Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Kennistoets Fysiologie k3 Fysiotherapie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
30
Cijfer
8-9
Geüpload op
14-04-2021
Geschreven in
2020/2021

Het document is samengevat uit boeken als Fysiologie E.a Van der Burgt en Vorm en beweging van Lohman. Zeer compact en duidelijk samengevat. Na deze samenvatting snap je de fysiologische processen.

Voorbeeld van de inhoud

Fysiologie
Spiervezels en energie systemen
• ATP → ADP + Pi + energie
• ATP = adenosine tri phosphate (heel energierijk)
• ADP = adenosine di phosphate
• AMP = adenosine mono phosphate

Energie is het vermogen om arbeid te verrichten. Energie krijg je van koolhydraten en vetten. Dit
wordt opgeslagen in de stof ATP ; adenosine fosfaat. Een cel verbruikt voortdurend ATP om functies
te kunnen uitvoeren. Energie heb je nodig voor: Opbouw cel, Afweer, Beweging, Productie,
Celdeling.

Anarobe verbranding: geen zuurstof
Deze verbranding vind plaats in de cel in het cytosol (cytoplasma) de verbranding komt uit glucose.
De opslag van glucose noem je glycogeen. Door de verbranding van
glucose ontstaat er ATP en melkzuur. Door het gebrek aan zuurstof
kan het proces niet verder verlopen, daarom ontstaat er alleen
melkzuur. Deze verbranding wordt gebruikt tijdens het uitvoeren van
explosieve kracht.

Aerobe verbranding: wel zuurstof
Aerobe verbranding komt vooral voor bij duur sporten en activiteiten.
De brandstoffen die je gebruikt zijn ook glucose en vetten en bevind
zich in het cytosol. De glucose wordt hier omgezet in
pyrodruivenzuur, omdat bij deze verbranding zuurstof aanwezig is
kan dir zuur worden opgenomen in de celorganel de mitochondriën,
bij deze verbranding maak je veel meer ATP aan dan bij anaerobe
verbranding, je zweet meer en je verbruikt meer co2.

Eerste paar seconden:
Aan het begin van een inspanning heb je ATP nodig, je hebt een
kleine hoeveelheid in je cellen zitten dit is genoeg om even te starten maar is snel op. ADP is het
afvalproduct van het gebruik van de ATP in de eerste paar seconden.

De volgende 20-30 seconden creatine phosphaat:
Het CP ( creatine fosfaat) geeft de fosfaat af aan het ADP en dan ontstaat er weer een ATP +
creatine (=directe fosforilatie). Is de phosphaatbarrtij (Phosfphaatbatterij= ATP voorraad en CP) op
dan moeten er nieuwe brandstoffen worden gebruikt om energie te creëren, deze brandstoffen haal
je uit je voeding: glucose, vetten, eiwitten (deze zijn primair bedoelt voor opbouw maar wanneer
glucose of vetten niet voldoende zijn worden de eiwitten gebruikt). De voeding zorgt ervoor dat
ADP- ATP wordt

De volgende 60 seconden anaerobe verbranding:
Pas na een tijdje van inspanning krijgt je hersenen een signaal dat de hartslag omhoog moet,
sneller moet ademhalen, vaten moet verwijden etc. om zo meer zuurstof in het lichaam te krijgen.
Maar zonder zuurstof ga je glucose en glycogeen voorraden verbranden om energie te creëren
(=glycolyse). Hierbij levert 1 glucosemolecuul 2 ATP op met lactaat (melkzuur).


