Psychopathologie 6/12
Symptomen van een persoonlijkheidsstoornissen tonen zich soms op heel veel domeinen, maar het
kan ook op een subtiele manier.
Toont zich zelden als een karikateur van een persoonlijkheid
Personality – persoonlijkheidsstoornis
Costa & McCrae (1986)
De persoonlijkheid is iemands karakteristieke stijl van denken, voelen en gedragen
Het maakt ons uniek
Theodore Millon (1981) – belangrijke theoretice
Persoonlijkheid = ... complex patroon van
diepgewortelde psychologische kenmerken,
grotendeels onbewust, niet makkelijk uitwisbaar,die
zich manifesteren in alle facetten van het
functioneren…
o Functioneren: we reageren niet ene x zo en
andere x anders
Categoriale manier van weergeven
persoonlijkheidsstoornissen
o In DSM worden ze afgegrensd van elkaar
o psychiatrische classificatie
MAAR iedereen vindt dat dimensionaal beter is
dimensionaal
o persoonlijkheid = gemeenschappelijke persoonlijkheidsstructuur waarbij we
verschillen door een unieke combinatie van verschillende trekken (traits)
persoonlijkheidstrekken: these traits emerge from a complicated matrix of
biological dispositions and experiential learnings and now comprise the
individual’s distinct pattern of perceiving, feeling, thinking and coping
Enerzijds genetische aanleg – anderzijds experientieel leren (nature
en nurture dus)
3-factoren model (Hans Eyseneck)
Situeert elke persoon in een 3dimensioneel veld
o Introversie – extraversie
o Neurotisicme
o Psychoticisme
Iemand kan heel introvert zijn, maar laag scoren op psychoticisme en hoog op
neuroticisme.
Big Five – 5 factoren model van Costa en McCrae = 5dimensionele ruimte
OCEAN:
Openness - openheid voor ervaringen
Conscientiousness – nauwgezetheid – punctueel zijn, orderlijk
Extraversion
1
, Agreeableness - inschikkelijkheid
Neuroticisme
model beschrijft normale persoonlijkheid
o scores zijn normaal verdeeld in de populatie
verbanden met psychopathologie
o hoog scoren op neuroticisme - (piekeren, onzeker, angstig) - kwetsbaar voor
depressie, angststoornissen
o hoog scoren op consciëntieus - (georganiseerd, betrouwbaar, ambitieus, ‘lat hoog
leggen’) - kwetsbaar voor depressie, burn-out
Persoonlijkheid (Robert Cloninger – psychobiologische theorie)
7 factoren model
o Temperament + karakter worden erbij genomen
o In zijn psychobiologische theorie gaat hij ervanuit dat persoonlijkheid een
psychodynamische interactie is tussen temperament en karakter
Temperament
basale emotionele reacties – het reageren waar je niet over nadenkt
deels erfelijk bepaald
o vroeg in leven ontwikkeld
o relatief stabiel (niet iets dat makkelijk veranderd)
o ‘nature’ – genetisch bepaald
Galenus (131-216) – humores (lichaamsvochten) – temperamenten – zeer oude theorie
Flegmatisch (slijm)
o Rustig, kalm
Sanguin (bloed)
o Vurig, energiek
Melanchool
o Zwartgallig
Cholerisch (gele gal)
o Driftig
Karakter
Gaat over het reguleren ipv reageren
impliceert hogere cognitieve processen en spelen een rol in het reguleren van emoties en
dergelijke
‘nurture’ - ‘door het leven gevormd’
o op volwassen leeftijd volledig ontwikkeld
volgens sommigen versteend vanaf dan, ‘betonhypothese’
reguleren van emoties, bereiken van langetermijndoelstellingen en waarden
ook gedeeltelijk erfelijk dus ook nature (niet alleen nurture)
7-factoren-model (Robert Cloninger, 4 temperament + 3 karakter)
Novelty Seeking - Prikkelzoekend
Harm Avoidance - Leedvermijdend
o tendency to respond intensely to signals of aversive stimuli, thereby learning to
inhibit behavior to avoid punishment, novelty and frustrative non-reward
Reward Dependence - Sociaalgerichtheid
2