In groep
*Hoofdstuk 6 in het boek
56
, 5. In groep
5.1 Sociale categorisatie
Wat?
= cognitieve proces waarbij individuen geclassificeerd worden als lid van groepen of
categorieën
Maakt complexe wereld makkelijker
In- en outgroup
In-group : groep waartoe de actor behoort
Out-group : alle groepen waartoe hij niet behoort
Groepen percipiëren
Hoe we een groep percipiëren hangt af van ons lidmaatschap
In-/out-group rivaliteit kan leiden tot gedragingen die niet te verklaren zijn op basis
van individualiteit
4 effecten doordat je in een bepaalde groep zit
Accentuation effect
Assumed similarity effect
Out-group homogenity effect
In-group-favoritism effect
5.1.1 Accentuation effect
Wat?
= het verschil tussen groepen accentueren of overschatten
Kenmerken van een groep overzetten naar kenmerk van een groepslid : stereotype
Vb : Ik zit in de scouts en die Chiro, amai die zijn zo onverantwoord kijk maar naar X
die zit in de Chiro en zie,…
Accentuatie is sterker als :
- Het relevant is
- Men onzeker is
Als we niet kunnen differentiëren voegen we categorieën samen – Vb : Oostblok
Outgroup-derogation : afbreuk doen aan de outgroep en deze devalueren
57