Samenvatting blok 1.3 Adviseren
Inhoud
Samenvatting blok 1.3 Adviseren................................................................1
..................................................................................................................1
Artikelen:...................................................................................................2
Huisvestingmanagement........................................................................10
Basisboek Facility Management..............................................................19
Recht.......................................................................................................20
Business Case Thinking...........................................................................28
Bouw.......................................................................................................33
,Artikelen:
Interview
Het is belangrijk dat je van te voren duidelijk hebt op welke vraag je antwoordt
wilt krijgen en wat het doel van het interview is. Bij een gestructureerd
interview weet je precies welke vragen je gaat stellen in welke volgorde. Je
houdt je ook aan deze vragen en aan de volgorde. Bij een ongestructureerd is het
van te voren niet precies duidelijk wat voor een antwoorden er kunnen komen. Er
zijn geen vaste vragen of volgorde. Het gesprek is spontaan en flexibel. Er is ook
een verschil tussen een open interview en een gesloten interviewvraag. Bij
een open interview is er meer mogelijkheid tot doorvragen, waardoor je meer
informatie kunt opdoen. Als je nog weinig weet van het onderwerp, kun je het
beste gaan voor een ongestructureerd interview met open vragen.
Verschillende soorten open interviews:
Vrij attitude interview. Deze is volledig ongestructureerd. De vragen en
antwoorden zijn nog niet duidelijk.
Half gestructureerd. De vragen en antwoorden liggen niet vast, maar de
onderwerpen zijn wel duidelijk. Deze hebben een logische volgorde.
Het verschil tussen deze twee soorten is dat er bij een vrij attitude maar één
beginvraag is, en bij een half gestructureerd per onderwerp weer een nieuwe
beginvraag is
Een gedeeltelijk gestructureerd interview. Er worden van te voren (gesloten)
vragen opgesteld, waar wel meer uitleg of een open vraag op kan worden
gesteld.
Verschillende interviews gebaseerd op doelgroep en inhoud
Het focused interview: Je interviewt personen die allemaal één bepaalde
situatie hebben meegemaakt en dus een soortgelijke ervaring hebben.
(ongestructureerd)
Het elite- of expert interview: je interviewt personen die invloedrijk zijn en
goed geïnformeerd zijn over een bepaald iets. Ze zijn deskundig en kunnen je
informatie bieden. (ongestructureerd of half gestructureerd)
Retrospectieve interview. Je praat over het verleden. Door het verleden kan er
geprojecteerd en geleerd worden.
Betrouwbaarheid: de mate waarin je antwoorden afhankelijk zijn van toeval.
Validiteit of geldigheid: De mate waarin het resultaat daadwerkelijk meet wat
je beoogt te meten.
Observeren
,(Systematische) Observatie: Zicht krijgen op het dagelijks gebruik van het
gebouw (werkprocessen, activiteiten) en gedrag van gebruikers. Bewust en
objectief waarnemen. Gebruik hiervoor al je zintuigen.
Een participerende observatie betekend dat de onderzoeker aanwezig is in
het veld en verzamelt informatie door mee te doen aan de activiteiten.
Ontwerp gids voor toegankelijke gebouwen
In België moet elk openbaar gebouw aan de toegankelijkheidsnormen voldoen,
ongeacht zijn functie. In deze gebouwen moeten zowel bezoekers als bewoners
met beperkte mobiliteit in staat zijn om zichzelf volledig zelfstandig te
verplaatsen en gebruik te maken van alle aangeboden goederen en diensten.
Ouder worden wordt gekenmerkt door een geleidelijke achteruitgang van:
Motorische functies (kracht), Sensorische vaardigheden (gezicht en gehoor) en
cognitieve functies (reflexen).
De verplaatsingsketen bestaat uit vijf stappen om je naar een gebouw te
verplaatsen:
Parkeren: Ik moet mij naar het gebouw kunnen begeven, het kunnen
lokaliseren en een parkeerplaats vinden.
Binnengaan: Ik moet de toegang kunnen lokaliseren en bereiken en het
gebouw binnengaan.
