College 1 Het belang van politiek
In hoeverre moet de politiek ingrijpen?
Links/socialisten zijn voorstander van ingrijpen en overheidsbemoeienis
Rechts/liberalisten laten het liever op z’n beloop gaan
Politiek lijkt weinig invloed te hebben op sociale media, ze kijken toe hoe het steeds meer verweven met de
samenleving raakt.
Comparative politics: = een belangrijke tak in de politieke wetenschappen. Door het vergelijken van (nationale)
politieke systemen leer je hoe een land in elkaar zit. Bijv: sterkte van rechts-populistische partijen (vergelijken met
Franstalig België)
Politiek & politieke wetenschap
Politiek = sturen van de (een) samenleving
- Afspraken als mensen iets samen willen doen
- Grotere groep = meer afspraken = formeel (wet)
- Per definitie ook conflicten over het sturen van de samenleving
Bredere definitie: politiek is overal
- Overal waar er regels bestaan
- Ook in verenigingen en organisaties (die een leerschool van de ‘grote’ politiek zijn)
Variaties in politiek
1. Territorium
Welke soort samenleving wordt er gestuurd?
o Samenlevingen met en zonder territorium voor wie dezelfde afspraken gelden
o Kan je eruit stappen of niet?
Met territorium = omvattender (wanneer je gaat verhuizen)
o ‘Staten’ hebben grondgebied en zijn daar soeverein
Russische referenda in Oekraïens grondgebied
o Niet alleen staten hebben grondgebied (decentralisatie en internationalisering)
o Je kunt zo moeilijk ontsnappen aan politiek de regels zijn bindend en je wordt gestraft als je je er niet
aan houdt.
o Religie is een politiek zonder territorium
2. Cultureel
Verschillende opvattingen over de mate waarin regels mogen ingrijpen (de reikwijdte)
Verschuivende opvattingen:
o 19e eeuwse ‘nachtwakersstaat’ (alleen ordehandhaving, defensie, belastingen)
o Steeds meer vragen om domeinen ‘politiek’ te regelen (bijv. arbeidersbeweging en sociale bescherming,
veel later werden ook milieu en klimaat politiek geregeld)
o Enorme explosie van politiek ingrijpen homohuwelijk en adoptie
o Politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven bijv. het verplicht werven van
mensen met een migratieachtergrond door werkgevers.
3. Vormen
Welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?
Ongelijkheid tussen politieke systemen (regimes)
Classificaties
Democratische vs. autoritaire regimes
macht = tijdelijk, gespreid, via verkozen vertegenwoordigers, fundamentele rechten
Unitaire vs. federale staten
bestuur vanuit één punt of niet
Variaties in instellingen en procedures
verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd
Wat doet een politicoloog?
,Doel = regelmaat ontdekken in fenomenen & complexe fenomenen vereenvoudigen
o Sociale werkelijkheid = complex
o Werkelijkheid ‘normaliseren’ in variabelen/analytisch
o Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden, zie Georges-Louis Bouchez)
o Patronen zie je door te vergelijken, op 2 manieren:
- Veel waarnemingen: grote N
- Goed gekozen waarnemingen: kleine N
Politieke wetenschap: politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven,
begrijpen en verklaren (journalisten ook), en NIET beoordelen.
Daarom volgen ze eigen regels:
1. Intellectuele distantie:
- Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet of om zelf deel te nemen
- Maar neutraliteit bestaat niet (voorkeuren, belangen, interesses) = de essentie van sociale wetenschappers,
mensen worden bepaald door hun omgeving
- Keuze van onderwerpen
- Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen, wat weer door anderen gebruikt kan worden.
2. Wetenschappelijke methode:
Vele, bewust ingezamelde waarnemingen
o Systematische inzameling van gegevens
o Een gebeurtenis duiden als fenomeen dat uiting is van een bredere categorie (algemeen verschijnsel)
o Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
Keuze van onderzoekstechnieken
o Hoe data analyseren?
o Kwantitatief of kwalitatief?
