Rechtseconomie 2025
College 1 welvaart, markten en overheid
Hoe kun je regels effectief en efficiënt instellen zodat mensen precies doen wat je wil
(prikkelen) → Hoe kun je de welvaart verbeteren.
Rechtseconomie
- Ex ante
- Welvaart maximalisatie
- Wanneer is regulering gerechtvaardigd: bij marktfalen, wanneer de markt het zelf niet
kan oplossen
- public finance vs public choice : voor een bepaalde groep regels instellen
Voorkeuren
1 Volledige voorkeursordening
2 Transitief (als F wordt geprefereerd boven D en D boven B, dan wordt F ook geprefereerd
boven B)
3 Meer boven minder
Hicks-kaldor criterium: verbetering van gezamenlijke welvaart wordt gerealiseerd, indien er
sprake is van een verandering waarbij alle betrokkenen erop vooruit zouden gaan.
Kosten en baten analyse
Uitdagingen:
- geldwaarde op een bepaald moment
- geldwaarde voor rijk en arm verschilt
- kwalitatieve en kwantitatieve elementen
1
,College 2 welvaart, markten en overheid
Waarom zijn er markten
1. Specialisatie, dit zorgt voor hogere productiviteit, mensen gaan ruilen met geld of
ander betaalmiddel, dit vergroot de welvaart iedereen doet wat hij goed kan
2. Transactiekosten, dit is een hindernis in het ruilproces
- Het zoeken van informatie over prijzen, kwaliteiten → inzicht in werven
- Het voeren van onderhandelingen over de verkoopwaarden
- Het afsluiten van overeenkomsten
- Controleren van de naleving van overeenkomsten
- Het zo nodig afdwingen van de naleving van overeenkomsten
Transactiekosten zijn afhankelijk van
- De mate waarin er investeringen nodig zijn die specifiek voor de desbetreffende
transactie worden gedaan
- Frequentie waarmee de dergelijke transacties plaatsvinden (hoe vaak)
- Complexiteit van de transactie en de onzekerheid over kwaliteiten van de goederen
(die betrokken zijn bij de transactie)
- Ingewikkeldheid van het meten van de kwaliteiten van de bij de transactie betrokken
goederen
- Mate waarin partijen afhankelijk zijn van derden
Consequenties van markten voor de maatschappelijke welvaart
Vraagcurve: naar beneden hellend: als je veel van een
product koopt, heb je niet meer zoveel nodig. Bijv. je drinkt
1 bier in de kroeg, je bent bereid hier veel voor te betalen,
want je hebt erg dorst, maar na 3,4,5 x gaat je bereidheid
omlaag, omdat je geen bier meer hoeft.
Bij 500 wil dit persoon maar 35 betalen, maar bij 300 wil hij
50 per stuk betalen.
Marktvraagcurve =
horizontale optelling
2
,Aanbodcurve: naar boven hellend, als je ziet dat de
ander veel verkoopt, gaat de ander dit ook meer
verkopen.
Marktaanbodcurve: horizontale optelling
TO totale opbrengst = P x Q
MO (P) marginale opbrengst = verandering in de totale opbrengst die optreedt als de
aanbieder een extra eenheid van het goed verkoopt (Px) (wat schuift het als je een extra
eenheid verkoopt)
TK totale kosten = variabele kosten + constante kosten
VK Variabele kosten = afhankelijk van productieomvang (materieel, arbeid), kan je op korte
termijn wel veranderen
CK Constante kosten = onafhankelijk van de productieomvang, kan je op korte termijn niet
veranderen (huur)
GTK gemiddelde kosten = TK:Q
GCK gemiddelde constante kosten = CK:Q
GVK gemiddelde variabele kosten = VK:Q
MK = verandering in totale kosten indien en extra eenheid wordt geproduceerd (= gelijk aan
de verandering in de variabele kosten)
MO bijv. jongetje heel blij met twee scoops ijs, maar wordt minder blij als voorheen als hij
daarna nog 5 krijgt, dit zie je ook terug bij bedrijven.
Winstmaximaliatie: MO = MK
GCK - naar beneden hellend, want bij meerdere eenheiden kun je het delen over meer
eenheden.
GVK - gaan naar beneden, maar zullen op een bepaald manier weer stijgen
MK snijden altijd GVK/GTK op minimum
3
, Prijs is MO, dus MO = MK bij 0,8 cent
Laagst mogelijke prijs 0,28 cent, want daar worden de gvk gedekt, je moet dan minder
produceren, je krijgt hierbij de gck niet terug, dus je draait wel verlies.
Laagst mogelijke prijs bij geen verlies is 0,4 cent.
Beneden 0,28 cent, kan je beter stoppen.
Evenwicht is waar de aanbod- en vraagcurve elkaar kruisen
Overmatig aanbod zorgt ervoor dat de prijs de evenwichtswaarde overschrijdt (boven
evenwichtspunt in grafiek)
Overmatige vraag zorgt ervoor dat de prijs onder de evenwichtswaarde ligt (onder
evenwichtspunt in grafiek)
Tegen prijzen boven het evenwicht verkopen verkopers niet zoveel als ze willen. De impuls
van een ontevreden verkoper is om de prijs te verlagen.
Tegen prijzen onder de evenwichtswaarde kunnen kopers niet de hoeveelheden verkrijgen
die ze willen kopen. Sommige kopers zijn bereid een iets te hoge prijs te betalen.
Op termijn kom je bij een markt altijd tot de evenwichtsprijs
Consumentensurplus: verschil tussen de hoogste
prijs die koper bereid is te betalen voor een product en
de daadwerkelijk betaalde prijs
De laatste eenheid die gekocht wordt, genereert
helemaal geen consumentensurplus (?)
