3. PAVLOVS HOND EN THORNDIKES KAT
Basale definitie van leren is voor alle levende organismen hetzelfde.
2 VORMEN VAN LEREN
Klassieke en instrumentele conditionering
LEREN VERSUS INSTINCT
Leren betekent dat ons gedrag of onze gedachten blijvend veranderen door
ervaring. Het helpt ons om snel aan te passen aan nieuwe situaties.
Voorbeelden van leren zijn:
o Habituatie: leren om niet te reageren op iets dat vaak gebeurt. Bv: trein
die vaak passeert
o Mere-exposure effect: aangeleerde voorkeur voor stimuli waaraan we al
eerder zijn blootgesteld. Bv: oorworm-muziek
o SR-leren: vormen van leren die kunnen beschreven worden in termen van
stimuli en respons zoals klassieke/pavloviaanse en operante/instrumentele
conditionering.
o Sociaal leren: leren door anderen te observeren.
o Cognitief leren: leren door nadenken en plannen.
Leren is iets anders dan instinct of reflexen, maar kan ermee samenhangen
(reflexen gebruiken we bij klassieke conditionering). = soort specifiek en
genetisch. Dit zijn geprogrammeerde gedragingen waar omgeving en ervaring
geen invloed op hebben.
o Bv: eenden volgen eerst bewegend object door imprinting.
o Bv: redback Australische mannetjesspin voert achterwaartse salto uit om
seksueel kannibalisme te faciliteren voor hij probeert te ontsnappen.
Mannetje zijn genen hebben meer kans als hij wordt opgegeten dan als hij
vlucht en een ander vrouwtje zoekt natuurlijk gedrag zal het een salto
maken zodat het voor het vrouwtje ligt vrouw zal man opeten.
Ivan Pavlov 1849 onderzocht hoe het zenuwstelsel en spijsverteringsstelsel
samenwerken. Hij keek bijvoorbeeld bij honden naar speekselproductie bij verschillende
soorten voedsel. In 1904 Nobelprijs
2 soorten reflexen:
Psychische reflex: aanmaken van speeksel bij het zien van iets dat ruikt of lijkt op vlees
of iets anders. = voorwaardelijke reactie
Ook een fysiologische reflex: belletje als ze eten krijgen => speeksel aanmaken bij
horen van het belletje. = geconditioneerde reflex.
KLASSIEKE/PAVLOVIAANSE CONDITIONERING
= Pavlov met honden = Klassiek conditionering
- Geen intentionele handeling tijdens hun leerproces
, - Passief proces (Pavlov/ zijn assistenten
deden al het werk) van SR-Leren
- Conditioneringsproces: neutrale prikkel
zoals bel = voorwaardelijke stimulus
andere prikkel zoals voedsel = reflexmatige
reactie zoals speekselafscheiding=
voorwaardelijke reactie. Als de neutrale
prikkel gekoppeld de reflex => reactie: die
prikkel= onvoorwaardelijke stimulus =>
onvoorwaardelijke reactie
o Bv: Bel => elektrische shock =>
angstreactie => onvoorwaardelijke
reactie (springen, hoge hartslag)
verschilt van de voorwaardelijke
reactie (stoppen met bewegen,
spieren spannen, lage hartslag) = aversieve conditionering P90 figuur 3.1
- Na conditioneringsproces kan het leerproces weer worden afgebouwd door
herhaalde aanbieding van die voorwaardelijke prikkel zonder de onvoorwaardelijke
prikkel
o Bv: na het aanleren van voedsel bij de bel kan je afleren door meerdere
keren op de bel te duwen en geen voedsel te geven. =
extinctie/uitdoving = proces van het verdwijnen van voorwaardelijke
reactie
- Maar: er is spontaan herstel van de conditionering, de voorwaardelijke reactie
bij 1 belletje wordt niet zomaar vergeten.
Bv: angst voor knaagdieren komt omdat ze een dode grote rat vond en hem
vastpakte (neutrale stimulus) toont het aan iemand en is bang
(onvoorwaardelijke stimulus) persoon zelf krijgt ook schrik. Dit is een mooi
voorbeeld dat onze angsten tot stand komen.
Bv: ritselen struikgewas (neutrale stimulus) aangevallen door hond angst
voor die soort honden en zwarte. Maar deze angst is natuurlijk uitgedoofd en nu al
veel minder.
Eigen voorbeeld! (moet gaan over een gekend angstgedrag dat je koppelt aan een
voordien neutrale stimulus.
GENERALISATIE
- Stimulus generalisatie = de uitbreiding van een aangeleerde respons naar stimuli
die lijken op de geconditioneerde stimulus. Betekent dus dat je een geleerde
reactie ook laat zien bij dingen die lijken op de oorspronkelijke prikkel.
, - Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij mensen die angst hebben ontwikkeld door een
trauma.
