Cognitief perspectief
= de oorsprong van stereotypering bij dezelfde cognitieve processen die mensen in staat stellen om
bijvoorbeeld meubels in categorieën in te delen
Mensen gebruiken sneller stereotypen als ze weinig cognitieve capaciteit hebben, of mentaal
uitgeput zijn. -> stereotypen zijn makkelijke schema’s die weinig moeite kosten
Het aanleren van vooroordelen en stereotypen:
Mensen zien al snel een correlatie tussen iemand van de out-group die iets
bijzonders/negatiefs doet en de etniciteit/identiteit etc. van de groep waarbij diegene hoort
Paired distinctiveness = het koppelen van twee onderscheidende gebeurtenissen die nog
meer opvallen omdat ze samen plaatsvinden (onbewust proces)
Out-group homogeniteitseffect: mensen uit de out-groep lijken voor de deelnemers uit de in-group
als één geheel; ze vinden mensen uit de out-group op elkaar lijken (en zien de in-group als diverser)
(onbewust proces)
Own-race identification bias = de neiging van mensen om gezichten van hun eigen ras beter
te herkennen en te onderscheiden dan van andere rassen
Stereotypen zijn zeer resistent, als gevolg van factoren als:
- Selectieve aandacht besteden aan feedback die je mening bevestigt -> acties/gedragingen die
overeenkomen met stereotypen over een groep worden beter onthouden
- Uitzonderingen van stereotypen verklaren
o Subtypering = uitzonderingen op een bepaald stereotype uitleggen door een
subcategorie te creëren van de stereotype groep waarvan kan worden verwacht dat
deze verschilt van de groep als geheel (bewust proces)
o Concrete vs. abstracte ‘construal’-> hoe concreter de beschrijving, hoe minder het
zegt over de persoon zelf (in-group); hoe abstracter de beschrijving, hoe meer het
zegt over de persoon zelf (out-group)
- Self-fulfilling prophecy: mensen gedragen zich tegenover leden van bepaalde groepen op een
manier die juist het gedrag aanmoedigt dat ze van die groepen verwachten te zien
Economische perspectief
= de wortels van vijandigheid tussen groepen in concurrerende belangen die groepen van elkaar
kunnen onderscheiden
Concurrentie en schaarste voldoende voor onderscheid tussen in-group en out-group
Realistische groepsconflict theorie = de theorie dat vooroordelen en discriminatie vaak ontstaan uit
competitie om beperkte middelen. Voordelen en discriminatie zullen verhogen onder de condities
van economische moeilijkheid, zoals recessies en perioden van veel werkloosheid. Ook zijn
vooroordelen en discriminatie het hoogst onder groepen die te verliezen hebben bij de economische
opmars van een andere groep.
Etnocentrisme = de eigen groep verheerlijken en ondertussen andere groepen belasteren