- Eetgewoonten = Manier van eten of gebruiken tijdens de maaltijd;
hangen af van en smaak, het land waar je woont en het geloof dat je hebt.
- Voedingsmiddel = Alles wat je eet en drinkt.
- Voedingsstoffen = Bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen;
groepen voedingsstoffen zijn: koolhydraten (suikers en zetmeel), vetten, water
eiwitten, mineralen en vitaminen.
- Energierijke stoffen= Groep voedingsstoffen in je voeding waar je
lichaam energie uit haalt: koolhydraten en vetten.
- Bouwstoffen = Groep voedingsstoffen in je voeding die je gebruikt om
nieuwe cellen te maken bij groei en herstel: eiwitten, mineralen, water en vetten.
- Beschermende stoffen = Groep voedingsstoffen in je voeding die je lichaam
beschermt tegen ( gebreks ) ziekten: vitaminen en mineralen.
- Voedingsvezel = ( Onverteerbare ) stoffen uit brood, groente en fruit die
ervoor zorgen dat de spieren in je darmen actief zijn, waardoor het eten beter
verteert.
- Schijf van vijf = Hulpmiddel bij het kiezen van gezonde voeding;
bestaat uit vijf vakken, met in elk vak een groep voedingsmiddelen die veel van een
bepaalde voedingsstoffen bevatten.
- Tussendoortjes = Wat je tussen de maaltijden door eet, zoals een
chocoladereep, koek of appel
- Energie = Hebben organismen nodig voor levensprocessen,
activiteit en om warm te blijven. Energie komt vrij bij de verbranding van energierijke
voedingsstoffen en fossiele brandstoffen.
- Energierijke Stoffen = Groep voedingsstoffen in je voeding waar je
lichaam energie uithaalt: koolhydraten en vetten.
- Koolhydraten = Zetmeel en suikers: energierijke voedingsstoffen die je
nodig hebt om te bewegen en om warm te blijven.
- Vetten = Energierijke voedingsstoffen; heb je nodig om te
bewegen en om warm te blijven. Vetten zijn ook bouwstoffen; ze zitten in de
celmembraan en er zit een isolerende vetlaag onder je huid. Planten bewaren vet in
zaden.
- Kilojoule = Aanduiding voor de hoeveelheid energie in voeding; 1
kilojoule = 1000 joules
- Kilocalorie = Aanduiding voor de hoeveelheid energie in voeding; 1
kilocalorie = 4,2 kilojoules
- Body mass index = Methode om te bepalen of je gewicht gezond is.
- Overgewicht = Je weegt te veel, doordat je lichaam meer
energierijke stoffen binnenkrijgt dan je lichaam verbruikt.
- Ondergewicht = Je weegt te weinig, doordat je minder energierijke
voedingsstoffen binnenkrijgt dan dat je verbruikt.
- Cholesterol = Vetachtige stof die je lichaam gebruikt om nieuwe
cellen te maken; een teveel aan cholesterol hoopt zich op in de bloedvaten,
waardoor je een hoge bloeddruk krijgt.