1.2 Ontwikkeling & Socialisatie | Complete Leerstof | 1
HBO Social Work
COMPLETE LEERSTOF
1.2 Ontwikkeling & Socialisatie
DEEL 1 — PSYCHOLOGIE & SOCIOLOGIE VOOR SOCIAAL
WERK (40%)
Waarom heeft een sociaal werker BEIDE nodig?
De mens en de samenleving beïnvloeden elkaar voortdurend. Er is altijd een wisselwerking tussen
het individu en zijn sociale omgeving. Een sociaal werker begrijpt BEIDE kanten om goed te kunnen
helpen.
PSYCHOLOGIE SOCIOLOGIE
Gaat over het INDIVIDU Gaat over de SAMENLEVING
Vraag: hoe werkt deze persoon? Vraag: hoe werkt de groep/maatschappij?
Onderwerpen: Onderwerpen:
• Gedachten, gevoelens, gedrag • Rollen, normen, instituties
• Ontwikkelingstheorieen (Erikson, Piaget) • Ongelijkheid, kapitaal (Bourdieu)
• Hechting, leren, identiteit • Cultuur, socialisatie, sociale controle
VOORBEELD: Mohammed (16) gedraagt zich agressief op school. Psychologie kijkt: zit
hij in een moeilijke identiteitsfase? Heeft hij trauma? Sociologie kijkt: komt hij uit
armoede? Is er peerdruk? Ervaart hij discriminatie? Een sociaal werker heeft BEIDE
perspectieven nodig voor een volledig beeld.
TOETSVRAAG: 'Leg uit waarom een sociaal werker kennis van zowel psychologie als
sociologie nodig heeft.' — Antwoord: Mensen worden gevormd door hun eigen
ontwikkeling (psychologie) EN door hun omgeving (sociologie). Een SW kijkt naar de
wisselwerking. Definitie + voorbeeld geven!
, 1.2 Ontwikkeling & Socialisatie | Complete Leerstof | 2
DEEL 2 — ERIKSON: SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING
(40%)
Kernidee van Erikson
De mens doorloopt zijn hele leven 8 psychosociale stadia. In elk stadium is er een kernconflict
(spanning tussen twee tegenpolen). Als het conflict goed wordt opgelost, ontwikkel je een kracht. Als
het slecht gaat, ontstaat een zwakte die invloed heeft op latere stadia.
TOETSVRAAG: In een casus: benoem altijd (1) het stadium, (2) de leeftijd, (3) het
conflict, (4) wat er in de casus speelt, (5) of de taak lukt of niet.
De 8 Stadia van Erikson
# Leeftijd Conflict Opvoedingstaak Kracht/Zwakte Voorbeeld
1 0-1 jaar Vertrouwen vs. Sensitief reageren Hoop / Angst Baby Lena
Wantrouwen van opvoeder huilt en
moeder troost
haar altijd
snel. Lena
leert: de
wereld is
veilig. Goede
basis voor
hechting.
2 1-3 jaar Autonomie vs. Ruimte en grenzen Wil / Twijfel Peuter Tom wil
Schaamte & bieden zelf zijn
Twijfel schoenen
aantrekken.
Ouders laten
hem proberen.
Tom leert
zelfstandig te
zijn.
3 3-6 jaar Initiatief vs. Initiatief Doelgerichtheid / Lisa (5)
Schuldgevoel aanmoedigen Schuldgevoel bedenkt een
spel en vraagt
of vriendjes
mee willen.
Ouders
moedigen dit
aan = initiatief.
4 6-12 jaar Vlijt vs. Succeservaringen Competentie / Kevin (8) leert
Minderwaardigheid bieden Onbekwaamheid rekenen. Juf
geeft
compliment als
hij iets goed
doet. Kevin
voelt zich
capabel.
5 12-18 jaar Identiteit vs. Experimenteren Trouw / Sofia (16) wil
Rolverwarring toelaten Verwarring verpleegster
, 1.2 Ontwikkeling & Socialisatie | Complete Leerstof | 3
# Leeftijd Conflict Opvoedingstaak Kracht/Zwakte Voorbeeld
worden maar
twijfelt ook
over een
kunstopleiding.
