Proefwerk Levensbeschouwing
Begrippen
Ethiek→ De studie over het juiste handelen.
Moraal→ Wat goed is om te doen binnen een bepaalde gemeenschap.
Moreel→ Bijvoeglijk naamwoord van moraal.
Immoreel→ Als iets niet fatsoenlijk is.
Heteronoom→ Van buitenaf opgelegd
Reflectie→ Het overdenken van je handelingen ( weerkaatsen)
Opportunistisch→ Handelen zonder rekening houden met andere
Autonoom→ Zelf bepalen wat je doet
Descriptief→ Uitspraak die juist of onjuist kan zijn
Prescriptief→ Hoe dingen gedaan zouden moeten worden
Integer→ Iemand die zich niet laat beïnvloeden
Intrinsiek→ Als iets vanuit jezelf komt
Instrumentele waarde→ Iets of iemand die als middel wordt gebruikt
Universeel→ Geldt overal
Particulier→ Bijzonder, enkel geval
Absoluut→ onafhankelijk van perspectief
Relatief→ afhankelijk van perspectief
Rede→ Verstand, het menselijk denkvermogen
Phronesis→ Verstand, kritisch
Intrinsieke waarde→ Iets wat belangrijk is omwille van zichzelf
Utilisme→ Ethische stroming gevolgen zijn goed Utilis= nuttig
Kwantitatief genot→ De morele waarde van ervaren genot
Categorische imperatief→ Onvoorwaardelijk gebod
Hypothetische imperatief→Een eis op basis van instrumenteel handelen
Maxime→ Een principe wat handelingen bepaalt
Eudaimonia→ Gelukzaligheid
Teleologie→ Doelmatig
Poèsis→Het doel van de handeling ligt buiten de handeling.
Praxis→ Doel van de handeling ligt in de handeling.
amoreel→Zonder ideeën over goed en slecht
Begrippen
Ethiek→ De studie over het juiste handelen.
Moraal→ Wat goed is om te doen binnen een bepaalde gemeenschap.
Moreel→ Bijvoeglijk naamwoord van moraal.
Immoreel→ Als iets niet fatsoenlijk is.
Heteronoom→ Van buitenaf opgelegd
Reflectie→ Het overdenken van je handelingen ( weerkaatsen)
Opportunistisch→ Handelen zonder rekening houden met andere
Autonoom→ Zelf bepalen wat je doet
Descriptief→ Uitspraak die juist of onjuist kan zijn
Prescriptief→ Hoe dingen gedaan zouden moeten worden
Integer→ Iemand die zich niet laat beïnvloeden
Intrinsiek→ Als iets vanuit jezelf komt
Instrumentele waarde→ Iets of iemand die als middel wordt gebruikt
Universeel→ Geldt overal
Particulier→ Bijzonder, enkel geval
Absoluut→ onafhankelijk van perspectief
Relatief→ afhankelijk van perspectief
Rede→ Verstand, het menselijk denkvermogen
Phronesis→ Verstand, kritisch
Intrinsieke waarde→ Iets wat belangrijk is omwille van zichzelf
Utilisme→ Ethische stroming gevolgen zijn goed Utilis= nuttig
Kwantitatief genot→ De morele waarde van ervaren genot
Categorische imperatief→ Onvoorwaardelijk gebod
Hypothetische imperatief→Een eis op basis van instrumenteel handelen
Maxime→ Een principe wat handelingen bepaalt
Eudaimonia→ Gelukzaligheid
Teleologie→ Doelmatig
Poèsis→Het doel van de handeling ligt buiten de handeling.
Praxis→ Doel van de handeling ligt in de handeling.
amoreel→Zonder ideeën over goed en slecht