- Stimulusgeneralisatie zorgt ervoor dat we aangeleerde responsen toepassen in
nieuwe situaties
Bv: iemand is ooit gebeten door een hond en voelt daarna angst niet alleen bij die
hond, maar ook bij andere honden die erop lijken.
STIMULUSDISCRIMINATIE
- Stimulusdiscriminatie = het leren van een nieuwe respons op een specifieke
stimulus, maar niet op andere daarop gelijkende stimuli (= selectief leren) Dit is
het tegenovergestelde van generalisatie.
- Het doet zich voor als een organisme leert op een bepaalde stimulus te reageren,
maar niet op gelijksoortige, vergelijkbare stimuli
- Buiten het labo is stimulusdiscriminatie het concept dat ten grondslag ligt aan
reclamecampagnes die erop zijn gericht ons te conditioneren een onderscheid te
maken tussen merken. Makkelijker: In de praktijk wordt dit bijvoorbeeld gebruikt
in reclame, waarbij merken ons leren een duidelijk verschil te zien tussen
producten
Stimuli = prikkels
CONDITIONERING VAN HOGERE ORDE
Conditionering van hogere orde betekent dat
een geleerde reactie (via klassieke
conditionering) kan worden doorgegeven naar
nieuwe prikkels.
Het werkt als een soort domino-effect: de
oorspronkelijke geconditioneerde stimulus
kan een nieuwe stimulus leren om dezelfde
reactie uit te lokken.
Je kunt het zien als een ladder van stimuli,
waarbij elke nieuwe prikkel de reactie oproept
die eerst alleen door de oorspronkelijke
prikkel werd veroorzaakt.
Bv: Stel dat een hond geleerd heeft om te kwijlen bij
het geluid van een bel (geconditioneerde stimulus).
Nu gebruik je ook een fluitje tegelijk met het belletje.
Na een tijdje gaat de hond ook kwijlen bij het fluitje,
zelfs zonder het belletje.
Conditionering = proces dat bij alle honden, katten, ratten, duiven, mensen, … hetzelfde
is.
Behaviorist John Watson paste de technieken van klassieke conditionering voor het eerst
toe op mensen (Pavlov deed het enkel met honden)
HET BEROEMDE GEVAL VAN DE ‘KLEINE ALBERT’
Doel: John Watson & Rosalie Rayner wilden laten zien dat angst kan worden aangeleerd
via klassieke conditionering.
Basale definitie van leren is voor alle levende organismen hetzelfde.
2 VORMEN VAN LEREN
Klassieke en instrumentele conditionering
LEREN VERSUS INSTINCT
Leren betekent dat ons gedrag of onze gedachten blijvend veranderen door
ervaring. Het helpt ons om snel aan te passen aan nieuwe situaties.
Voorbeelden van leren zijn:
o Habituatie: leren om niet te reageren op iets dat vaak gebeurt. Bv: trein
die vaak passeert
o Mere-exposure effect: aangeleerde voorkeur voor stimuli waaraan we al
eerder zijn blootgesteld. Bv: oorworm-muziek
o SR-leren: vormen van leren die kunnen beschreven worden in termen van
stimuli en respons zoals klassieke/pavloviaanse en operante/instrumentele
conditionering.
o Sociaal leren: leren door anderen te observeren.
o Cognitief leren: leren door nadenken en plannen.
Leren is iets anders dan instinct of reflexen, maar kan ermee samenhangen
(reflexen gebruiken we bij klassieke conditionering). = soort specifiek en
genetisch. Dit zijn geprogrammeerde gedragingen waar omgeving en ervaring
geen invloed op hebben.
o Bv: eenden volgen eerst bewegend object door imprinting.
o Bv: redback Australische mannetjesspin voert achterwaartse salto uit om
seksueel kannibalisme te faciliteren voor hij probeert te ontsnappen.
Mannetje zijn genen hebben meer kans als hij wordt opgegeten dan als hij
vlucht en een ander vrouwtje zoekt natuurlijk gedrag zal het een salto
maken zodat het voor het vrouwtje ligt vrouw zal man opeten.
Ivan Pavlov 1849 onderzocht hoe het zenuwstelsel en spijsverteringsstelsel
samenwerken. Hij keek bijvoorbeeld bij honden naar speekselproductie bij verschillende
soorten voedsel. In 1904 Nobelprijs
2 soorten reflexen:
Psychische reflex: aanmaken van speeksel bij het zien van iets dat ruikt of lijkt op vlees
of iets anders. = voorwaardelijke reactie
Ook een fysiologische reflex: belletje als ze eten krijgen => speeksel aanmaken bij
horen van het belletje. = geconditioneerde reflex.
