in de praktijk
Strafrechtspleging is geen “losse organisaties”, maar een keten waarin veel partijen
samenwerken. Belangrijk is dat actoren vaak in meerdere fasen terugkomen, dus je kunt het
proces niet té strak opdelen per organisatie.
Strafrechtspleging = samenwerking van meerdere partijen binnen het strafproces
● Drie fasen strafproces:
○ Opsporing
○ Vervolging
○ Tenuitvoerlegging
Belangrijke notitie: De strafrechtsketen is in de praktijk geen strikte lineaire keten, maar
eerder een systeem waarin actoren in verschillende fasen verschillende rollen vervullen en
ketenpartners onderling productieafspraken maken over de aanlevering en afdoening van
zaken.
1.1 Globaal procesverloop
● Opsporing en bewijs
○ Politie spoort verdachten op en vergaart bewijs.
○ Een OvJ stuurt het opsporingsonderzoek aan.
○ Bij ingrijpende bevoegdheden vraagt de OvJ toestemming aan de
rechter-commissaris (RC).
● Van politie naar OM
○ Als er genoeg bewijs is, draagt de politie (op aanvraag van de OvJ) de zaak
over aan het OM.
● Keuze OvJ
○ De OvJ kan de zaak:
■ seponeren
■ een transactie aanbieden
■ de verdachte dagvaarden
● Bij de rechter
○ OvJ presenteert het bewijs en eist als vertegenwoordiger van de samenleving
een straf.
○ Verdachte kan zich laten bijstaan door een advocaat.
○ Rechter komt tot het uiteindelijke oordeel op basis van eigen waarnemingen.
● Na het vonnis (tenuitvoerlegging)
○ Nadat het vonnis onherroepelijk is geworden, volgt de uitvoering van de
straf/maatregel.
○ Afhankelijk van de sanctie zijn hierbij betrokken:
■ CJIB (geldboetes)
■ DJI / gevangeniswezen (vrijheidsbenemende straffen)
■ Reclassering (taakstraffen)
, ○ De OvJ houdt toezicht op de tenuitvoerlegging (bijv. bij niet-uitvoering kan
omzetting naar vervangende hechtenis volgen).
Kernidee: dit proces werkt als een trechter. Bij iedere schakel worden beslissingen
genomen over de zaak, waardoor zaken doorgaan of juist afvallen. Dat noem je selectie in
de keten. Die selectie is niet willekeurig, maar gebeurt bijvoorbeeld op basis van ernst van
het delict, maatschappelijke ophef, prioriteiten van het OM of de kansrijkheid van de zaak.
● Pakkans = N verdachten / N delicten
● Vervolgingskans = N bij OM / N delicten
● Veroordelingskans = N veroordelingen / N delicten
● Kans op gevangenisstraf = N gevangenisstraffen / N delicten
→ De strafrechtsketen bestaat dus niet alleen uit opeenvolgende fasen, maar ook uit
opeenvolgende selectiemomenten.
1.2 Rollen van de belangrijkste actoren
● Politie: spoort verdachten op en vergaart bewijs, zodat vervolging mogelijk is.
● Officier van Justitie (OvJ) / OM
○ Stuurt het opsporingsonderzoek aan.
○ Vraagt bij ingrijpende bevoegdheden toestemming aan de RC.
○ Beslist na overdracht of de zaak wordt geseponeerd, via transactie wordt
afgedaan, of via dagvaarding naar de rechter gaat.
○ Presenteert bij de rechter het bewijs en eist een straf namens de
samenleving.
● Rechter-commissaris (RC): geeft toestemming wanneer ingrijpende bevoegdheden
nodig zijn (op verzoek van de OvJ).
● Advocaat
○ Behartigt expliciet de belangen van de verdachte, ook als dat kan ingaan
tegen maatschappelijke belangen.
○ Kan in de rechtszaal o.a.:
■ bewijs in twijfel trekken
■ contrabewijs leveren
■ zich richten op de strafeis en vragen om strafverlaging of een andere
afdoening
● Rechter: geeft het uiteindelijke oordeel op basis van eigen waarnemingen.
