Inleiding: Biocriminologie
Waarom biologie binnen maatschappelijke veiligheid?
De kernvraag van dit vak is: waarom is biologie relevant voor
menselijk (afwijkend) gedrag en veiligheid?
Het antwoord ligt in het algemeen mensbeeld dat binnen de opleiding
centraal staat: de mens is geen losstaand individu, maar een
biologisch, psychologisch én sociaal wezen
Algemeen mensbeeld: het bio-psycho-sociaal model
Het bio-psycho-sociaal model stelt dat gedrag het resultaat is van
een samenspel tussen drie pijlers:
- Biologisch (BIO)
o Erfelijkheid, genetica, hormonen, stresssysteem,
middelengebruik, lichamelijke letsels, …
o Bijv. impulsiviteit door hersenletsel of hormonale
invloeden
- Psychologisch (PSYCHO)
o Persoonlijkheid, temperament, emoties, coping, mentale
gezondheid, …
o Bijv. impulscontrole, emotieregulatie, persoonlijkheids-
stoornissen
- Sociaal (SOCIO)
o Opvoeding, gezin, vrienden, cultuur, beleid,
maatschappelijke context, …
o Bijv. beleidsveranderingen (bijv. uitkeringen schrappen)
die agressie tegenover hulpverleners kunnen uitlokken
,Een louter biologische verklaring zou betekenen dat gedrag vastligt
en dat er geen verandering mogelijk is – niet goed dus
Terminologie
Antisociaal gedrag Overkoepelende term voor gedrag
dat tegen sociale normen ingaat
(cultureel bepaald)
Bv. liegen, stelen, agressie, …
Antisociaal gedrag is niet
noodzakelijk strafbaar
Criminaliteit Overtreding van de wet (verschilt
per tijd en plaats)
Delinquentie Criminaliteit gepleegd door
jongeren – leeftijdsgebonden dus
Delict Strafbaar feit volgens de wet
Externaliserend gedrag Gedrag naar buiten gericht
(bv. slaan, roepen, vernielen, …)
– vaak bijna synoniem met
antisociaal gedrag
Internaliserend gedrag Gedrag naar binnen gericht
(bv. vloeken in jezelf)
Agressie Gedrag bedoeld om anderen schade
toe te brengen – kan fysiek,
verbaal of relationeel zijn (niet
altijd negatief, bv. sport)
Geweld Ernstige vorm van agressie met de
bedoeling om ernstige fysieke
schade toe te brengen
Sociaal-agogisch werk en veiligheid
- Sociaal: werken met mensen
- Agogiek: wetenschap die kijkt naar oorzaken en gevolgen van
menselijk gedrag én hoe je verandering in gang zet
Doel: veiligheid verzekeren, preventie en interventie mogelijk maken
, Hoofdstuk 1: Geschiedenis van de biocriminologie
Wat is biocriminologie?
Biocriminologie is een subdiscipline van de criminologie die het
verband onderzoekt tussen biologische factoren (zoals genetica en
hersenen) en crimineel of antisociaal gedrag
Centrale vragen binnen de biocriminologie zijn:
- Wordt iemand geboren als crimineel?
- Is antisociaal gedrag erfelijk?
- Zijn de hersenen van gewelddadige personen anders?
! Biocriminologie kreeg in het verleden veel kritiek omdat ze gedrag
te reductionistisch (complex verschijnsel proberen herleiden tot één enkele
oorzaak, terwijl meerdere factoren meespelen) zou verklaren – die kritiek is
deels terecht voor oudere theorieën, maar niet voor de hedendaagse
biocriminologie die altijd vertrekt vanuit interactie met
psychologie en sociologie
Geschiedenis van de biocriminologie
19DE EEUW
Moral insanity (Prichard)
Antisociaal gedrag werd verklaard als een vorm van mentale
ontregeling – personen werden gezien als gewetenloos, impulsief en
recidiverend, terwijl hun intellect intact bleef
Gevolg: men geloofde dat sanctioneren en opsluiten de enige optie
was, omdat verandering onmogelijk leek
Frenologie (Francis Gall)
Gall probeerde eigenschappen te koppelen aan de vorm van de schedel
– bepaalde knobbels zouden wijzen op specifieke talenten of
gedragskenmerken
Hoewel deze theorie wetenschappelijk onjuist is, was ze
maatschappelijk belangrijk: crimineel gedrag werd niet
langer louter moreel veroordeeld, maar biologisch benaderd,
wat de deur opende naar behandeling en begeleiding
Criminele antropologie (Lombroso)
Lombroso stelde dat sommige mensen geboren criminelen waren en
herkenbaar aan lichamelijke kenmerken
Zijn theorie was duidelijk racistisch en seksistisch, maar hij
werkte wel volgens de wetenschappelijke methode en pleitte voor een
humanere aanpak
Zijn werk legde o.a. de basis voor de moderne robotfoto
, Evolutionaire theorie
Het sociaal darwinisme paste het idee van “survival of the fittest”
toe op mensen – criminelen worden best niet geholpen, dan sterven ze
vanzelf uit, wat bijdraagt tot een verbetering van de maatschappij
De eugenetica (Galton) ging nog verder en stelde dat het menselijk
ras verbeterd kon worden door “ongewenste” mensen niet te laten
voortplanten – dit leidde tot zware wanpraktijken zoals gedwongen
sterilisaties, euthanasie en chemische castraties, met als extreem
voorbeeld de nazi-biocriminologie tijdens WOII
Deze periode toont het gevaar van eenzijdig biologisch denken en
wordt beschouwd als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de
biocriminologie
20STE EEUW
Constitutionele theorie (Sheldon)
Criminaliteit werd gekoppeld aan lichaamstypen (endomorf, ectomorf
en mesomorf) – de mesomorf zou delinquent zijn
Deze theorie is wetenschappelijk onjuist
Sutherland
Na WOII verwierp Sutherland alle biologische
verklaringen van criminaliteit
Biocriminologie verdween tijdelijk naar de
achtergrond en de sociologie kwam centraal te staan
Toch had de vroege biocriminologie ook positieve effecten:
- Humanere kijk op criminelen
- Hervorming van het strafrecht
- Aanzet tot wetenschappelijk onderzoek
Hedendaagse biocriminologie
De huidige biocriminologie vertrekt nooit meer vanuit één enkele
oorzaak
Criminaliteit wordt gezien als het resultaat van een complex
samenspel tussen genen, hersenen, psychologie en sociale context
Belangrijke invalshoeken:
Hier kijkt men naar biologische factoren die mogelijks kunnen bijdragen tot het
stelen van crimineel gedrag (in combinatie met andere factoren uiteraard)
- Verworven hersenletsel
o Niet-aangeboren hersenschade (bijv. ongeval, tumor, …)
o Vooral frontale cortex
o Minder impulscontrole, meer agressierisico
- Cognitieve tekorten
o Problemen met aandacht, leren uit straf/beloning
o Zwakke executieve functies
o Moeilijkheden met moreel redeneren