We hebben enzymen nodig om heel wat reacties te laten doorgaan
o Cellen kunnen energie van de ene vorm naar de andere omzetten
Vibratie en rotatie kinetische energie
Warmte-energie
ene energievorm gaat over in de andere
o Oxidatie en reductie gaan gepaard met
elektronenoverdracht
I. Chemie
Fe2+ Fe 3+ + 1e- afstaan elektron = oxidatie
Cl + 1e- Cl- opnemen elektron = reductie
II. Biochemie
Partieel + partieel -
H–O
2,1 3,5
OX RED
Als aantal CH bindingen toenemen: reductie
C + 1e- + H+ CH red Als aantal CH bindingen afnemen: oxidatie
CH C + 1e- + H+ ox
o Chemische reacties verlopen in de richting die een verlies van energie veroorzaakt
o Enzymen verminderen de energie die nodig is om spontane reacties op gang te
brengen
Enzymen zijn katalysators die gaan de activeringsenergie gaan verlagen – energie die je nodig hebt
om je reactie te laten starten = activeringsenergie
Enzymsubstraat reactie = enzym + substraat enzymsubstraatcomplex enzymproduct complex
E + P terug naar begin (recyclage) je moet gebruik maken van het actief centrum (hier bindt je
substraat)
2 voorwaarden:
- Complementariteit van de ladingen
- Complementariteit van de vorm (sleutel-slotprincipe)
je krijgt niet covalente bindingen
Inhibitoren
CI
E + CI (= vorm van het substraat) ECI complex STOP
NCI
Gaat binden op andere plaats dan actief centrum en die zorgt ervoor dat er een
conformatieverandering plaatsvindt zo kan het enzym niet meer binden STOP
, o De vrije-energieverandering voor een reactie bepaalt of deze spontaan kan
plaatsvinden
Vrije energie = G
bewegingsenergie (vibraties en rotaties)
bindingsenergie (chemische bindingen tussen de atomen)
ΔG < 0 spontane reactie
ΔG > 0 geen spontane reactie (moeten energie gaan toevoegen)
ΔG° pH = 7
1M
Positieve ΔG koppelen aan een sterk
negatieve ΔG
ATP + glucose !!
Hydrolyse: splitsen
Condensatie: synthese
Katabolisme = afbraak reacties / hydrolyse reacties