Media & Informatie Week 1
Heeft informatie geven via media zin?
★ Wat is de functie van de informatiemedia? En vervullen ze die functie goed in
de 21e eeuw?
★ Wat is de aandachtseconomie?
★ Welke functie heeft informatie (of kennis, of feiten) in de
aandachtseconomie?
★ Hoe gaan de ontvangers met de informatie om in de aandachtseconomie?
Geïnformeerd zijn heeft grote gevolgen voor je beslissingen en motivatie/gedrag als
stemmer, consument, patiënt, etc.
Informatie: Prikkels (stimuli), data, mediaboodschappen →
Kennis & beliefs: energiebesparende Voorspellings- & beslissings machine →
Judgements & Decisions
Falsificatie
➢ Gemeinschaft (gemeenschap):
○ Sterke centrale instituties
○ Tradities
○ Onmiddellijke ervaringsbereik = waar we afhankelijk van zijn
➢ Gesellschaft (maatschappij):
○ Instituties zijn stadsleven, politiek, wetenschap
○ Conventies/contracten
○ Onmiddellijke ervaringsbereik ≠ waar we afhankelijk van zijn
Open Society: een samenleving die wij idealiter hebben, hij is nooit af, maar
iedereen is er constant mee bezig om de samenleving te ontwikkelen en verbeteren.
Functioneert alleen als de mensen door instituties geïnformeerd kunnen worden. De
open samenleving is afhankelijk van de kwaliteit van de informatie. (Karl Popper)
Media Systems Dependency Theory: Wij zijn afhankelijk van media en media zijn
afhankelijk van ons. Medium zit tussen burgers en machthebbers en bemiddelt.
Media zijn nodig om doelen te bereiken. Media hebben zelf ook doelen.
(Bali-Rokeach)
Er is heel veel informatie, maar onze aandachtscapaciteit (capaciteit van ons brein
om informatie te verwerken) verandert niet. Mensen verzuipen in stimuli.
‘A wealth of information creates a poverty of attention.’
Hoe onzekerder de wereld, des te afhankelijk zijn we van de media om onze wereld
te begrijpen. -> media moet concurreren met andere informatieaanbieders
,Aandachtseconomie: Als je als informatieaanbieder wil blijven bestaan, moet je
aandacht trekken. Hierdoor wordt soms niet de beste informatie gedeeld en het best
bekeken, omdat dat soms wel de informatie is die de meeste aandacht krijgt.
Empowerment: het geven van kracht aan mensen om hun leven in te richten hoe zij
dat zelf willen
Bhatti, Y. (2010). What would happen if we were better informed? Simulating increased
knowledge in European Parliament (EP) elections. Representation, 46(4), 391-410.
"Wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen als alle stemmers volledig
geïnformeerd waren?”.
De tekst onderzoekt wat er gebeurt als burgers in een meerpartijenstelsel beter of
slechter geïnformeerd zijn. Eerder onderzoek richtte zich vooral op de Verenigde
Staten, maar dit artikel bestudeert dat effect in de Europese context, met name in
de EP-verkiezingen van 2004 in Denemarken, Zweden en Finland.
Met behulp van simulaties wordt nagegaan hoe verschillende kennisniveaus invloed
hebben op:
● verkiezingsdeelname (opkomst)
● stemkeuze
● welke partijen voordeel of nadeel hebben
Nieuw aan dit onderzoek is dat:
1. De methode is aangepast aan een meerpartijenstelsel.
1. Het effect van zowel een stijging als een daling van kennis wordt gemeten.
2. Niet alleen wordt gekeken naar stemkeuze van bestaande kiezers, maar ook
naar hoe veranderingen in kennis de opkomst én daarmee de totale uitslag
beïnvloeden.
De tekst bespreekt waarom politieke kennis belangrijk is voor een goed
functionerende democratie. Hoewel de meeste burgers weinig weten over politiek,
hoeft dit volgens sommige onderzoekers niet te betekenen dat collectieve
beslissingen slecht geïnformeerd zijn. Twee benaderingen staan tegenover elkaar:
1. Traditionalisten: Burgers zijn onwetend → slechte beslissingen → democratie
functioneert minder goed.
2. Revisionisten:
○ Hoewel individuen weinig weten, kunnen ze toch verstandig stemmen
dankzij heuristieken.
○ Collectieve keuzes kunnen geïnformeerd zijn doordat individuele
fouten elkaar compenseren (mirakel van aggregatie).