Open rapporteren over wat en waarom
o Repliceerbaarheid journalistiek
o Controleren en verfijnen (cumulatief)
Hoofdstuk 1
Definitie van politiek: alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
Territorium: politiek wordt eerder geassocieerd met samenlevingen die verbonden zijn aan een territorium:
gemeenten, provincies, landen, regio’s, internationale organisaties
Staten: een samenleving die aan een grondgebied verbonden is veel omvattender en dwingender. De staat is
de hedendaagse structuur, waarin zich de sturing van samenlevingen afspeelt
Vormen van politiek
Regime: de grote principes die ten grondslag liggen aan het functioneren van een politiek systeem
Democratische regimes:
o De macht is tijdelijk en verspreid over verschillende groepen.
o Toestemming om regels te maken en op te leggen wordt verleend door het verkiezen van
vertegenwoordigers door de bevolking op wie de regels van toepassing zullen zijn.
o Een aantal fundamentele rechten wordt formeel erkend en beschermd vooral het recht op vrijheid
van meningsuiting
Autoritair regime:
o Alles wat een democratisch regime niet is
o Een land waarin de basisrechten van de individuele burger niet worden gerespecteerd
Unitaire staat:
o Gecentraliseerd bestuur
Federale staat:
o Deelgebieden met een eigen bestuur
, Instrumenten van (politieke) wetenschap
1. Concepten
De politieke wetenschap maakt gebruik van concepten
= een begrip, algemene categorie of verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen
afbakenen. Dient om het denken te organiseren.
Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos, complexiteit
Instrumenten van die taal zijn concepten, modellen, theorieën
Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
Hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden essentie
Concept = ideaaltype – werkelijkheid is nooit perfect
2. Modellen
Een model is een voorstelling van de realiteit, maar is niet zomaar een reproductie ervan. Het is een
bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit (zoals een wegenkaart)
Modellen zijn een instrument waar de wetenschap gebruik van kan maken om de te bestuderen objecten
tot hun essentie te herleiden.
Een model geeft ook relaties aan, vertelt eigenlijk hoe een aantal dingen in elkaar zit. Het is meer dan een
concept: ook relaties tussen concepten worden (variabelen) worden beschreven.
Statistische modellen bevatten slechts bepaalde variabelen (bijv. deelname aan protest) verklaarde
variantie
Voorbeeld: politieke kringloop van David Easton eisen, gatekeepers, steun (passief en actief), output,
feedbackloop
3. Theorieën
= een instrument
= concreter dan een concept of model. Een theorie geeft aan hoe politieke verschijnselen met elkaar in
verband staan.
Beschrijven hoe en waarom politieke verschijnselen met elkaar in verband staan = een verhaal over
causaliteit
Voorbeelden:
o Waarom hebben mensen in sommige andere landen meer vertrouwen in de overheid dan andere?
o Wat bepaalt de samenstellingen van regeringen?
o Waarom dienen oppositieleden wetsvoorstellen in als ze nooit aanvaard worden?
Resultaat van waarnemingen en onderzoek, maar theorieën sturen ook waarnemingen en onderzoek
(deductief vs. inductief)
Cruciale link tussen theorie en onderzoek = hypothese (voorspelling waarvan nagegaan kan worden of ze
klopt)
o Hypothese: een theorie houdt altijd op een of andere wijze een hypothese in, een voorspelling
waarvan nagegaan kan worden of ze klopt.
Gender:
- om over mannen en vrouwen te praten kan het woord geslacht worden gebruikt. Geslacht verwijst naar het
biologische verschil tussen mannen en vrouwen.
- Het concept gender verwijst naar en maakt het mogelijk om te praten over de wijze waarop in een
samenleving mannelijke en vrouwelijke rolpatronen bestaan, verwachting over hoe mannen en vrouwen
zich moeten gedragen, oordelen over de positie die ze in de samenleving innemen.
Polyarchie
Ontwikkeld door Amerikaanse politicoloog Robert Dahl.
Een polyarchie is een soort politiek systeem, een regime. Dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
o Verkiezingen verlopen vrij en eerlijk
o De meeste volwassenen hebben het recht om te stemmen
o De meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te stellen
o De burgers genieten van een gegarandeerde vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van de
vrijheid om het bestuur te bekritiseren.
o De burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur wordt gecontroleerd.
In hoeverre moet de politiek ingrijpen?
Links/socialisten zijn voorstander van ingrijpen en overheidsbemoeienis
Rechts/liberalisten laten het liever op z’n beloop gaan
Politiek lijkt weinig invloed te hebben op sociale media, ze kijken toe hoe het steeds meer verweven met de
samenleving raakt.