● Reclassering: kan door de rechter worden gevraagd onderzoek te doen naar:
○ achtergrond van de verdachte
○ recidiverisico
● Deskundigen: in zwaardere zaken kan de rechtbank (eventueel op verzoek van OvJ
of advocaat) een deskundige oproepen, bijvoorbeeld:
○ deskundige op bewijsgebied (bv. doodsoorzaak)
○ deskundige op persoonlijkheidsonderzoek (bv. toerekeningsvatbaarheid)
● Slachtoffer
De rol van het slachtoffer was lange tijd beperkt, maar is de afgelopen jaren
uitgebreid. Het slachtoffer kan nu drie rollen vervullen:
● Belangstellende: strafproces bijwonen
● Procesdeelnemer: gebruikmaken van spreekrecht of optreden als getuige
● Procespartij: vergoeding van geleden schade eisen
,1.3 Strafdoelen en strafrechtsklimaat
Het strafrecht heeft twee doelen:
● Repressie (beveiliging van de samenleving en vergelding)
● Resocialisatie (gericht op resocialisatie dan wel de situatie van de dader)
Het strafrecht en het maatschappelijk debat staan afwisselend in het teken van deze
accenten. Momenteel wordt een verharding van het strafrechtsklimaat genoemd. Daarnaast
is er sprake van verdere versobering van de strafrechtspleging (bijv. door bezuinigingen).
Daarnaast kan de strafrechtsketen worden bekeken vanuit het idee van “McDonaldisering”.
George Ritzer beschrijft daarmee het proces waarbij principes van fastfoodrestaurants
steeds meer sectoren van de samenleving gaan domineren. Die gedachte wordt ook op
justitie toegepast: de strafrechtsketen gaat dan lijken op een soort productiesysteem of
“McJustitie”, waarin snelheid, efficiëntie en standaardisering centraal staan.
Vier dimensies van McDonaldisering:
● Efficiëntie
= zoveel mogelijk zaken afdoen door doorlooptijden te beperken en werkprocessen
te stroomlijnen en te standaardiseren
○ vb. standaardtekstblokken in vonnissen, ZSM-procedures
● Berekenbaarheid
= nadruk op meetbare output en kwaliteitsnormen
○ een vonnis kan worden gezien als “output”
● Voorspelbaarheid
= streven naar vaste en herkenbare uitkomsten en werkprocessen
○ vb. LOVS-oriëntatiepunten voor veelvoorkomende delicten
● Controle
= werken met regels, handleidingen, protocollen en verantwoordingsmechanismen
Voordelen: snel, efficiënt en tijdbesparend
Nadelen
● irrationaliteit van de rationaliteit
= hoe rationeler en gestandaardiseerder een systeem wordt ingericht, hoe groter de
kans dat het in de praktijk juist onhandig, rigide of bureaucratisch uitpakt
○ maatwerk kan moeilijker worden
○ gestandaardiseerde processen kunnen juist méér tijd kosten
● dehumanisering
= het risico dat mensen in de strafrechtsketen steeds meer als “zaken” of
“producten” worden behandeld in plaats van als personen
○ dit roept juist in het strafrecht de vraag op of maximale efficiëntie wel altijd
wenselijk is
Juist doordat de strafrechtsketen steeds meer is ingericht als een gestandaardiseerd en
efficiënt systeem, wordt zichtbaar hoe belangrijk selectieprocessen binnen die keten zijn. In
elke schakel worden namelijk keuzes gemaakt over welke zaken doorgaan en welke
afvallen. Die selectie is niet willekeurig: ze kan berusten op
● legitieme factoren (zoals ernst van het delict)
● maatschappelijke impact
● juridische haalbaarheid
,→ maar de beslissing wordt ook beïnvloed door bewuste of onbewuste vooroordelen
Daardoor is de uitkomst van de keten geen neutraal toeval, maar het resultaat van
opeenvolgende beslismomenten. Bij oververtegenwoordiging in de gevangenis is het
daarom te simpel om etniciteit direct als oorzaak aan te wijzen. Etniciteit kan ook een proxy
zijn voor andere factoren, zoals sociaaleconomische positie. Verschillen tussen groepen
moeten daarom altijd worden onderzocht in samenhang met andere mogelijke verklaringen.
● Etniciteit als proxy = etniciteit fungeert dan niet als directe oorzaak, maar als
kenmerk dat samenhangt met andere factoren die invloed kunnen hebben op
uitkomsten in de strafrechtsketen.
Daarom wordt in onderzoek gecontroleerd voor:
● delictkenmerken = o.a. strafmaximum, type delict, aantal delicten
● proceskenmerken = o.a. arrondissement, voorlopige hechtenis
● daderkenmerken = o.a. leeftijd, geslacht, strafblad, eerdere gevangenisstraf
● sociale omstandigheden van de dader = o.a. werkloosheid, schulden, foute
vrienden, drugs- en alcoholgebruik, criminele houding.
