Dit artikel van Fischer en Hess (2017) bespreekt het Contextual Model of Emotional
Mimicry. De kernboodschap is dat emotionele mimiek niet een simpele reflex is, maar
een doelgericht sociaal proces dat afhankelijk is van de context en de relatie tussen mensen.
Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste concepten voor je tentamen:
1. Wat is Emotionele Mimiek?
Emotionele mimiek is het overnemen van de non-verbale uitingen van anderen (zoals
gezichtsuitdrukkingen, maar ook pupilverwijding of lichaamshouding) om een 'shared
mind' te creëren. Het verschilt van algemene gedragsmimiek (zoals met je voet tikken) omdat
emoties sociale signalen zijn die informatie geven over de intenties van de ander.
2. Het Contextual Model of Emotional Mimicry
Dit model is gebaseerd op twee cruciale aannames:
Affiliatiedoelen (Verbinding): We bootsen emoties alleen na als er een verlangen is
naar verbinding of een gedeeld begrip (affiliatie). Als we afstand willen bewaren
(bijvoorbeeld bij een conflict of competitie), stopt de mimiek.
Top-down Proces: Mimiek is niet simpelweg het nadoen van wat we zien (bottom-
up), maar wordt aangestuurd door onze interpretatie en eerdere kennis (top-down).
We bootsen niet de spierbeweging na, maar de betekenis van de emotie.
3. De Rol van Sociale Context en Doelen
Of we iemand nadoen, hangt sterk af van de sociale situatie:
Wie bootsen we na? We doen automatisch mensen na die we aardig vinden, die tot
onze eigen groep (ingroup) behoren, of op wie we lijken.
Sociale uitsluiting: Mensen die zich sociaal uitgesloten voelen, gaan juist méér
mimieken om de band met anderen te herstellen.
Cognitieve capaciteit: Het nadoen van mensen die we aardig vinden gaat vanzelf,
maar het nadoen van 'neutrale' of minder gewenste personen kost cognitieve
inspanning.
Macht: De machtsverhouding tussen mensen beïnvloedt vooral hoe we op glimlachen
reageren.
4. Welke Emoties worden wel/niet nagedaan?
Niet elke emotie lokt mimiek uit. Dit hangt af van het signaal dat de emotie afgeeft:
Affiliatieve emoties: Glimlachen en verdriet worden vaak nagedaan omdat ze
uitnodigen tot verbinding en empathie.
Niet-affiliatieve emoties: Emoties zoals boosheid, walging of arrogante
trots worden minder vaak nagedaan, omdat deze signalen juist duiden op afstand of
een gebrek aan de wil om te verbinden.
, Uitzondering: Mensen die sociaal incompetent zijn, reageren soms met mimiek op
walging, wat hun sociale interacties negatief beïnvloedt.
5. Bewijs voor Top-down Verwerking
Het artikel haalt onderzoek aan dat aantoont dat mimiek gebaseerd is op interpretatie:
Zelfs als een gezicht neutraal is, maar ons wordt verteld dat die persoon blij of
verdrietig is, vertonen we een bijbehorende gezichtsreactie.
We leren associaties: als we een bepaald gezicht associëren met een glimlach,
reageren we later met een glimlach op datzelfde gezicht, zelfs als het dan neutraal
kijkt.
Belangrijk voor je tentamen:
Onthoud dat emotionele mimiek een instrument is voor sociale regulatie. Het dient om
banden te versterken (door affiliatieve emoties na te doen) of om sociale afstand te creëren
(door mimiek te weigeren of op een niet-affiliatieve manier te reageren).
Artikel 2
Dit is een uitgebreide samenvatting van het artikel "The empathic brain: how, when and
why?" door Frederique de Vignemont en Tania Singer. Dit artikel onderzoekt de neurale
basis van empathie, wanneer we het voelen en welk doel het dient.
1. Wat is empathie? (De definitie)
De auteurs hanteren een enge definitie van empathie om het te onderscheiden van andere
fenomenen. Er is sprake van empathie als aan vier voorwaarden wordt voldaan:
1. Je bevindt je in een affectieve staat (=de emotionele toestand waarin iemand zich op
een bepaald moment bevindt (blij, boos en verdrietig bijv.)
2. Deze staat is isomorf (vrijwel gelijk) aan die van de ander.
3. De staat is opgewekt door de observatie of verbeelding van de emotie van de ander.
4. Je bent je ervan bewust dat de ander de bron is van jouw emotie (zelf-ander
onderscheid).
Onderscheid met andere begrippen:
Cognitieve perspectiefname: Je begrijpt de ander zonder zelf emotioneel betrokken
te zijn.
Sympathie: Je voelt voor de ander (bijv. medelijden), maar deelt niet dezelfde emotie
(isomorfisme ontbreekt).
Emotionele besmetting: Je neemt de emotie over (bijv. een baby die gaat huilen als
anderen huilen), maar zonder het besef dat de ander de bron is.
2. Hoe voelen we empathie? (Het 'Hoe')
,Empathie werkt via gedeelde affectieve neurale netwerken. Dit betekent dat dezelfde
hersengebieden geactiveerd worden wanneer we zelf een emotie ervaren als wanneer we die
emotie bij een ander waarnemen.