Comparative politics: = een belangrijke tak in de politieke wetenschappen. Door het vergelijken van (nationale)
politieke systemen leer je hoe een land in elkaar zit. Bijv: sterkte van rechts-populistische partijen (vergelijken met
Franstalig België)
Politiek & politieke wetenschap
Politiek = sturen van de (een) samenleving
- Afspraken als mensen iets samen willen doen
- Grotere groep = meer afspraken = formeel (wet)
- Per definitie ook conflicten over het sturen van de samenleving
Bredere definitie: politiek is overal
- Overal waar er regels bestaan
- Ook in verenigingen en organisaties (die een leerschool van de ‘grote’ politiek zijn)
Variaties in politiek
1. Territorium
Welke soort samenleving wordt er gestuurd?
o Samenlevingen met en zonder territorium voor wie dezelfde afspraken gelden
o Kan je eruit stappen of niet?
Met territorium = omvattender (wanneer je gaat verhuizen)
o ‘Staten’ hebben grondgebied en zijn daar soeverein
Russische referenda in Oekraïens grondgebied
o Niet alleen staten hebben grondgebied (decentralisatie en internationalisering)
o Je kunt zo moeilijk ontsnappen aan politiek de regels zijn bindend en je wordt gestraft als je je er niet
aan houdt.
o Religie is een politiek zonder territorium
2. Cultureel
Verschillende opvattingen over de mate waarin regels mogen ingrijpen (de reikwijdte)
Verschuivende opvattingen:
o 19e eeuwse ‘nachtwakersstaat’ (alleen ordehandhaving, defensie, belastingen)
o Steeds meer vragen om domeinen ‘politiek’ te regelen (bijv. arbeidersbeweging en sociale bescherming,
veel later werden ook milieu en klimaat politiek geregeld)
o Enorme explosie van politiek ingrijpen homohuwelijk en adoptie
o Politieke cultuur wijzigt: grenzen tussen privé en publiek verschuiven bijv. het verplicht werven van
mensen met een migratieachtergrond door werkgevers.
3. Vormen
Welke vorm neemt de sturing van de (territoriale) samenleving aan?
Ongelijkheid tussen politieke systemen (regimes)
Classificaties
Democratische vs. autoritaire regimes
macht = tijdelijk, gespreid, via verkozen vertegenwoordigers, fundamentele rechten
Unitaire vs. federale staten
bestuur vanuit één punt of niet
Variaties in instellingen en procedures
verkiezingen, partijen, parlement, grondwet, staatshoofd
Wat doet een politicoloog?
,Doel = regelmaat ontdekken in fenomenen & complexe fenomenen vereenvoudigen
o Sociale werkelijkheid = complex
o Werkelijkheid ‘normaliseren’ in variabelen/analytisch
o Structuren: posities en rollen determineren gedrag (niet alleen persoonlijkheden, zie Georges-Louis Bouchez)
o Patronen zie je door te vergelijken, op 2 manieren:
- Veel waarnemingen: grote N
- Goed gekozen waarnemingen: kleine N
Politieke wetenschap: politieke wetenschappers willen politieke gebeurtenissen en instellingen beschrijven,
begrijpen en verklaren (journalisten ook), en NIET beoordelen.
Daarom volgen ze eigen regels:
1. Intellectuele distantie:
- Doel is niet in de eerste plaats te zeggen hoe het moet of om zelf deel te nemen
- Maar neutraliteit bestaat niet (voorkeuren, belangen, interesses) = de essentie van sociale wetenschappers,
mensen worden bepaald door hun omgeving
- Keuze van onderwerpen
- Politicoloog doet verslag van zijn bevindingen, wat weer door anderen gebruikt kan worden.
2. Wetenschappelijke methode:
Vele, bewust ingezamelde waarnemingen
o Systematische inzameling van gegevens
o Een gebeurtenis duiden als fenomeen dat uiting is van een bredere categorie (algemeen verschijnsel)
o Vergelijking, bewust zoeken naar gelijkaardige en verschillende cases
Keuze van onderzoekstechnieken
o Hoe data analyseren?
o Kwantitatief of kwalitatief?
