samenvatting strafrecht
belangrijke begrippen
strafbaar feit
Er zitten 4 voorwaarden aan een strafbaar feit.
menselijke gedraging: een gewilde spierbeweging van doen of nalaten, inclusief functioneel
daderschap waarbij natuurlijke of rechtspersonen aansprakelijk zijn voor gedragingen van
anderen.
delictsomschrijving: de gedraging valt binnen een wettelijke delictsomschrijving volgens het
legaliteitsbeginsel.
wederrechtelijkheid: de gedraging is in strijd met het recht zonder geldige
rechtvaardigheidsgrond.
schuld: de gedraging is aan de dader te wijten, er is verwijtbaarheid.
andere relevante begrippen:
elementen: zijn ongeschreven voorwaarden zoals wederrechtelijkheid en schuld.
bestanddelen: staan in de tenlastelegging en moeten bewezen worden.
verschillende type strafbare feiten:
misdrijven vs. overtredingen: afhankelijk van strafbedreiging en bevoegde rechter (rechtbank
vs. kantonrechter)
formele en materiële delicten: formele delicten betreffen het handelen zelf, materiële delicten
het gevolg.
commissie en materiële delicten: strafbaar handelen versus nalaten.
gronddelicten, gekwalificeerde en privilege delicten: basisdelict, zwaardere variant met
toegevoegd bestanddeel en lichtere variant.
wederrechtelijkheid:
kan zowel als bestanddeel als element optreden en kent 2 betekenissen.
> handelen zonder toestemming van de rechthebbende.
> in strijd met (on)geschreven regels binnen het nederlands recht.
De betekenis bepaalt of de verdachte wel of niet strafbaar is.
opzet:
als de verdachte willens en wetens heeft gehandeld, zonder dat kwaadwilligheid
noodzakelijk is.
boos opzet: weten dat het strafbaar is en het doelbewust doen.
kleurloos opzet: alleen kijken naar bewust handelen.
vormen van opzet:
Opzet als bedoeling: gericht op het gewilde gevolg.
Opzet als zekerheidsbewustzijn: weten dat een ongewild gevolg onvermijdelijk volgt.
belangrijke begrippen
strafbaar feit
Er zitten 4 voorwaarden aan een strafbaar feit.
menselijke gedraging: een gewilde spierbeweging van doen of nalaten, inclusief functioneel
daderschap waarbij natuurlijke of rechtspersonen aansprakelijk zijn voor gedragingen van
anderen.
delictsomschrijving: de gedraging valt binnen een wettelijke delictsomschrijving volgens het
legaliteitsbeginsel.
wederrechtelijkheid: de gedraging is in strijd met het recht zonder geldige
rechtvaardigheidsgrond.
schuld: de gedraging is aan de dader te wijten, er is verwijtbaarheid.
andere relevante begrippen:
elementen: zijn ongeschreven voorwaarden zoals wederrechtelijkheid en schuld.
bestanddelen: staan in de tenlastelegging en moeten bewezen worden.
verschillende type strafbare feiten:
misdrijven vs. overtredingen: afhankelijk van strafbedreiging en bevoegde rechter (rechtbank
vs. kantonrechter)
formele en materiële delicten: formele delicten betreffen het handelen zelf, materiële delicten
het gevolg.
commissie en materiële delicten: strafbaar handelen versus nalaten.
gronddelicten, gekwalificeerde en privilege delicten: basisdelict, zwaardere variant met
toegevoegd bestanddeel en lichtere variant.
wederrechtelijkheid:
kan zowel als bestanddeel als element optreden en kent 2 betekenissen.
> handelen zonder toestemming van de rechthebbende.
> in strijd met (on)geschreven regels binnen het nederlands recht.
De betekenis bepaalt of de verdachte wel of niet strafbaar is.
opzet:
als de verdachte willens en wetens heeft gehandeld, zonder dat kwaadwilligheid
noodzakelijk is.
boos opzet: weten dat het strafbaar is en het doelbewust doen.
kleurloos opzet: alleen kijken naar bewust handelen.
vormen van opzet:
Opzet als bedoeling: gericht op het gewilde gevolg.
Opzet als zekerheidsbewustzijn: weten dat een ongewild gevolg onvermijdelijk volgt.