EVOLUTIE
Genotype interactie met omgeving fenotype voortplanting nieuw genotype
Het grootste gedeelte van onze huidige genen zijn het resultaat van miljoenen jaren
natuurlijke selectie. Een gedeelte van deze genen bepaalt hoe onze psychologische systemen
in elkaar zitten en beïnvloedt dus ons gedrag. Evolutie is ook een observeerbaar fenomeen.
DNA komt het meeste overeen met onze meest
gemeenschappelijke voorouder.
Bij knock-out studies kijken onderzoekers wat er
gebeurt als ze één gen uitschakelen.
Natuurlijke selectie is lastig te meten, doordat
het vele jaren duurt. Het kan ook in het lab
bestudeerd worden met dieren die kort leven
(fruitvliegjes: elke dag een nieuw populatie). Dit
noemt men experimental evolution. Hier kan
ook onderzoek gedaan worden naar mutaties.
Er zijn ook gevallen waarin je het normaal kan
meten, namelijk bij ernstige gebeurtenissen waarbij er veel omgevingsverandering kan
ontstaan en waarbij de selectiedruk toeneemt. Dit was het geval bij de ramp van chernobyl.
Natuurlijke selectie lijdt dan ook tot een nieuw fenotype.
Evolutie is niet alleen maar een theorie, want je kan het testen en onderzoeken.
Kernvragen van evolutionaire en vergelijkende psychologie:
1. Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren?
2. In welk opzicht ontwikkelt onze psychologie zich op een unieke manier?
,KERNVRAAG 1
STRESS SYSTEEM
We hebben een stress systeem voor gevaar. Als er een gevaar dreigt, ontstaat het fight-or-
flight response, waarbij er zoveel mogelijk energie naar de spieren gaat.
Glucose en vet worden uit vetcellen gehaald voor gebruik
Meer zuurstof in bloed
Hogere hartslag om zuurstofrijkbloed zo snel mogelijk naar de spieren te krijgen
Pijn wordt onderdrukt
Korte boost immuunsysteem
Specifieke psychologische boost
- Versterkte waarneming
- Boost specifiek soort geheugen, bijvoorbeeld geheugen voor de omgeving (spacial
memory)
Energie gaat weg van processen die niet nodig zijn in die situatie
- Spijsvertering
- Groei
- Genezing
- Voortplanting
Als je niet in staat bent een stressrespons te genereren wanneer het nodig is zit je in de
problemen. Maar als je deze respons te vaak aan zet, wordt het moeilijker hem weer uit te
zetten. Chronische stress is op lange termijn schadelijk voor onze gezondheid. Het geeft een
verhoogde kans op:
Cardiovasculaire problemen
Diabetes
Spijsverteringsproblemen en maagzweren
Verminderde groei bij kinderen
Seksuele en voortplantingsproblemen
Problemen met het immuunsysteem en auto-immuun ziekten
Slaapproblemen
Angst en depressie
Toen onze stress systemen evolueerden hadden we andere en minder continue stressors in
onze omgeving. Nu we meer continue stressoren hebben, hebben we ook meer kans op een
overactief stress systeem.
Systemen die ooit vooral adaptief waren werken nu tegen ons, omdat onze omgeving is
veranderd. Evolutie werkt vaak niet snel genoeg om dit aan te passen. Dit is ook het geval bij
,andere diersoorten. Dit wordt een evolutionary mismatch genoemd. Voorbeelden zijn dat
we tegenwoordig ongezond eten en weinig bewegen, wat vroeger heel anders was. Een
ander voorbeeld zijn babyschildpadjes die naar het licht, de weerspiegeling van het
maanlicht in de zee, kruipen. Door lichtvervuiling kunnen ze de verkeerde kant op kruipen.
Soms kijken we naar complexe factoren in onze cultuur of onze moderne omgeving om
gedrag te verklaren, maar vervolgens zien we precies hetzelfde gedrag in andere dieren. Om
de psychologische systemen die onder ons gedrag zitten te begrijpen kunnen we niet alleen
naar de huidige tijd kijken, maar moeten we naar onze evolutionaire historie kijken.
KERNVRAAG 2
We zijn beter in staat de omgeving naar onze hand te zetten.
DUAL INHERITENCE THEORY
We
erven zowel onze genen als onze omgeving van onze ouders.
NICHE CONSTRUCTION
We moeten dus in de omgeving passen die voorgaande generaties voor ons hebben
gecreëerd. Dit wordt een ‘niche’ waar vervolgens op geselecteerd wordt. De menselijke
niche is een sociale niche, namelijk cultuur. Cultuur zijn alle dingen die we leren van
groepsgenoten door middel van socialisatie.
We kunnen ons evolutionair aanpassen op een variabele niche, zoals cultuur, door onze
psychologische flexibiliteit. Waar komt die flexibiliteit vandaan?
, LIFE HISTORY STRATEGIES
Er zijn verschillende evolutionaire strategieën:
R-strategies K-strategies
- Veel nageslacht - Weinig nageslacht
- ‘Volwassen’ geboren - ‘Onvolwassen’ geboren
- Weinig ouderschap - Meer ouderschap
- Korte levensspanne - Langere levensspanne
- Late volwassenheid
- Lange afhankelijkheid van kinderen
- Lange prenatale ontwikkeling
Primaten zijn k-strategists, maar mensen zijn extreme k-strategists. Primaten zijn vooral
gespecialiseerd in sociale cognitie.
Fysiek domein (ruimtelijke cognitie, kwanititeiten, causaliteit)
Sociaal domein (sociaal leren, communicatie, theory of mind)
Mensen zijn op sociaal domein beter dan aapsoorten. Onze psychologische flexibiliteit komt
van onze gespecialiseerde sociale cognitie.
Evolutie is descriptief (feitelijk/beschrijvend/werkelijkheid), niet prescriptief
(normatief/voorschrijft). Het zegt niet hoe wij zouden moeten leven. Als dingen op een
bepaalde manier geëvolueerd zijn betekent dit niet dat dit ‘natuurlijk’ is of de ‘beste’ manier.
HOORCOLLEGE 2A – ONTWIKKELINGSTHEORIEËN