KLASSIEKE/PAVLOVIAANSE CONDITIONERING
= Pavlov met honden = Klassiek conditionering
- Geen intentionele handeling tijdens hun leerproces
, - Passief proces (Pavlov/ zijn assistenten
deden al het werk) van SR-Leren
- Conditioneringsproces: neutrale prikkel
zoals bel = voorwaardelijke stimulus
andere prikkel zoals voedsel = reflexmatige
reactie zoals speekselafscheiding=
voorwaardelijke reactie. Als de neutrale
prikkel gekoppeld de reflex => reactie: die
prikkel= onvoorwaardelijke stimulus =>
onvoorwaardelijke reactie
o Bv: Bel => elektrische shock =>
angstreactie => onvoorwaardelijke
reactie (springen, hoge hartslag)
verschilt van de voorwaardelijke
reactie (stoppen met bewegen,
spieren spannen, lage hartslag) = aversieve conditionering P90 figuur 3.1
- Na conditioneringsproces kan het leerproces weer worden afgebouwd door
herhaalde aanbieding van die voorwaardelijke prikkel zonder de onvoorwaardelijke
prikkel
o Bv: na het aanleren van voedsel bij de bel kan je afleren door meerdere
keren op de bel te duwen en geen voedsel te geven. =
extinctie/uitdoving = proces van het verdwijnen van voorwaardelijke
reactie
- Maar: er is spontaan herstel van de conditionering, de voorwaardelijke reactie
bij 1 belletje wordt niet zomaar vergeten.
Bv: angst voor knaagdieren komt omdat ze een dode grote rat vond en hem
vastpakte (neutrale stimulus) toont het aan iemand en is bang
(onvoorwaardelijke stimulus) persoon zelf krijgt ook schrik. Dit is een mooi
voorbeeld dat onze angsten tot stand komen.
Bv: ritselen struikgewas (neutrale stimulus) aangevallen door hond angst
voor die soort honden en zwarte. Maar deze angst is natuurlijk uitgedoofd en nu al
veel minder.
Eigen voorbeeld! (moet gaan over een gekend angstgedrag dat je koppelt aan een
voordien neutrale stimulus.
GENERALISATIE
- Stimulus generalisatie = de uitbreiding van een aangeleerde respons naar stimuli
die lijken op de geconditioneerde stimulus. Betekent dus dat je een geleerde
reactie ook laat zien bij dingen die lijken op de oorspronkelijke prikkel.
, - Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij mensen die angst hebben ontwikkeld door een
trauma.
- Stimulusgeneralisatie zorgt ervoor dat we aangeleerde responsen toepassen in
nieuwe situaties
Bv: iemand is ooit gebeten door een hond en voelt daarna angst niet alleen bij die
hond, maar ook bij andere honden die erop lijken.
STIMULUSDISCRIMINATIE
- Stimulusdiscriminatie = het leren van een nieuwe respons op een specifieke
stimulus, maar niet op andere daarop gelijkende stimuli (= selectief leren) Dit is
het tegenovergestelde van generalisatie.
- Het doet zich voor als een organisme leert op een bepaalde stimulus te reageren,
maar niet op gelijksoortige, vergelijkbare stimuli
- Buiten het labo is stimulusdiscriminatie het concept dat ten grondslag ligt aan
reclamecampagnes die erop zijn gericht ons te conditioneren een onderscheid te
maken tussen merken. Makkelijker: In de praktijk wordt dit bijvoorbeeld gebruikt
in reclame, waarbij merken ons leren een duidelijk verschil te zien tussen
producten
Stimuli = prikkels
CONDITIONERING VAN HOGERE ORDE
Conditionering van hogere orde betekent dat
een geleerde reactie (via klassieke
conditionering) kan worden doorgegeven naar
nieuwe prikkels.
Het werkt als een soort domino-effect: de
oorspronkelijke geconditioneerde stimulus
kan een nieuwe stimulus leren om dezelfde
reactie uit te lokken.
Je kunt het zien als een ladder van stimuli,
waarbij elke nieuwe prikkel de reactie oproept
die eerst alleen door de oorspronkelijke
prikkel werd veroorzaakt.
Bv: Stel dat een hond geleerd heeft om te kwijlen bij
het geluid van een bel (geconditioneerde stimulus).
Nu gebruik je ook een fluitje tegelijk met het belletje.
Na een tijdje gaat de hond ook kwijlen bij het fluitje,
zelfs zonder het belletje.
Conditionering = proces dat bij alle honden, katten, ratten, duiven, mensen, … hetzelfde
is.
Behaviorist John Watson paste de technieken van klassieke conditionering voor het eerst
toe op mensen (Pavlov deed het enkel met honden)
HET BEROEMDE GEVAL VAN DE ‘KLEINE ALBERT’
Doel: John Watson & Rosalie Rayner wilden laten zien dat angst kan worden aangeleerd
via klassieke conditionering.