Ze is haar
identiteit aan
het zoeken.
6 Vroeg- Intimiteit vs. Relaties aangaan Liefde / Youssef (24)
volwassenheid Isolement Isolement gaat
samenwonen
met zijn
partner. Hij
durft echt
verbinding te
maken =
intimiteit.
7 Middelbare Generativiteit vs. Bijdragen aan Zorg / Maria (45)
leeftijd Stagnatie volgende generatie Zinloosheid begeleidt
jongeren als
mentor. Ze
geeft iets terug
aan de
samenleving =
generativiteit.
8 Hoge Integriteit vs. Terugkijken op Wijsheid / Opa Hans (78)
ouderdom Wanhoop leven Wanhoop is tevreden
met zijn leven.
Hij ziet het als
zinvol. = Ego-
integriteit.
Fase 5 uitgebreider: Identiteitsvorming (meest getoetst!)
Erikson beschrijft fase 5 als de meest bepalende fase voor identiteit. Er zijn twee processen die
moeten plaatsvinden:
• Puberale crisis: losmaking van de kinderwereld, autoriteiten uitdagen
• Toekomstkeuze: keuzes maken op het vlak van wonen, werken en ontspanning
VOORBEELD: Fatima (17) heeft ruzie met haar moeder over haar kleding en vrienden
(puberale crisis). Tegelijk twijfelt ze tussen HBO Verpleegkunde of MBO Verzorging
(toekomstkeuze). Ze zit midden in fase 5.
Verband tussen stadia: cumulatief model
Erikson's theorie is cumulatief: een slechte oplossing van een vroeg stadium beïnvloedt latere stadia.
Als baby Lena GEEN vertrouwen opbouwt, zal ze als peuter moeilijker autonomie durven te oefenen,
als kleuter moeilijker initiatief nemen, enzovoort.
VOORBEELD: Casus: jongen (3) die altijd gestraft wordt als hij iets verkeerd doet en
nooit wordt aangemoedigd. Erikson: fase 3 gaat mis (schuldgevoel ipv initiatief). Gevolg:
hij durft als schoolkind ook niet meer te proberen (fase 4 = minderwaardigheid).
HBO Social Work
COMPLETE LEERSTOF
1.2 Ontwikkeling & Socialisatie
DEEL 1 — PSYCHOLOGIE & SOCIOLOGIE VOOR SOCIAAL
WERK (40%)
Waarom heeft een sociaal werker BEIDE nodig?
De mens en de samenleving beïnvloeden elkaar voortdurend. Er is altijd een wisselwerking tussen
het individu en zijn sociale omgeving. Een sociaal werker begrijpt BEIDE kanten om goed te kunnen
helpen.
PSYCHOLOGIE SOCIOLOGIE
Gaat over het INDIVIDU Gaat over de SAMENLEVING
Vraag: hoe werkt deze persoon? Vraag: hoe werkt de groep/maatschappij?
Onderwerpen: Onderwerpen:
• Gedachten, gevoelens, gedrag • Rollen, normen, instituties
• Ontwikkelingstheorieen (Erikson, Piaget) • Ongelijkheid, kapitaal (Bourdieu)
• Hechting, leren, identiteit • Cultuur, socialisatie, sociale controle
VOORBEELD: Mohammed (16) gedraagt zich agressief op school. Psychologie kijkt: zit
hij in een moeilijke identiteitsfase? Heeft hij trauma? Sociologie kijkt: komt hij uit
armoede? Is er peerdruk? Ervaart hij discriminatie? Een sociaal werker heeft BEIDE
perspectieven nodig voor een volledig beeld.
TOETSVRAAG: 'Leg uit waarom een sociaal werker kennis van zowel psychologie als
sociologie nodig heeft.' — Antwoord: Mensen worden gevormd door hun eigen
ontwikkeling (psychologie) EN door hun omgeving (sociologie). Een SW kijkt naar de
wisselwerking. Definitie + voorbeeld geven!
, 1.2 Ontwikkeling & Socialisatie | Complete Leerstof | 2
DEEL 2 — ERIKSON: SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING
(40%)
Kernidee van Erikson
De mens doorloopt zijn hele leven 8 psychosociale stadia. In elk stadium is er een kernconflict
(spanning tussen twee tegenpolen). Als het conflict goed wordt opgelost, ontwikkel je een kracht. Als
het slecht gaat, ontstaat een zwakte die invloed heeft op latere stadia.