,Recent onderzoek simuleert wat er zou gebeuren als burgers beter geïnformeerd
waren, door te kijken naar de meningen van de best geïnformeerde mensen binnen
groepen om zo een hypothetische “volledig geïnformeerde” publieke opinie te
schatten.
Counterfactual simulation method
Doel van de studie: Deze studie onderzoekt wat er zou gebeuren als kiezers in een
meerpartijenstelsel beter geïnformeerd zouden zijn.
● Het kijkt niet alleen naar stemkeuze (welke partij iemand kiest), maar ook
naar opkomst (wel of niet stemmen).
● De methode gebruikt simulaties om een hypothetische situatie te creëren:
“Wat als iedereen volledig geïnformeerd was?”
De simulatiemethode: De methode is gebaseerd op eerder werk van Bartels (1996)
en Carpini & Keeter (1996), maar aangepast aan meerpartijenstelsels en het
combineren van opkomst- en kennis-effecten.
Stap 1: Het stemkeuze model
● Er wordt een multinomiaal logistisch model gemaakt. Dat betekent dat elk
individu negen keuzes heeft (bijvoorbeeld 8 partijen + niet stemmen).
● Onafhankelijke variabelen in het model zijn:
1. Demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleiding, etc.)
2. Predispositie (ideologische zelfplaatsing; bijvoorbeeld hoe links/rechts
iemand zich voelt)
3. Kennisniveau en interacties met de andere variabelen
Waarom predispositie?
● Het idee is dat sommige kenmerken van kiezers “vast” liggen door hun
achtergrond (bijv. familie, opvoeding).
● Dit maakt de simulatie conservatief, omdat het effect van kennis niet wordt
overschat: predispositie verandert niet, alleen kennis.
● Het model wordt gewogen zodat de voorspellingen van het model
overeenkomen met de werkelijke verkiezingsuitslagen.
○ Vooral belangrijk omdat niet-stemmers vaak ondervertegenwoordigd
zijn in enquêtes.
Stap 2: De simulatie
● Voor elke hypothetische kiezer worden dezelfde demografische kenmerken
gebruikt, maar hun kennisniveau wordt aangepast naar “volledig
geïnformeerd”.
● Het model berekent vervolgens de nieuwe waarschijnlijkheden voor:
, 1. Welke partij iemand zou kiezen
2. Of iemand zou stemmen of niet
Op deze manier kan men zien wat er zou gebeuren als het publiek beter
geïnformeerd zou zijn, zonder dat de werkelijkheid verandert.
Beperkingen van de methode
1. Modelafhankelijkheid: De simulatie is alleen zo goed als het model.
○ Als belangrijke variabelen ontbreken, kunnen de effecten van kennis
vertekend zijn.
2. Over- of onderspecificatie:
○ Te veel variabelen kan de effecten van kennis onderdrukken.
○ Te weinig kan ze overschatten.
3. Statische simulatie:
○ Het model houdt geen rekening met hoe partijen hun strategie zouden
veranderen als kiezers beter geïnformeerd zijn.
○ Resultaten laten dus zien wat zou gebeuren bij de huidige
partijposities, niet hoe politiek zou evolueren.
4. Representativiteit van volledig geïnformeerden:
○ Het model gaat ervan uit dat de kiezers die in de enquête al het meest
geïnformeerd zijn, een goede representatie geven van hoe een volledig
geïnformeerde groep zou stemmen.
Waarom het nog steeds nuttig is
● Empirisch onderzoek laat zien dat deze simulaties vaak vergelijkbaar zijn met
Deliberative Polls, waar burgers echt worden geïnformeerd in een
gecontroleerde setting.
● Het geeft een redelijke inschatting van de richting en grootte van
kennis-effecten:
○ Welke partijen winnen of verliezen bij een beter geïnformeerd publiek?
○ Zou de opkomst stijgen of dalen?
Belangrijke inzichten
● Het helpt te begrijpen hoe kennis de democratie beïnvloedt, vooral in
systemen met veel partijen.
● Het laat zien dat individuele kennis beperkt is, maar dat dit niet altijd
betekent dat collectieve beslissingen slecht geïnformeerd zijn.
● Simulaties kunnen beleidsmakers en onderzoekers helpen om te voorspellen
hoe veranderingen in publieke kennis het stemgedrag en de
verkiezingsuitslag beïnvloeden.