Open rapporteren over wat en waarom
o Repliceerbaarheid journalistiek
o Controleren en verfijnen (cumulatief)
Hoofdstuk 1
Definitie van politiek: alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
Territorium: politiek wordt eerder geassocieerd met samenlevingen die verbonden zijn aan een territorium:
gemeenten, provincies, landen, regio’s, internationale organisaties
Staten: een samenleving die aan een grondgebied verbonden is veel omvattender en dwingender. De staat is
de hedendaagse structuur, waarin zich de sturing van samenlevingen afspeelt
Vormen van politiek
Regime: de grote principes die ten grondslag liggen aan het functioneren van een politiek systeem
Democratische regimes:
o De macht is tijdelijk en verspreid over verschillende groepen.
o Toestemming om regels te maken en op te leggen wordt verleend door het verkiezen van
vertegenwoordigers door de bevolking op wie de regels van toepassing zullen zijn.
o Een aantal fundamentele rechten wordt formeel erkend en beschermd vooral het recht op vrijheid
van meningsuiting
Autoritair regime:
o Alles wat een democratisch regime niet is
o Een land waarin de basisrechten van de individuele burger niet worden gerespecteerd
Unitaire staat:
o Gecentraliseerd bestuur
Federale staat:
o Deelgebieden met een eigen bestuur
, Instrumenten van (politieke) wetenschap
1. Concepten
De politieke wetenschap maakt gebruik van concepten
= een begrip, algemene categorie of verschijnsel dat benoemd wordt met de bedoeling het precies te kunnen
afbakenen. Dient om het denken te organiseren.
Eigen ‘taal’ van politieke wetenschappen: orde brengen in de chaos, complexiteit
Instrumenten van die taal zijn concepten, modellen, theorieën
Zonder concepten kunnen we niet over politiek spreken (casuïstiek)
Hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden essentie
Concept = ideaaltype – werkelijkheid is nooit perfect
2. Modellen
Een model is een voorstelling van de realiteit, maar is niet zomaar een reproductie ervan. Het is een
bepaalde vereenvoudigde voorstelling van de realiteit (zoals een wegenkaart)
Modellen zijn een instrument waar de wetenschap gebruik van kan maken om de te bestuderen objecten
tot hun essentie te herleiden.
Een model geeft ook relaties aan, vertelt eigenlijk hoe een aantal dingen in elkaar zit. Het is meer dan een
concept: ook relaties tussen concepten worden (variabelen) worden beschreven.
Statistische modellen bevatten slechts bepaalde variabelen (bijv. deelname aan protest) verklaarde
variantie
Voorbeeld: politieke kringloop van David Easton eisen, gatekeepers, steun (passief en actief), output,
feedbackloop
3. Theorieën
= een instrument
= concreter dan een concept of model. Een theorie geeft aan hoe politieke verschijnselen met elkaar in
verband staan.
Beschrijven hoe en waarom politieke verschijnselen met elkaar in verband staan = een verhaal over
causaliteit
Voorbeelden:
o Waarom hebben mensen in sommige andere landen meer vertrouwen in de overheid dan andere?
o Wat bepaalt de samenstellingen van regeringen?
o Waarom dienen oppositieleden wetsvoorstellen in als ze nooit aanvaard worden?
Resultaat van waarnemingen en onderzoek, maar theorieën sturen ook waarnemingen en onderzoek
(deductief vs. inductief)
Cruciale link tussen theorie en onderzoek = hypothese (voorspelling waarvan nagegaan kan worden of ze
klopt)
o Hypothese: een theorie houdt altijd op een of andere wijze een hypothese in, een voorspelling
waarvan nagegaan kan worden of ze klopt.
Gender:
- om over mannen en vrouwen te praten kan het woord geslacht worden gebruikt. Geslacht verwijst naar het
biologische verschil tussen mannen en vrouwen.
- Het concept gender verwijst naar en maakt het mogelijk om te praten over de wijze waarop in een
samenleving mannelijke en vrouwelijke rolpatronen bestaan, verwachting over hoe mannen en vrouwen
zich moeten gedragen, oordelen over de positie die ze in de samenleving innemen.
Polyarchie
Ontwikkeld door Amerikaanse politicoloog Robert Dahl.
Een polyarchie is een soort politiek systeem, een regime. Dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
o Verkiezingen verlopen vrij en eerlijk
o De meeste volwassenen hebben het recht om te stemmen
o De meeste volwassenen hebben het recht om zich kandidaat te stellen
o De burgers genieten van een gegarandeerde vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van de
vrijheid om het bestuur te bekritiseren.
o De burgers hebben vrij toegang tot informatie die niet door het bestuur wordt gecontroleerd.