TOETSVRAAG: In een casus: benoem altijd (1) het stadium, (2) de leeftijd, (3) het
conflict, (4) wat er in de casus speelt, (5) of de taak lukt of niet.
De 8 Stadia van Erikson
# Leeftijd Conflict Opvoedingstaak Kracht/Zwakte Voorbeeld
1 0-1 jaar Vertrouwen vs. Sensitief reageren Hoop / Angst Baby Lena
Wantrouwen van opvoeder huilt en
moeder troost
haar altijd
snel. Lena
leert: de
wereld is
veilig. Goede
basis voor
hechting.
2 1-3 jaar Autonomie vs. Ruimte en grenzen Wil / Twijfel Peuter Tom wil
Schaamte & bieden zelf zijn
Twijfel schoenen
aantrekken.
Ouders laten
hem proberen.
Tom leert
zelfstandig te
zijn.
3 3-6 jaar Initiatief vs. Initiatief Doelgerichtheid / Lisa (5)
Schuldgevoel aanmoedigen Schuldgevoel bedenkt een
spel en vraagt
of vriendjes
mee willen.
Ouders
moedigen dit
aan = initiatief.
4 6-12 jaar Vlijt vs. Succeservaringen Competentie / Kevin (8) leert
Minderwaardigheid bieden Onbekwaamheid rekenen. Juf
geeft
compliment als
hij iets goed
doet. Kevin
voelt zich
capabel.
5 12-18 jaar Identiteit vs. Experimenteren Trouw / Sofia (16) wil
Rolverwarring toelaten Verwarring verpleegster
, 1.2 Ontwikkeling & Socialisatie | Complete Leerstof | 3
# Leeftijd Conflict Opvoedingstaak Kracht/Zwakte Voorbeeld
worden maar
twijfelt ook
over een
kunstopleiding.
Ze is haar
identiteit aan
het zoeken.
6 Vroeg- Intimiteit vs. Relaties aangaan Liefde / Youssef (24)
volwassenheid Isolement Isolement gaat
samenwonen
met zijn
partner. Hij
durft echt
verbinding te
maken =
intimiteit.
7 Middelbare Generativiteit vs. Bijdragen aan Zorg / Maria (45)
leeftijd Stagnatie volgende generatie Zinloosheid begeleidt
jongeren als
mentor. Ze
geeft iets terug
aan de
samenleving =
generativiteit.
8 Hoge Integriteit vs. Terugkijken op Wijsheid / Opa Hans (78)
ouderdom Wanhoop leven Wanhoop is tevreden
met zijn leven.
Hij ziet het als
zinvol. = Ego-
integriteit.
Fase 5 uitgebreider: Identiteitsvorming (meest getoetst!)
Erikson beschrijft fase 5 als de meest bepalende fase voor identiteit. Er zijn twee processen die
moeten plaatsvinden:
• Puberale crisis: losmaking van de kinderwereld, autoriteiten uitdagen
• Toekomstkeuze: keuzes maken op het vlak van wonen, werken en ontspanning
VOORBEELD: Fatima (17) heeft ruzie met haar moeder over haar kleding en vrienden
(puberale crisis). Tegelijk twijfelt ze tussen HBO Verpleegkunde of MBO Verzorging
(toekomstkeuze). Ze zit midden in fase 5.
Verband tussen stadia: cumulatief model
Erikson's theorie is cumulatief: een slechte oplossing van een vroeg stadium beïnvloedt latere stadia.
Als baby Lena GEEN vertrouwen opbouwt, zal ze als peuter moeilijker autonomie durven te oefenen,
als kleuter moeilijker initiatief nemen, enzovoort.
VOORBEELD: Casus: jongen (3) die altijd gestraft wordt als hij iets verkeerd doet en
nooit wordt aangemoedigd. Erikson: fase 3 gaat mis (schuldgevoel ipv initiatief). Gevolg:
hij durft als schoolkind ook niet meer te proberen (fase 4 = minderwaardigheid).