
Eten en drinken = Voldoende voedingsstoffen in functie van groei en in stand houden van alle
weefsels in het lichaam.
In het bloed = Hierdoor is er een wisselende hoeveelheid water.
• Stoffen als natrium en kalium
• Afvalproducten van de stofwisseling
Taak van de nieren = Onder alle omstandigheden de samenstelling van het bloed constant
houden (= Homeostase).
Productie van de urine = De samenstelling en het volume kunnen grote schommelingen
vertonen.
2.1 Functies van het urinewegstelsel
• Het verwijderen van afvalstoffen zoals ureum, creatine en urinezuur
• Het regelen van de waterhuishouding
o Of we nu veel of weinig drinken, ons bloedvolume blijft gelijk en ons
urinewegstelsel zal overtollig water verwijderen
• Via de renine-angiotensine aldosteronsysteem wordt de bloeddruk gereguleerd
• De nieren kunnen zuren of basen uitscheiden of reabsorberen, waardoor het bijdraagt
aan de PH-regulatie
3 Bouw van de nier
3.1 Bouw en ligging
Waar ligt de nier? = Deze ligt hooglumbaal, dorsaal, retroperitoneaal, naast de wervelkolom en
deels achter de ribben.
• De rechtste ligt lager door de aanwezigheid van de lever
Welke vorm hebben de nieren? = Zij zijn een boonvormig orgaan en zijn roodbruin van kleur.
Nierhilum ofwel de nierpoort = De ingang van de nier waar belangrijk structuren de nier
binnenkomen en verlaten.
• Bevindt zich aan de holle (concave) zijde van de nier
• Structuren die passeren = De arteria renalis, vena renalis, de ureter, zenuwen en
lymfevaten
Nieren = Liggen in een vetmassa, dat als een soort beschermkussen dient en de nieren op hun
plaats houdt.
• Hieromheen ligt de fascia renalis wat een stevig kapsel is
Wat vertrekt vanuit de nier? = De ureters die de urine afvoeren vanuit de nier naar de blaas.
Blaas = Dient als reservoir van de urine.
• Van hieruit vertrekt de urethra naar de buitenwereld toe
,Bijnieren = Liggen bovenop de nieren.
• Ondanks ze dicht bij elkaar liggen, zijn het 1 verschillende organen met een totaal andere
functie in het lichaam
• Produceren specifieke hormonen
o De nieren doen dit ook met bepaalde
hormonen
Bouw van de nier = Perfect aangepast aan zijn functie als filterend orgaan.
Nier = Bestaat uit verschillende lagen en structuren die samenwerken om urine te produceren.
Buitenste laag van de nier = Een stevig bindweefselkapsel dat de nier zijn karakteristieke gladde
en glanzende uiterlijk geeft.
• = De capsula renalis
• Dit stevig omhulsel beschermt de nier tegen fysieke schade en infecties
Nierschors of cortex = Ligt onder het kapsel en heeft een roodbruine kleur.
• Is de buitenste laag van de nier, net onder het kapsel
• De eerste filtratie van het bloed vindt hier plaats
• Cortex = Ligt omheen het niermerg of medulla
, Medulla = Hier vindt de verdere verwerking en concentratie van de
urine plaats.
• De cortex heeft uitlopers die hier doorheen lopen
Nierbekken of pyelum = Dit ligt centraal in de nier.
• De urine wordt hier verzameld en wordt via de ureter naar de
blaas afgevoerd
3.1.1 Niermerg of medulla
= Een brede laag onder de cortex.
Medulla = Bestaat uit een aantal kegelvormige structuren die met de punt naar het centrum van
de nier wijzen.
• Kegelvormige structuren = Piramiden
• Er bevinden zich 8 tot 15 piramiden in het niermerg per nier
o Dit bevat de verzamelbuizen en lussen van Henle waar verdere verwerking en
concentratie van urine plaatsvindt
Nierpapil = De top van de piramide.
• Het steekt uit in het nierbekken en van hieruit sijpelt de urine naar het pyelum
3.1.2 Pyelum
= Heeft kleine bekervormige uitlopertjes.
• = Nierpapillen
• Dit is het centrum van de nier
Calices of nierkelken = Vormen de verbinding tussen de medulla en het pyelum.
• Elke nierpapil mondt uit in een kleine nierkelk die de urine opvangt
• Kleine nierkelken komen samen in grotere kelken
Nierbekken = Hieraan wordt de urine doorgegeven door de niercalices die de urine opvangen uit
de papillen.
3.1.3 Fascia
= Een buitenste laag die de nier en de bijnier omgeeft.
• Het ligt rond het vetkapsel dat de nier omgeeft
= Een essentieel onderdeel van het excretiestelsel.
• Het is verantwoordelijk voor de productie, opslag en uitscheiding van urine
• Huid, longen, lever en darm maken hier ook deel van uit
1 Exretiestelsel
1.1 Functie van het Exretiestelsel
= Heeft een belangrijk rol bij het handhaven van homeostase.
• Verwijderen van afvalstoffen waardoor het een ophoping van giftige stoffen voorkomt
• Verwijderen van overtollig water waardoor de bloeddruk en de samenstelling van
lichaamsvloeistoffen gereguleerd worden
o Stabiele H2O & elektrolytenbalans
• Temperatuurregulatie
Excretiestelsel = Een verzameling van organen en structuren in het lichaam die verantwoordelijk
zijn voor het verwijderen van afvalstoffen en overtollig water uit het lichaam.