Heeft informatie geven via media zin?
★ Wat is de functie van de informatiemedia? En vervullen ze die functie goed in
de 21e eeuw?
★ Wat is de aandachtseconomie?
★ Welke functie heeft informatie (of kennis, of feiten) in de
aandachtseconomie?
★ Hoe gaan de ontvangers met de informatie om in de aandachtseconomie?
Geïnformeerd zijn heeft grote gevolgen voor je beslissingen en motivatie/gedrag als
stemmer, consument, patiënt, etc.
Informatie: Prikkels (stimuli), data, mediaboodschappen →
Kennis & beliefs: energiebesparende Voorspellings- & beslissings machine →
Judgements & Decisions
Falsificatie
➢ Gemeinschaft (gemeenschap):
○ Sterke centrale instituties
○ Tradities
○ Onmiddellijke ervaringsbereik = waar we afhankelijk van zijn
➢ Gesellschaft (maatschappij):
○ Instituties zijn stadsleven, politiek, wetenschap
○ Conventies/contracten
○ Onmiddellijke ervaringsbereik ≠ waar we afhankelijk van zijn
Open Society: een samenleving die wij idealiter hebben, hij is nooit af, maar
iedereen is er constant mee bezig om de samenleving te ontwikkelen en verbeteren.
Functioneert alleen als de mensen door instituties geïnformeerd kunnen worden. De
open samenleving is afhankelijk van de kwaliteit van de informatie. (Karl Popper)
Media Systems Dependency Theory: Wij zijn afhankelijk van media en media zijn
afhankelijk van ons. Medium zit tussen burgers en machthebbers en bemiddelt.
Media zijn nodig om doelen te bereiken. Media hebben zelf ook doelen.
(Bali-Rokeach)
Er is heel veel informatie, maar onze aandachtscapaciteit (capaciteit van ons brein
om informatie te verwerken) verandert niet. Mensen verzuipen in stimuli.
‘A wealth of information creates a poverty of attention.’
Hoe onzekerder de wereld, des te afhankelijk zijn we van de media om onze wereld
te begrijpen. -> media moet concurreren met andere informatieaanbieders
,Aandachtseconomie: Als je als informatieaanbieder wil blijven bestaan, moet je
aandacht trekken. Hierdoor wordt soms niet de beste informatie gedeeld en het best
bekeken, omdat dat soms wel de informatie is die de meeste aandacht krijgt.
Empowerment: het geven van kracht aan mensen om hun leven in te richten hoe zij
dat zelf willen
Bhatti, Y. (2010). What would happen if we were better informed? Simulating increased
knowledge in European Parliament (EP) elections. Representation, 46(4), 391-410.
"Wat zou er gebeuren met verkiezingsuitslagen als alle stemmers volledig
geïnformeerd waren?”.
De tekst onderzoekt wat er gebeurt als burgers in een meerpartijenstelsel beter of
slechter geïnformeerd zijn. Eerder onderzoek richtte zich vooral op de Verenigde
Staten, maar dit artikel bestudeert dat effect in de Europese context, met name in
de EP-verkiezingen van 2004 in Denemarken, Zweden en Finland.
Met behulp van simulaties wordt nagegaan hoe verschillende kennisniveaus invloed
hebben op:
● verkiezingsdeelname (opkomst)
● stemkeuze
● welke partijen voordeel of nadeel hebben
Nieuw aan dit onderzoek is dat:
1. De methode is aangepast aan een meerpartijenstelsel.
1. Het effect van zowel een stijging als een daling van kennis wordt gemeten.
2. Niet alleen wordt gekeken naar stemkeuze van bestaande kiezers, maar ook
naar hoe veranderingen in kennis de opkomst én daarmee de totale uitslag
beïnvloeden.
De tekst bespreekt waarom politieke kennis belangrijk is voor een goed
functionerende democratie. Hoewel de meeste burgers weinig weten over politiek,
hoeft dit volgens sommige onderzoekers niet te betekenen dat collectieve
beslissingen slecht geïnformeerd zijn. Twee benaderingen staan tegenover elkaar:
1. Traditionalisten: Burgers zijn onwetend → slechte beslissingen → democratie
functioneert minder goed.
2. Revisionisten:
○ Hoewel individuen weinig weten, kunnen ze toch verstandig stemmen
dankzij heuristieken.
○ Collectieve keuzes kunnen geïnformeerd zijn doordat individuele
fouten elkaar compenseren (mirakel van aggregatie).
