Integrale casusbeschrijving
**Naam**
**studentnummer**
**Mail**
Hogeschool voor Pedagogisch en Sociaal-Agogisch onderwijs, SPO Groningen
Pre-master Orthopedagogiek
Diagnostiek en behandeling
Versie 1
Docent: ****
16 januari 2025
Woordenaantal: 2933
, 2
Inhoudsopgaven
Inhoudsopgaven 2
1. Cliëntsysteem, klacht en vraagstelling 3
2. Verheldering opvoedings- en onderwijsleersituatie 5
3. Diagnostisch perspectief 8
4. Toetsing 9
5. Diagnostische conclusie 11
6. Interventieperspectief en dialoog 12
7. Planning van interventies 13
9. Evaluatie van interventie 14
10. Reflectie 15
Literatuur 16
Bijlagen 18
Bijlage 1: Criteria van Rutter 18
, 3
1. Cliëntsysteem, klacht en vraagstelling
Persoonsgegevens
❖ Naam: V.
❖ Geslacht: Man
❖ Leeftijd: 29 jaar
Situatiegegevens
Het gezin van V. (29 jaar) bestaat uit vader, moeder, twee zussen en een broertje. Sinds vijf jaar
woont V. in een woongroep waar 24-uurs begeleiding wordt geboden. In de woongroep wonen 18
anderen, waarbij iedereen een eigen appartement heeft. V. gaat drie keer per week naar zijn ouders
om daar mee te eten. Verder werkt V. bij een cateringbedrijf. Een van zijn hobby’s is zwemmen. Ook
is hij geïnteresseerd in (rock)muziek en radio. Verder doet hij in zijn vrije tijd aan fotograferen en
houdt hij van spelletjes doen. Toen V. kind was, heeft hij onderwijs gevolgd binnen het speciaal
onderwijs, in een auti-klas voor kinderen die gedrag laten zien kenmerkend bij autisme.
Bijzonderheden
Rond de leeftijd van twee jaar werden in eerder onderzoek bij V. kenmerken waargenomen die
passen binnen de autisme spectrum stoornis (ASS). Verder functioneert V. cognitief op licht
verstandelijk niveau.
Klachten
Client (V.): V. geeft aan dat hij het maken en behouden van vriendschappen lastig vindt. Hij zou graag
iemand hebben, waarmee hij een diepe vriendschap kan opbouwen en waarmee hij samen kan
zwemmen. Hij vindt vriendschappen lastig, omdat ze niet altijd via een vast patroon verlopen.
Daarnaast is hij snel overprikkeld. Ook ervaart hij dat mensen met autisme niet begrepen worden.
Ouders: De ouders denken dat het sociale gedrag van V. vooral is aangeleerd door veel te herhalen.
Ook merken ze dat het sociale functioneren en het inleven lastig is.
Zus: De zus geeft aan dat V. graag vrienden wil maken, maar doordat hij te enthousiast is kan hij
mensen van wegduwen. Ook zegt ze dat V. veel aangeleerd gedrag heeft. Verder geeft ze aan dat V.
ruzies niet goed kan relativeren. Het raakt zus dat V. zich eenzaam voelt. De zus denkt dat deze
eenzaamheid een mindset is, ze hoopt dat dit anders wordt. Ze vertelt dat V. wel een sociaal netwerk
heeft, maar dat hij tussen zijn vrienden met en zonder beperking in valt.