Afvalstoffen die worden uitgescheiden:
• Ureum = Afkomstig van de afbraak van eiwitten
• Urinezuur = Ontstaat bij de afbraak van purines
• CO2
• Overtollige elektrolyten
o Bv: natrium en kalium
• Toxines en geneesmiddelen
o Afbraakproducten van medicatie of schadelijke stoffen
2 Urinewegstelsel
= Een essentieel onderdeel van het excretiestelsel en is verantwoordelijk voor de productie,
opslag en uitscheiding van urine.
• Het helpt bij het verwijderen van
afvalstoffen en overtollige vloeistoffen
uit het lichaam
• Het helpt ook bij het handhaven van de
chemische balans van het bloed
Uit wat bestaat het urinewegstelsel? = De
nieren, de urinewegen en de urineblaas.
Urinewegen = Hier wordt de uterus die urine
afvoert van de nier naar de urineblaas
onderscheiden van de urethra die urine afvoert
van de blaas naar de buitenwereld.
,Urinewegstelsel = Het belangrijkste uitscheidingsorgaan en speelt een vitale rol bij de
handhaving van homeostase van water en elektrolyten in het lichaam.
Eten en drinken = Voldoende voedingsstoffen in functie van groei en in stand houden van alle
weefsels in het lichaam.
In het bloed = Hierdoor is er een wisselende hoeveelheid water.
• Stoffen als natrium en kalium
• Afvalproducten van de stofwisseling
Taak van de nieren = Onder alle omstandigheden de samenstelling van het bloed constant
houden (= Homeostase).
Productie van de urine = De samenstelling en het volume kunnen grote schommelingen
vertonen.
2.1 Functies van het urinewegstelsel
• Het verwijderen van afvalstoffen zoals ureum, creatine en urinezuur
• Het regelen van de waterhuishouding
o Of we nu veel of weinig drinken, ons bloedvolume blijft gelijk en ons
urinewegstelsel zal overtollig water verwijderen
• Via de renine-angiotensine aldosteronsysteem wordt de bloeddruk gereguleerd
• De nieren kunnen zuren of basen uitscheiden of reabsorberen, waardoor het bijdraagt
aan de PH-regulatie
3 Bouw van de nier
3.1 Bouw en ligging
Waar ligt de nier? = Deze ligt hooglumbaal, dorsaal, retroperitoneaal, naast de wervelkolom en
deels achter de ribben.
• De rechtste ligt lager door de aanwezigheid van de lever
Welke vorm hebben de nieren? = Zij zijn een boonvormig orgaan en zijn roodbruin van kleur.
Nierhilum ofwel de nierpoort = De ingang van de nier waar belangrijk structuren de nier
binnenkomen en verlaten.
• Bevindt zich aan de holle (concave) zijde van de nier
• Structuren die passeren = De arteria renalis, vena renalis, de ureter, zenuwen en
lymfevaten
Nieren = Liggen in een vetmassa, dat als een soort beschermkussen dient en de nieren op hun
plaats houdt.
• Hieromheen ligt de fascia renalis wat een stevig kapsel is
Wat vertrekt vanuit de nier? = De ureters die de urine afvoeren vanuit de nier naar de blaas.
Blaas = Dient als reservoir van de urine.
• Van hieruit vertrekt de urethra naar de buitenwereld toe
,Bijnieren = Liggen bovenop de nieren.
• Ondanks ze dicht bij elkaar liggen, zijn het 1 verschillende organen met een totaal andere
functie in het lichaam
• Produceren specifieke hormonen
o De nieren doen dit ook met bepaalde
hormonen
Bouw van de nier = Perfect aangepast aan zijn functie als filterend orgaan.
Nier = Bestaat uit verschillende lagen en structuren die samenwerken om urine te produceren.
Buitenste laag van de nier = Een stevig bindweefselkapsel dat de nier zijn karakteristieke gladde
en glanzende uiterlijk geeft.
• = De capsula renalis
• Dit stevig omhulsel beschermt de nier tegen fysieke schade en infecties
Nierschors of cortex = Ligt onder het kapsel en heeft een roodbruine kleur.
• Is de buitenste laag van de nier, net onder het kapsel
• De eerste filtratie van het bloed vindt hier plaats
• Cortex = Ligt omheen het niermerg of medulla
, Medulla = Hier vindt de verdere verwerking en concentratie van de
urine plaats.
• De cortex heeft uitlopers die hier doorheen lopen
Nierbekken of pyelum = Dit ligt centraal in de nier.
• De urine wordt hier verzameld en wordt via de ureter naar de
blaas afgevoerd
3.1.1 Niermerg of medulla
= Een brede laag onder de cortex.
Medulla = Bestaat uit een aantal kegelvormige structuren die met de punt naar het centrum van
de nier wijzen.
• Kegelvormige structuren = Piramiden
• Er bevinden zich 8 tot 15 piramiden in het niermerg per nier
o Dit bevat de verzamelbuizen en lussen van Henle waar verdere verwerking en
concentratie van urine plaatsvindt
Nierpapil = De top van de piramide.
• Het steekt uit in het nierbekken en van hieruit sijpelt de urine naar het pyelum
3.1.2 Pyelum
= Heeft kleine bekervormige uitlopertjes.
• = Nierpapillen
• Dit is het centrum van de nier
Calices of nierkelken = Vormen de verbinding tussen de medulla en het pyelum.
• Elke nierpapil mondt uit in een kleine nierkelk die de urine opvangt
• Kleine nierkelken komen samen in grotere kelken
Nierbekken = Hieraan wordt de urine doorgegeven door de niercalices die de urine opvangen uit
de papillen.
3.1.3 Fascia
= Een buitenste laag die de nier en de bijnier omgeeft.
• Het ligt rond het vetkapsel dat de nier omgeeft