Circuleren: Ik moet mij binnen in het gebouw kunnen verplaatsen
Gebruiken: Ik moet alle functies kunnen gebruiken binnen het gebouw
Evacueren: Ik moet het gebouw kunnen verlaten bij gevaar
De 10 criteria:
, Inrichtingselementen zijn:
Deur en raam
Meubilair
Afwerking (vloerbedekking bvb)
Informatie (signalisatie)
Techniek- sanitair
Techniek- verwarming
Techniek- elektriciteit
Veiligheid
Infographic toegankelijkheid:
Stap 1:
Wat voor een gebouw heb ik?
-Bestaand gebouw gelden geen toegankelijkheideisen. Je mag het wel verbeteren
door eisen uit de bouwregelgeving en/of NEN norm te gebruiken.
-Verbouw geldt dat de toegankelijkheid niet mag verslechteren. Je mag ook meer
doen dan vereist, met behulp van de NEN-norm
-Bij nieuwbouw gelden toegankelijkheideisen. Ga voor de eisen naar stap 2.
Verder kun je aanvullende NEN-normen toepassen.
Verder gelden er eisen voor verschillende soorten gebouwen met verschillende
gebruiksfuncties. Om deze te bekijken kijk het artikel.
Vluchten bij brand (BBL)
Bij dit infoblad wordt een toelichting gegeven over de toepassing van de regels
over veilig vluchten in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (bij nieuwbouw).
2. De opzet
De systematiek gaat ervan uit dat op elke voor persoon bestemde plek in een
bouwwerk een vluchtroute is naar een veilige plaats. Het doel van de
brandveiligheidsvoorschriften is het voorkomen van slachtoffers en het
voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Het voorkomen
van schade hoort hier NIET bij! De algemene uitgangspunten:
Binnen 15 min na het ontstaan van een brand moet de brand ontdekt zijn en
moet de brandweer zijn gealarmeerd;
Binnen 15 min na de alarmering moeten de door de brand bedreigde
personen zonder hulp van de brandweer kunnen vluchten;
Binnen 15 min na het melden van de brand is de brandweer aanwezig en
operationeel;
Binnen 60 min na het ontstaan moet de brandweer de brand onder controle
hebben. Ook moet er voorkomen worden dat de brand uitbreidt naar
Inhoud
Samenvatting blok 1.3 Adviseren................................................................1
..................................................................................................................1
Artikelen:...................................................................................................2
Huisvestingmanagement........................................................................10
Basisboek Facility Management..............................................................19
Recht.......................................................................................................20
Business Case Thinking...........................................................................28
Bouw.......................................................................................................33
,Artikelen:
Interview
Het is belangrijk dat je van te voren duidelijk hebt op welke vraag je antwoordt
wilt krijgen en wat het doel van het interview is. Bij een gestructureerd
interview weet je precies welke vragen je gaat stellen in welke volgorde. Je
houdt je ook aan deze vragen en aan de volgorde. Bij een ongestructureerd is het
van te voren niet precies duidelijk wat voor een antwoorden er kunnen komen. Er
zijn geen vaste vragen of volgorde. Het gesprek is spontaan en flexibel. Er is ook
een verschil tussen een open interview en een gesloten interviewvraag. Bij
een open interview is er meer mogelijkheid tot doorvragen, waardoor je meer
informatie kunt opdoen. Als je nog weinig weet van het onderwerp, kun je het
beste gaan voor een ongestructureerd interview met open vragen.
Verschillende soorten open interviews:
Vrij attitude interview. Deze is volledig ongestructureerd. De vragen en
antwoorden zijn nog niet duidelijk.
Half gestructureerd. De vragen en antwoorden liggen niet vast, maar de
onderwerpen zijn wel duidelijk. Deze hebben een logische volgorde.
Het verschil tussen deze twee soorten is dat er bij een vrij attitude maar één
beginvraag is, en bij een half gestructureerd per onderwerp weer een nieuwe
beginvraag is
Een gedeeltelijk gestructureerd interview. Er worden van te voren (gesloten)
vragen opgesteld, waar wel meer uitleg of een open vraag op kan worden
gesteld.
Verschillende interviews gebaseerd op doelgroep en inhoud
Het focused interview: Je interviewt personen die allemaal één bepaalde
situatie hebben meegemaakt en dus een soortgelijke ervaring hebben.
