Hoofdstuk 1
,1.1 Keuzes maken
Alles begint met schaarste
• In het dagelijks leven moet je voortdurend keuzes maken.
• Welke school kies je? Koop je nieuwe schoenen of ga je uit eten? Ga je sparen of geef je alles uit?
• Waarom moeten we eigenlijk kiezen? Dat komt door schaarste.
Schaarste
• Schaarste betekent dat er een spanning is tussen:
• Onbeperkte behoeften (we willen altijd meer)
• Beperkte middelen (zoals geld, tijd en grondstoffen)
• Omdat je middelen beperkt zijn, kun je niet alles doen of kopen wat je wilt. En dus moet je kiezen.
• Dat keuzes maken vanwege schaarste is de kern van de economie.
Wat is economie?
• Economie is de wetenschap die bestudeert hoe mensen omgaan met schaarste.
• Economie kijkt als het ware met een “bril” naar de wereld en stelt steeds de vraag:
• Hoe worden schaarse middelen verdeeld? Economie gaat dus om:
1. Hoe mensen hun geld besteden
2. Hoe bedrijven produceren
3. Hoe de overheid haar geld verdeelt
4. Welke keuzes worden gemaakt en waarom
Schaarste is niet hetzelfde als zeldzaamheid
• Een belangrijk onderscheid:
• Iets is zeldzaam als het weinig voorkomt. Voorbeeld: Een regenboog is zeldzaam, maar niet schaars.
• Iets is schaars als je moet kiezen waarvoor je het gebruikt. Voorbeeld: Geld is niet zeldzaam, maar wel schaars — je moet kiezen wat je ermee doet.
• Dus schaarste gaat altijd over: Moet je een keuze maken of niet?
, Schaarste bij de overheid
• Niet alleen mensen en bedrijven hebben te maken met schaarste. Ook de overheid moet keuzes maken.
• De overheid maakt elk jaar een: Rijksbegroting
• In de Rijksbegroting staat: 1) Hoeveel geld de overheid verwacht binnen te krijgen, 2) Hoeveel geld zij wil uitgeven
• Als de overheid meer uitgeeft dan er binnenkomt: 1) ontstaat een begrotingstekort en 2) ook een budgettair probleem
• Dan moet de overheid: 1) Bezuinigen of 2) belastingen verhogen
Waarom maken mensen verschillende keuzes?
• Omdat mensen verschillende behoeften hebben en andere dingen belangrijk vinden.
• De behoeften van mensen worden ingedeeld in soorten.
Soorten behoeften
Soort behoefte Betekenis (uitleg) Voorbeelden
Noodzakelijk om te kunnen leven.
1. Basisbehoeften (primaire behoeften) Eten, drinken, wonen, kleding
Zonder deze kun je niet overleven.
Niet noodzakelijk om te overleven,
2. Secundaire behoeften Telefoon, vakantie, uitgaan, nieuwe kleding
maar maken het leven prettiger.
Wat in een samenleving als “normaal” wordt gezien.
3. Normale behoeften Internet (in NL normaal), fiets (in NL normaal)
Verschilt per land en tijd.
Behoeften die boven het normale uitstijgen.
4. Luxe behoeften Merkkleding, sportauto, dure vakanties
Extra comfort of status.
Statusgoederen
• Sommige luxe producten koop je niet alleen om het product zelf, maar om wat het uitstraalt.
• Dit noemen we statusgoederen. Bijvoorbeeld: dure sneakers, designer tas, nieuwste iPhone
• Mensen kopen dit om: 1) Erbij te horen, 2) Indruk te maken, 3) Zich succesvol te voelen
• Hier zie je dat economische keuzes ook te maken hebben met psychologie en sociale druk.