Onderzoek toont dit aan voor walging, aanraking en pijn.
Bij empathie voor pijn zijn vooral de Anterior Cingulate Cortex (ACC) en
de Anterior Insula (AI) betrokken. Dit zijn de affectieve (gevoelsmatige) delen van
het pijnnetwerk, niet de sensorische delen (die registreren waar de pijn zit).
3. Wanneer voelen we empathie? (Het 'Wanneer')
Hoewel vaak wordt gedacht dat empathie automatisch is, stellen de auteurs een contextuele
benadering voor. Empathie wordt gemoduleerd (beïnvloed) door verschillende factoren:
Kenmerken van de emotie: Intensiteit en hoe opvallend de emotie is.
Relatie met de ander: We voelen meer empathie voor mensen die we aardig vinden
of die we als "eerlijk" beschouwen. (Mannen toonden in een studie zelfs geen
empathie, maar beloningsactiviteit bij het zien van pijn bij een 'oneerlijke' speler).
Kenmerken van de empathisator: Geslacht, persoonlijkheid en eerdere ervaringen
spelen een rol.
Situatie: Bijvoorbeeld of de pijn van de ander gerechtvaardigd is (zoals bij een
medische behandeling).
Twee modellen voor verwerking:
1. Late Appraisal Model: Empathie wordt direct automatisch opgewekt, maar daarna
pas aangepast door de context.
2. Early Appraisal Model: De context wordt eerst geëvalueerd, wat bepaalt of er
überhaupt een empathische reactie ontstaat.
4. Waarom voelen we empathie? (Het 'Waarom')
De auteurs onderscheiden twee belangrijke rollen voor empathie:
Epistemologische rol (Kennis):
o Het helpt ons om toekomstig gedrag van anderen sneller en nauwkeuriger te
voorspellen.
o Het fungeert als een leermiddel: door de reactie van een ander te zien (bijv.
iemand die zich brandt aan een machine), leren we de waarde van objecten in
onze omgeving zonder zelf gevaar te lopen.
Sociale rol:
o Empathie is een drijfveer voor prosociaal gedrag, altruïsme en samenwerking.
o Let op: Empathie moet vaak worden omgezet in sympathie om daadwerkelijk
tot hulpgedrag te leiden; pure empathie kan ook leiden tot persoonlijke stress
en terugtrekking.
o Het bevordert sociale communicatie en verbondenheid.
Belangrijkste conclusie voor je tentamen:
, Empathie is niet simpelweg een automatische reflex, maar een complex proces in het brein
dat afhankelijk is van de context en belangrijke sociale en overlevingsfuncties vervult. Het
berust op het delen van affectieve staten via specifieke hersengebieden zoals de AI en ACC.
Artikel 3
Dit artikel van Mariska Kret (2015) betoogt dat we in onderzoek naar emotieperceptie verder
moeten kijken dan alleen de bewegingen van gezichtsspieren (zoals beschreven in het Facial
Action Coding System). De kernboodschap is dat autonome signalen (zoals pupilverwijding,
blozen en tranen) een cruciale, maar vaak genegeerde rol spelen in hoe we anderen
waarnemen en begrijpen.
Hieronder volgt een uitgebreide samenvatting van de belangrijkste punten voor je tentamen:
1. De beperking van huidig onderzoek
De meeste studies gebruiken statische foto's van gezichtsuitdrukkingen, wat een verarmde
weergave is van de werkelijkheid. In het echte leven worden emoties niet alleen geuit door
spieren, maar ook door signalen die moeilijker te controleren of te veinzen zijn, wat ze
"veridische" (oprechte) informatie maakt.
2. Emotionele Besmetting en Mimicry
Wanneer we met iemand communiceren, synchroniseren we onbewust op fysiologisch niveau
(bijv. arousal).
Contagion (besmetting): Het onbewust overnemen van de emoties van een partner
via gezichtsuitdrukkingen en autonome signalen.
Mimicry: Het nabootsen van de signalen van de ander (zoals pupilgrootte) helpt ons
om ons in te leven in de "emotionele landschappen" van de ander.
3. Belangrijke Autonome Signalen
Het artikel bespreekt verschillende specifieke signalen buiten de gezichtsspieren:
Pupil-mimicry: Mensen (en chimpansees) nemen onbewust de pupilgrootte van hun
interactiepartner over. Pupilverwijding wordt geassocieerd met aantrekkelijkheid en
vertrouwen, vooral bij leden van de eigen groep (in-group).
Gezichtsroodheid (Blozen): Roodheid kan wijzen op gezondheid, dominantie of
woede. Echter, blozen na een sociale fout kan de geloofwaardigheid en het
vertrouwen herstellen, omdat het oprechtheid uitstraalt.
Tranen: Dit is een uniek menselijk signaal dat helpt bij het herkennen van verdriet en
het oproepen van empathie en hulp van anderen. Tranen kunnen zelfs op een onbewust
niveau (50 ms) de perceptie van verdriet versterken.
Oogknipperen (Eyeblinks): Mensen synchroniseren hun knippergedrag tijdens het
kijken naar video's, vooral op momenten die minder aandacht vereisen. Dit helpt bij
het gezamenlijk verwerken van informatie.
4. De rol van Context