4
College 1 welvaart, markten en overheid
Hoe kun je regels effectief en efficiënt instellen zodat mensen precies doen wat je wil
(prikkelen) → Hoe kun je de welvaart verbeteren.
Rechtseconomie
- Ex ante
- Welvaart maximalisatie
- Wanneer is regulering gerechtvaardigd: bij marktfalen, wanneer de markt het zelf niet
kan oplossen
- public finance vs public choice : voor een bepaalde groep regels instellen
Voorkeuren
1 Volledige voorkeursordening
2 Transitief (als F wordt geprefereerd boven D en D boven B, dan wordt F ook geprefereerd
boven B)
3 Meer boven minder
Hicks-kaldor criterium: verbetering van gezamenlijke welvaart wordt gerealiseerd, indien er
sprake is van een verandering waarbij alle betrokkenen erop vooruit zouden gaan.
Kosten en baten analyse
Uitdagingen:
- geldwaarde op een bepaald moment
- geldwaarde voor rijk en arm verschilt
- kwalitatieve en kwantitatieve elementen
1
,College 2 welvaart, markten en overheid
Waarom zijn er markten
1. Specialisatie, dit zorgt voor hogere productiviteit, mensen gaan ruilen met geld of
ander betaalmiddel, dit vergroot de welvaart iedereen doet wat hij goed kan
2. Transactiekosten, dit is een hindernis in het ruilproces
- Het zoeken van informatie over prijzen, kwaliteiten → inzicht in werven
- Het voeren van onderhandelingen over de verkoopwaarden
- Het afsluiten van overeenkomsten
- Controleren van de naleving van overeenkomsten
- Het zo nodig afdwingen van de naleving van overeenkomsten
Transactiekosten zijn afhankelijk van
- De mate waarin er investeringen nodig zijn die specifiek voor de desbetreffende
transactie worden gedaan
- Frequentie waarmee de dergelijke transacties plaatsvinden (hoe vaak)
- Complexiteit van de transactie en de onzekerheid over kwaliteiten van de goederen
(die betrokken zijn bij de transactie)
- Ingewikkeldheid van het meten van de kwaliteiten van de bij de transactie betrokken
goederen
- Mate waarin partijen afhankelijk zijn van derden
Consequenties van markten voor de maatschappelijke welvaart
Vraagcurve: naar beneden hellend: als je veel van een
product koopt, heb je niet meer zoveel nodig. Bijv. je drinkt
1 bier in de kroeg, je bent bereid hier veel voor te betalen,
want je hebt erg dorst, maar na 3,4,5 x gaat je bereidheid
omlaag, omdat je geen bier meer hoeft.
Bij 500 wil dit persoon maar 35 betalen, maar bij 300 wil hij
50 per stuk betalen.
Marktvraagcurve =
horizontale optelling
2
,Aanbodcurve: naar boven hellend, als je ziet dat de
ander veel verkoopt, gaat de ander dit ook meer
verkopen.
Marktaanbodcurve: horizontale optelling
TO totale opbrengst = P x Q
MO (P) marginale opbrengst = verandering in de totale opbrengst die optreedt als de
aanbieder een extra eenheid van het goed verkoopt (Px) (wat schuift het als je een extra
eenheid verkoopt)
TK totale kosten = variabele kosten + constante kosten
VK Variabele kosten = afhankelijk van productieomvang (materieel, arbeid), kan je op korte
termijn wel veranderen
CK Constante kosten = onafhankelijk van de productieomvang, kan je op korte termijn niet
veranderen (huur)
GTK gemiddelde kosten = TK:Q
GCK gemiddelde constante kosten = CK:Q
GVK gemiddelde variabele kosten = VK:Q
MK = verandering in totale kosten indien en extra eenheid wordt geproduceerd (= gelijk aan
de verandering in de variabele kosten)
MO bijv. jongetje heel blij met twee scoops ijs, maar wordt minder blij als voorheen als hij
daarna nog 5 krijgt, dit zie je ook terug bij bedrijven.
Winstmaximaliatie: MO = MK
GCK - naar beneden hellend, want bij meerdere eenheiden kun je het delen over meer
eenheden.
GVK - gaan naar beneden, maar zullen op een bepaald manier weer stijgen
MK snijden altijd GVK/GTK op minimum
3
, Prijs is MO, dus MO = MK bij 0,8 cent
Laagst mogelijke prijs 0,28 cent, want daar worden de gvk gedekt, je moet dan minder
produceren, je krijgt hierbij de gck niet terug, dus je draait wel verlies.
Laagst mogelijke prijs bij geen verlies is 0,4 cent.
Beneden 0,28 cent, kan je beter stoppen.
Evenwicht is waar de aanbod- en vraagcurve elkaar kruisen
Overmatig aanbod zorgt ervoor dat de prijs de evenwichtswaarde overschrijdt (boven
evenwichtspunt in grafiek)
Overmatige vraag zorgt ervoor dat de prijs onder de evenwichtswaarde ligt (onder
evenwichtspunt in grafiek)
Tegen prijzen boven het evenwicht verkopen verkopers niet zoveel als ze willen. De impuls
van een ontevreden verkoper is om de prijs te verlagen.
Tegen prijzen onder de evenwichtswaarde kunnen kopers niet de hoeveelheden verkrijgen
die ze willen kopen. Sommige kopers zijn bereid een iets te hoge prijs te betalen.
Op termijn kom je bij een markt altijd tot de evenwichtsprijs
Consumentensurplus: verschil tussen de hoogste
prijs die koper bereid is te betalen voor een product en
de daadwerkelijk betaalde prijs
De laatste eenheid die gekocht wordt, genereert
helemaal geen consumentensurplus (?)
4