Langzame spiervezel= duurtaken
- Rode spier vezels met veel bloed
- Tonisch, slow twitch
- Aerobe verbranding dus veel mitochondriën
- Vermoeibaarheid: laag, want je houd het lang vol
- Brandstof: vet en glucose
- Neiging tot verkorting
Functie:
 houdinghandhaving
 Lichte inspanning
 Duursporten



1

,Snelle spiervezels= explosie verbranding
- Witte spiervezels
- Fasische, fast twitch
- Anaerobe verbranding
- Vermoeibaarheid: snel weinig ATP raakt snel op
- Brandstof: ATP, creatine fosfaat, glucose
- Neiging tot verslapping
Functie:
 Springen
 Gooien
 Sprinten
 Explosieve bewegingen

Intermediare spiervezels hebben eigenschappen van snelle en langzame spiervezeltypes. Er vind
snelle contractie plaats en de vermoeidheid zit er tussen in. Spiervezeltypes kan aanleg zijn maar
kunnen ook trainbaar zijn.

Bicep en soleus zijn langezame spiervezeltypes
Tricep en gastrocnemius zijn snelle spiervezeltypes




2

, Groei 1
De nucleus is het centrum waaruit processen worden gestuurd. De nucleus bevat DNA dat gebruikt
wordt voor het coderen van genen. Een gen bevat een code voor eiwit. In de nucleus word een
kopie gemaakt van het DNA dit wordt mRNA. Dit proces noem je transcriptie. Op basis van
genetische code op het mRNA wordt er in het cytoplasma op het RE= ruw endoplasmatisch
reticulum met behulp van ribosomen (synapsen) een eiwit geproduceerd. De productie van het
eiwit noem je translatie.




DNA wordt ook wel chromosomen genoemd. Je hebt totaal 46 chromosomen, 23 paar van je
moeder en 23 paar van je vader. Alle chromosomen paren zijn het zelfde behalve de laatste de 23 e
dit is het geslachtschromosoom het X of Y chromosoom. De 22 andere paar chromosomen noem je
autosomen.

Mitose
De deling van lichaamscellen noem je mitose. Mitose vind plaats in alle lichaamscellen behalve de
geslachtscellen. De cel deling heeft verschillende soort fases
Interfase: het DNA is zichtbaar onder een licht microscoop
Een chromosoom bestaat uit 2 strengen DNA die aan elkaar vast zitten. Deze strengen noem je
chromatiden. Deze 2 strengen van DNA samen maakt 1 chromosoom. Als de chromatiden samen
in een chromosoom zitten noem je het zusterchromatiden. De zusterchromatiden zijn exacte
kopietjes van elkaar en zijn verbonden via het centromeer ( as van de diagonalen van de
chromosomen) . Het kernmembraan van de chromosoom verdwijnt als de zusterchromotiden zich
verbinden aan het centromeer. In een cel zitten 46 chromosomen die bestaan uit 92 chromatiden
want 1 chromosoom bestaat uit 2 chromatiden.

Profase (voor)
Het DNA rolt zich strakker op in de 2 chromatiden waardoor de celkern verdwijnt, hierdoor kunnen
de chromosomen door de hele cel heen. Aan het uiteinde van de cel ontstaan spoellichaampjes die
bestaat uit spoeldraden met microtubli (buisjes).

Metafase (na)
De chromosomen gaan naar het midden van de cel het equatoriale vlak ook wel het metavlak
genoemd. Dit het vlak dat loodrecht tussen de polen van de spoelfiguren ligt. De centromeren van
de chromosomen hechten zich aan de microtubli van de spoeldraden.

Anafase ( apart)
De zusterchromatiden worden gescheiden doordat het centromeer zich splits. Nu heten deze
chromosomen geen zusters meer maar dochter chromosomen. Het spoellichaam trekt de
dochterchromosomen aan . Als je chromatiden van elkaar afhaalt noem je dit automatisch
chromosomen nu zijn er dus 92 chromosomen.

Telofase (einde)
De spoellichamen verdwijnen waardoor een nieuwe celkern kan ontstaan. De cel bereid zich weer
voor op de metafase.

Cytokinese: mitose is afgerond. Er ontstaan nieuwe celkernen. 2 identieke cellen met 46
chromosomen.


3

Documentinformatie

Geüpload op
14 april 2021
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2020/2021
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

€7,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
AnnaJ248

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
AnnaJ248 Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen