Ertmer, P. A., & Newby, T. J. (2013). Behaviorism,
cognitivism, constructivism: Comparing critical features
from an instructional design perspective. Performance
improvement quarterly, 26(2), 43-71.
Dit artikel, "Behaviorism, Cognitivism, Constructivism: Comparing Critical
Features from an Instructional Design Perspective", biedt een diepgaande
vergelijking tussen de drie belangrijkste leertheorieën om ontwerpers van
onderwijs (Instructional Designers) te helpen de meest effectieve
strategieën te kiezen voor specifieke situaties.
De Brug tussen Theorie en Praktijk
De kernvraag van het artikel is hoe theoretische kennis over leren kan
worden vertaald naar effectieve onderwijspraktijken. Leertheorieën bieden
een bron van geverifieerde strategieën en tactieken, maar ontwerpers
moeten begrijpen waarom en wanneer ze deze toepassen.
Drie Dominante Leertheorieën
Het artikel vergelijkt de theorieën aan de hand van zeven fundamentele
vragen, zoals hoe leren plaatsvindt en welke factoren dit beïnvloeden.
Behaviorisme (Gedragsgericht)
- Focus: Waarneembaar gedrag en de reactie op prikkels uit de
omgeving.
- Kernbegrip: Stimulus-Respons. Leren wordt gezien als het
aanleren van een juiste reactie op een specifieke prikkel.
- Belangrijke elementen: Versterking (reinforcement) en
herhaling zijn essentieel om gedrag vast te leggen.
Positieve bekrachtiging
Negatieve bekrachtiging
Positieve straf
Negatieve straf
- Toepassing: Meest effectief voor het aanleren van
basisvaardigheden ("wat"), zoals feiten, definities en eenvoudige
procedures.
Moeilijkere en complexe vaardigheden zijn is het behaviorisme
minder geschikt voor.
Cognitivisme (Denkgericht)
, - Focus: Interne mentale processen, zoals het ontvangen,
organiseren, opslaan en ophalen van informatie in het geheugen.
- Kernbegrip: Informatieverwerking. Leren gaat over het
veranderen van de mentale structuren van de leerling.
- Belangrijke elementen: Het koppelen van nieuwe informatie aan
bestaande kennis (schema's) en het gebruik van analogieën en
ordening.
- Toepassing: Geschikt voor het aanleren van probleemoplossing
("hoe") in situaties waar regels en feiten in nieuwe contexten
moeten worden toegepast.
Constructivisme (Ervaringsgericht)
- Focus: Hoe individuen zelf betekenis geven aan hun ervaringen.
- Kernbegrip: Betekeniscreatie. Kennis is niet objectief, maar
wordt door de leerling geconstrueerd op basis van persoonlijke
interactie met de wereld.
- Belangrijke elementen: Leren moet plaatsvinden in authentieke
contexten en via sociale interactie en reflectie.
- Toepassing: Ideaal voor complexe, ongestructureerde problemen
("waarom") waarbij de leerling een eigen interpretatie moet vormen.
De Keuze van Strategie: Het Continuüm
Een cruciaal punt in het artikel is dat er geen "beste" theorie is. De keuze
hangt af van twee factoren:
1. Het kennisniveau van de leerling: Beginners hebben meer baat
bij gestructureerde (behavioristische/cognitieve) benaderingen,
terwijl experts profiteren van constructivistische methoden.
2. De complexiteit van de taak: Eenvoudige taken vragen om
directe instructie; complexe taken vragen om actieve exploratie.
Conclusie: De Essentie
De essentie van het artikel is dat een effectieve onderwerper van
onderwijs een "systematisch eclecticus" moet zijn. Dit betekent dat je
niet vasthoudt aan één enkele theorie, maar de flexibiliteit hebt om uit
alle drie de stromingen te putten op basis van de context, de leerling en
de specifieke leertaak. Het doel is niet om de "beste" theorie te vinden,
maar om de meest effectieve strategie te selecteren voor de situatie op
dat moment.
,Kenmer
Behaviorisme Cognitivisme Constructivisme
k
, Leren wordt
gelijkgesteld aan Leren is een interne
veranderingen in mentale activiteit die Leren is een proces van
de vorm of het coderen en betekenisgeving uit
Hoe
frequentie van structureren van ervaring. Kennis is een
vindt
observeerbaar informatie door de functie van hoe een
leren
gedrag. Het is leerling omvat. Het individu betekenis
plaats?
een respons op draait om de verwerving creëert uit eigen
een specifieke van kennis en interne ervaringen en interacties.
omgevingsstimul mentale structuren.
us
Belevin De leerling is De leerling is een
De leerling wordt gezien
gswerel reactief en actieve creator die
als een actieve
d van reageert op betekenis opbouwt in
deelnemer aan het
de condities in de plaats van deze
leerproces.
leerling omgeving. simpelweg te verwerven.
Naast
De nadruk ligt op omgevingsfactoren
Welke Zowel de leerling als de
omgevingsfact spelen mentale
factore omgeving zijn cruciaal;
oren, zoals de processen een rol,
n kennis ontstaat door de
rangschikking zoals hoe informatie
beïnvlo specifieke interactie
van stimuli en de wordt ontvangen,
eden tussen deze twee
gevolgen georganiseerd,
het variabelen in een
daarvan opgeslagen en
leren? bepaalde context.
(bekrachtiging). opgehaald door de
geest.
Geheugen wordt
niet typisch Geheugen is altijd in
geadresseerd, Geheugen speelt een opbouw als een
maar wordt prominente rol; leren cumulatieve
Rol van gezien als het resulteert wanneer geschiedenis van
het aanleren van informatie op een interacties. De nadruk
geheug "gewoontes". georganiseerde, ligt op het flexibel
en Vergeten is het betekenisvolle manier gebruiken van eerdere
gevolg van het in het geheugen wordt kennis in plaats van het
niet gebruiken opgeslagen. ophalen van vaststaande
van een respons schema's.
over tijd.
Transfer is het Transfer is een functie
Hoe resultaat van van hoe informatie in Transfer vindt plaats door
vindt generalisatie; het geheugen is betrokkenheid bij
transfe het gebeurt opgeslagen. Wanneer authentieke taken die
r wanneer een leerling begrijpt hoe verankerd zijn in
plaats? situaties kennis in verschillende betekenisvolle contexten.
identieke of contexten toe te passen,
vergelijkbare heeft transfer
cognitivism, constructivism: Comparing critical features
from an instructional design perspective. Performance
improvement quarterly, 26(2), 43-71.
Dit artikel, "Behaviorism, Cognitivism, Constructivism: Comparing Critical
Features from an Instructional Design Perspective", biedt een diepgaande
vergelijking tussen de drie belangrijkste leertheorieën om ontwerpers van
onderwijs (Instructional Designers) te helpen de meest effectieve
strategieën te kiezen voor specifieke situaties.
De Brug tussen Theorie en Praktijk
De kernvraag van het artikel is hoe theoretische kennis over leren kan
worden vertaald naar effectieve onderwijspraktijken. Leertheorieën bieden
een bron van geverifieerde strategieën en tactieken, maar ontwerpers
moeten begrijpen waarom en wanneer ze deze toepassen.
Drie Dominante Leertheorieën
Het artikel vergelijkt de theorieën aan de hand van zeven fundamentele
vragen, zoals hoe leren plaatsvindt en welke factoren dit beïnvloeden.
Behaviorisme (Gedragsgericht)
- Focus: Waarneembaar gedrag en de reactie op prikkels uit de
omgeving.
- Kernbegrip: Stimulus-Respons. Leren wordt gezien als het
aanleren van een juiste reactie op een specifieke prikkel.
- Belangrijke elementen: Versterking (reinforcement) en
herhaling zijn essentieel om gedrag vast te leggen.
Positieve bekrachtiging
Negatieve bekrachtiging
Positieve straf
Negatieve straf
- Toepassing: Meest effectief voor het aanleren van
basisvaardigheden ("wat"), zoals feiten, definities en eenvoudige
procedures.
Moeilijkere en complexe vaardigheden zijn is het behaviorisme
minder geschikt voor.
Cognitivisme (Denkgericht)
, - Focus: Interne mentale processen, zoals het ontvangen,
organiseren, opslaan en ophalen van informatie in het geheugen.
- Kernbegrip: Informatieverwerking. Leren gaat over het
veranderen van de mentale structuren van de leerling.
- Belangrijke elementen: Het koppelen van nieuwe informatie aan
bestaande kennis (schema's) en het gebruik van analogieën en
ordening.
- Toepassing: Geschikt voor het aanleren van probleemoplossing
("hoe") in situaties waar regels en feiten in nieuwe contexten
moeten worden toegepast.
Constructivisme (Ervaringsgericht)
- Focus: Hoe individuen zelf betekenis geven aan hun ervaringen.
- Kernbegrip: Betekeniscreatie. Kennis is niet objectief, maar
wordt door de leerling geconstrueerd op basis van persoonlijke
interactie met de wereld.
- Belangrijke elementen: Leren moet plaatsvinden in authentieke
contexten en via sociale interactie en reflectie.
- Toepassing: Ideaal voor complexe, ongestructureerde problemen
("waarom") waarbij de leerling een eigen interpretatie moet vormen.
De Keuze van Strategie: Het Continuüm
Een cruciaal punt in het artikel is dat er geen "beste" theorie is. De keuze
hangt af van twee factoren:
1. Het kennisniveau van de leerling: Beginners hebben meer baat
bij gestructureerde (behavioristische/cognitieve) benaderingen,
terwijl experts profiteren van constructivistische methoden.
2. De complexiteit van de taak: Eenvoudige taken vragen om
directe instructie; complexe taken vragen om actieve exploratie.
Conclusie: De Essentie
De essentie van het artikel is dat een effectieve onderwerper van
onderwijs een "systematisch eclecticus" moet zijn. Dit betekent dat je
niet vasthoudt aan één enkele theorie, maar de flexibiliteit hebt om uit
alle drie de stromingen te putten op basis van de context, de leerling en
de specifieke leertaak. Het doel is niet om de "beste" theorie te vinden,
maar om de meest effectieve strategie te selecteren voor de situatie op
dat moment.
,Kenmer
Behaviorisme Cognitivisme Constructivisme
k
, Leren wordt
gelijkgesteld aan Leren is een interne
veranderingen in mentale activiteit die Leren is een proces van
de vorm of het coderen en betekenisgeving uit
Hoe
frequentie van structureren van ervaring. Kennis is een
vindt
observeerbaar informatie door de functie van hoe een
leren
gedrag. Het is leerling omvat. Het individu betekenis
plaats?
een respons op draait om de verwerving creëert uit eigen
een specifieke van kennis en interne ervaringen en interacties.
omgevingsstimul mentale structuren.
us
Belevin De leerling is De leerling is een
De leerling wordt gezien
gswerel reactief en actieve creator die
als een actieve
d van reageert op betekenis opbouwt in
deelnemer aan het
de condities in de plaats van deze
leerproces.
leerling omgeving. simpelweg te verwerven.
Naast
De nadruk ligt op omgevingsfactoren
Welke Zowel de leerling als de
omgevingsfact spelen mentale
factore omgeving zijn cruciaal;
oren, zoals de processen een rol,
n kennis ontstaat door de
rangschikking zoals hoe informatie
beïnvlo specifieke interactie
van stimuli en de wordt ontvangen,
eden tussen deze twee
gevolgen georganiseerd,
het variabelen in een
daarvan opgeslagen en
leren? bepaalde context.
(bekrachtiging). opgehaald door de
geest.
Geheugen wordt
niet typisch Geheugen is altijd in
geadresseerd, Geheugen speelt een opbouw als een
maar wordt prominente rol; leren cumulatieve
Rol van gezien als het resulteert wanneer geschiedenis van
het aanleren van informatie op een interacties. De nadruk
geheug "gewoontes". georganiseerde, ligt op het flexibel
en Vergeten is het betekenisvolle manier gebruiken van eerdere
gevolg van het in het geheugen wordt kennis in plaats van het
niet gebruiken opgeslagen. ophalen van vaststaande
van een respons schema's.
over tijd.
Transfer is het Transfer is een functie
Hoe resultaat van van hoe informatie in Transfer vindt plaats door
vindt generalisatie; het geheugen is betrokkenheid bij
transfe het gebeurt opgeslagen. Wanneer authentieke taken die
r wanneer een leerling begrijpt hoe verankerd zijn in
plaats? situaties kennis in verschillende betekenisvolle contexten.
identieke of contexten toe te passen,
vergelijkbare heeft transfer