,Recent onderzoek simuleert wat er zou gebeuren als burgers beter geïnformeerd
waren, door te kijken naar de meningen van de best geïnformeerde mensen binnen
groepen om zo een hypothetische “volledig geïnformeerde” publieke opinie te
schatten.
Counterfactual simulation method
Doel van de studie: Deze studie onderzoekt wat er zou gebeuren als kiezers in een
meerpartijenstelsel beter geïnformeerd zouden zijn.
● Het kijkt niet alleen naar stemkeuze (welke partij iemand kiest), maar ook
naar opkomst (wel of niet stemmen).
● De methode gebruikt simulaties om een hypothetische situatie te creëren:
“Wat als iedereen volledig geïnformeerd was?”
De simulatiemethode: De methode is gebaseerd op eerder werk van Bartels (1996)
en Carpini & Keeter (1996), maar aangepast aan meerpartijenstelsels en het
combineren van opkomst- en kennis-effecten.
Stap 1: Het stemkeuze model
● Er wordt een multinomiaal logistisch model gemaakt. Dat betekent dat elk
individu negen keuzes heeft (bijvoorbeeld 8 partijen + niet stemmen).
● Onafhankelijke variabelen in het model zijn:
1. Demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleiding, etc.)
2. Predispositie (ideologische zelfplaatsing; bijvoorbeeld hoe links/rechts
iemand zich voelt)
3. Kennisniveau en interacties met de andere variabelen
Waarom predispositie?
● Het idee is dat sommige kenmerken van kiezers “vast” liggen door hun
achtergrond (bijv. familie, opvoeding).
● Dit maakt de simulatie conservatief, omdat het effect van kennis niet wordt
overschat: predispositie verandert niet, alleen kennis.
● Het model wordt gewogen zodat de voorspellingen van het model
overeenkomen met de werkelijke verkiezingsuitslagen.
○ Vooral belangrijk omdat niet-stemmers vaak ondervertegenwoordigd
zijn in enquêtes.
Stap 2: De simulatie
● Voor elke hypothetische kiezer worden dezelfde demografische kenmerken
gebruikt, maar hun kennisniveau wordt aangepast naar “volledig
geïnformeerd”.
● Het model berekent vervolgens de nieuwe waarschijnlijkheden voor:
, 1. Welke partij iemand zou kiezen
2. Of iemand zou stemmen of niet
Op deze manier kan men zien wat er zou gebeuren als het publiek beter
geïnformeerd zou zijn, zonder dat de werkelijkheid verandert.
Beperkingen van de methode
1. Modelafhankelijkheid: De simulatie is alleen zo goed als het model.
○ Als belangrijke variabelen ontbreken, kunnen de effecten van kennis
vertekend zijn.
2. Over- of onderspecificatie:
○ Te veel variabelen kan de effecten van kennis onderdrukken.
○ Te weinig kan ze overschatten.
3. Statische simulatie:
○ Het model houdt geen rekening met hoe partijen hun strategie zouden
veranderen als kiezers beter geïnformeerd zijn.
○ Resultaten laten dus zien wat zou gebeuren bij de huidige
partijposities, niet hoe politiek zou evolueren.
4. Representativiteit van volledig geïnformeerden:
○ Het model gaat ervan uit dat de kiezers die in de enquête al het meest
geïnformeerd zijn, een goede representatie geven van hoe een volledig
geïnformeerde groep zou stemmen.
Waarom het nog steeds nuttig is
● Empirisch onderzoek laat zien dat deze simulaties vaak vergelijkbaar zijn met
Deliberative Polls, waar burgers echt worden geïnformeerd in een
gecontroleerde setting.
● Het geeft een redelijke inschatting van de richting en grootte van
kennis-effecten:
○ Welke partijen winnen of verliezen bij een beter geïnformeerd publiek?
○ Zou de opkomst stijgen of dalen?
Belangrijke inzichten
● Het helpt te begrijpen hoe kennis de democratie beïnvloedt, vooral in
systemen met veel partijen.
● Het laat zien dat individuele kennis beperkt is, maar dat dit niet altijd
betekent dat collectieve beslissingen slecht geïnformeerd zijn.
● Simulaties kunnen beleidsmakers en onderzoekers helpen om te voorspellen
hoe veranderingen in publieke kennis het stemgedrag en de
verkiezingsuitslag beïnvloeden.