Vervolgens zijn er verschillende mogelijke verklaringen voor etnische verschillen in
uitkomsten binnen de strafrechtsketen.
1. professionele overwegingen
= justitiële actoren maken, bewust of onbewust, inschattingen op basis van ervaring
en verwachtingspatronen
2. institutionele factoren
3. interacties tussen verdachte en justitie
= bijvoorbeeld cultuurverschillen in communicatie of gedrag
4. doorwerking over de keten
= verschillen in een eerdere fase werken door in latere fases
5. indirecte selectiviteit
= niet de groepsachtergrond zelf, maar kenmerken die vaker met die groep
samenhangen beïnvloeden de kans op doorstroming in de keten.
Kernidee: oververtegenwoordiging hoeft dus niet te ontstaan door één groot beslismoment,
maar kan ook het resultaat zijn van een reeks kleine verschillen in opeenvolgende fases. Als
de politie een zaak iets vaker doorstuurt, het OM iets vaker dagvaardt en de rechter iets
vaker een gevangenisstraf oplegt, dan kunnen die kleine verschillen zich opstapelen. Dat
noem je cumulatieve oververtegenwoordiging = een situatie waarin kleine verschillen in
iedere stap van de keten zich op elkaar stapelen, waardoor bepaalde groepen uiteindelijk
duidelijk vaker in detentie terechtkomen.
, Hoofdstuk 2 – Politie
Na het algemene ketenoverzicht richt de aandacht zich nu op de eerste grote uitvoerende
schakel: de politie. Omdat de politie het dichtst bij het incident staat, vervult zij binnen de
strafrechtsketen vooral twee kerntaken: ingrijpen in de openbare ruimte en het aanleveren
van informatie en bewijs waarmee het Openbaar Ministerie verder kan.
2.1 Rol in de strafrechtsketen
De keten start in de praktijk vaak bij de politie: daar komen incidenten, meldingen en
signalen binnen. Om te begrijpen wat de politie doet, moet je haar taak breder zien dan
“opsporing”: hun taak is het handhaven van de rechtsorde in het dagelijks leven = het in
stand houden van legitieme maatschappelijke verhoudingen en aanspraken.
↳ Dit kan vanuit 2 perspectieven gezien worden:
a) het handhaven van de wet (handhaving van de strafrechtelijke rechtsorde)
= handhaving met gebruikmaking van wettelijke dwangmiddelen
b) handhaven van maatschappelijke orde (openbare orde)
= in stand houden van de normale sociale en fysieke patronen in de publieke ruimte
Deze twee perspectieven zijn in de praktijk niet scherp van elkaar te scheiden. Eenzelfde
politieoptreden kan namelijk tegelijk een strafrechtelijke én een openbare-ordefunctie
hebben.
→ VB: politie bekeurt een wegpiraat, daarmee wordt enerzijds een wettelijke norm
gehandhaafd, maar anderzijds ook de veiligheid en orde op de openbare weg beschermd.
Om die rechtsorde daadwerkelijk te handhaven, werkt de politie via vier hoofdprocessen:
a) Intake en service
= de receptiefunctie van de politie: het opvangen van burgers, beantwoorden van
meldingen en het opnemen van aangiften. Dit is belangrijk omdat de politie in sterke
mate afhankelijk is van informatie van burgers en dus gebaat is bij toegankelijkheid
en vertrouwen.
b) Noodhulp/hulpverlening
= de surveillancedienst die, op verzoek van de meldkamer, reageert op
hulpverzoeken die geen uitstel kunnen verdragen.
c) Handhaving van openbare orde en wet- en regelgeving
= optreden om rust, veiligheid en naleving van regels in het publieke domein te
bewaken.
d) Opsporing van strafbare feiten
= het onderzoeken van strafbare feiten en het verzamelen van informatie en bewijs
onder leiding van de OvJ met als doel het nemen van strafvorderlijke beslissingen
2.2 Historische ontwikkeling
Vanuit die brede taakopvatting wordt ook begrijpelijk waarom de politie voortdurend zoekt
naar een organisatievorm die twee doelen tegelijk kan dienen: nabijheid tot burgers aan de
ene kant, en voldoende omvang en professionaliteit aan de andere. Juist in de historische
ontwikkeling van de politie is die voortdurende zoektocht duidelijk zichtbaar.
Jaren 60: ongeregeldheden → repressie → kritiek