(ongestructureerd)
Het elite- of expert interview: je interviewt personen die invloedrijk zijn en
goed geïnformeerd zijn over een bepaald iets. Ze zijn deskundig en kunnen je
informatie bieden. (ongestructureerd of half gestructureerd)
Retrospectieve interview. Je praat over het verleden. Door het verleden kan er
geprojecteerd en geleerd worden.
Betrouwbaarheid: de mate waarin je antwoorden afhankelijk zijn van toeval.
Validiteit of geldigheid: De mate waarin het resultaat daadwerkelijk meet wat
je beoogt te meten.
Observeren
,(Systematische) Observatie: Zicht krijgen op het dagelijks gebruik van het
gebouw (werkprocessen, activiteiten) en gedrag van gebruikers. Bewust en
objectief waarnemen. Gebruik hiervoor al je zintuigen.
Een participerende observatie betekend dat de onderzoeker aanwezig is in
het veld en verzamelt informatie door mee te doen aan de activiteiten.
Ontwerp gids voor toegankelijke gebouwen
In België moet elk openbaar gebouw aan de toegankelijkheidsnormen voldoen,
ongeacht zijn functie. In deze gebouwen moeten zowel bezoekers als bewoners
met beperkte mobiliteit in staat zijn om zichzelf volledig zelfstandig te
verplaatsen en gebruik te maken van alle aangeboden goederen en diensten.
Ouder worden wordt gekenmerkt door een geleidelijke achteruitgang van:
Motorische functies (kracht), Sensorische vaardigheden (gezicht en gehoor) en
cognitieve functies (reflexen).
De verplaatsingsketen bestaat uit vijf stappen om je naar een gebouw te
verplaatsen:
Parkeren: Ik moet mij naar het gebouw kunnen begeven, het kunnen
lokaliseren en een parkeerplaats vinden.
Binnengaan: Ik moet de toegang kunnen lokaliseren en bereiken en het
gebouw binnengaan.
Circuleren: Ik moet mij binnen in het gebouw kunnen verplaatsen
Gebruiken: Ik moet alle functies kunnen gebruiken binnen het gebouw
Evacueren: Ik moet het gebouw kunnen verlaten bij gevaar
De 10 criteria:
, Inrichtingselementen zijn:
Deur en raam
Meubilair
Afwerking (vloerbedekking bvb)
Informatie (signalisatie)
Techniek- sanitair
Techniek- verwarming
Techniek- elektriciteit
Veiligheid
Infographic toegankelijkheid:
Stap 1:
Wat voor een gebouw heb ik?
-Bestaand gebouw gelden geen toegankelijkheideisen. Je mag het wel verbeteren
door eisen uit de bouwregelgeving en/of NEN norm te gebruiken.
-Verbouw geldt dat de toegankelijkheid niet mag verslechteren. Je mag ook meer
doen dan vereist, met behulp van de NEN-norm
-Bij nieuwbouw gelden toegankelijkheideisen. Ga voor de eisen naar stap 2.
Verder kun je aanvullende NEN-normen toepassen.
Verder gelden er eisen voor verschillende soorten gebouwen met verschillende
gebruiksfuncties. Om deze te bekijken kijk het artikel.
Vluchten bij brand (BBL)
Bij dit infoblad wordt een toelichting gegeven over de toepassing van de regels
over veilig vluchten in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (bij nieuwbouw).
2. De opzet
De systematiek gaat ervan uit dat op elke voor persoon bestemde plek in een
bouwwerk een vluchtroute is naar een veilige plaats. Het doel van de
brandveiligheidsvoorschriften is het voorkomen van slachtoffers en het
voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Het voorkomen
van schade hoort hier NIET bij! De algemene uitgangspunten:
Binnen 15 min na het ontstaan van een brand moet de brand ontdekt zijn en
moet de brandweer zijn gealarmeerd;
Binnen 15 min na de alarmering moeten de door de brand bedreigde
personen zonder hulp van de brandweer kunnen vluchten;
Binnen 15 min na het melden van de brand is de brandweer aanwezig en
operationeel;
Binnen 60 min na het ontstaan moet de brandweer de brand onder controle
hebben. Ook moet er voorkomen worden dat de brand uitbreidt naar